Column

Blindlopen

Foto stock.xchng

Op internet is het natuurlijk niet meer terug te vinden. Maar mensen zeiden het echt, toen het internet net op gang kwam. Handig hoor, zeiden ze, dat doelgerichte zoeken met digitale catalogi en zoekmachines en dergelijke, alleen is het zo jammer dat dan nooit meer eens iemand fijn toevallig iets tegenkomt waar hij niet naar op zoek was – want dát heb je toch alleen in de papieren bibliotheek. Inmiddels zijn er cursussen, is er misschien zelfs wel therapie voor mensen die zich de ongezochte informatie nauwelijks meer van het lijf weten te houden, terwijl ze intussen vergeten waar ze naar op zoek waren.

Zo belandde de AW-computer deze week op niet meer na te gane wijze op een website waarop verdwaalonderzoek werd beschreven. Als je mensen een blinddoek omdoet, stond er, kunnen ze niet meer in een rechte lijn lopen. Het zou getest zijn, met geblinddoekte proefpersonen in bossen en woestijnen die steeds weer onbedoeld hun eigen voetsporen bleken te kruisen. Als in een stripverhaal, maar dan in het echt. Typisch onderzoek om eerst na te doen en dan eens verder over te lezen. Want dat geblinddoekte mensen niet rechtuit kunnen lopen, wie gelooft dat nou?

Niet de mannelijke en de vrouwelijke proefpersoon die snel bereid werden gevonden om het uit te proberen. Een stuk strand langs de kust van Noord-Holland diende als woestijn. Zorgvuldig werd een stranddeel zonder evenwijdig aan zee lopende harde waterribbels geselecteerd; die zouden de proefpersonen via de voeten onbedoeld informatie kunnen geven. Met de achterkant van een door de mannelijke proefpersoon gevonden garnalennetje werd een oppervlakkige, met de beschoende voet onvoelbare lijn in het zand getrokken, min of meer evenwijdig aan de zee. Op die lijn mochten een van de proefpersonen eerst een blik werpen, waarna hij of zij er, grondig geblinddoekt met een lange rode katoenen sjaal van Amerikaanse makelij, moest proberen overheen te lopen, totdat de andere proefpersoon ter hoogte van het einde van de lijn ‘stop’ zei. Dat was de proefopzet.

De lopers hadden dus visuele hulp voorafgaand aan en auditieve hulp (ruisende zee, keffende meeuwen, dito honden) tijdens het lopen. Het zou vast een makkie worden. Na een vooronderzoekje ter oefening, waarbij de (geblinddoekte) vrouw triomfeerde door significant rechter te lopen dan de ongeveer vijftien meter lange lijn die de man had getrokken, werd tot een definitieve lijn van grofweg dertig meter besloten. De vrouw liep als eerste. Kijken, blinddoek om, lopen. De eerste keer (zee aan de rechterkant) eindigde ze ter hoogte van het einde van de lijn tien meter te veel naar rechts. De tweede keer (zee aan de linkerkant) eindigde ze zeven meter te veel naar rechts. Genoteerd werd ook dat de man zijn lachen nauwelijks kon inhouden, maar dat hij wel zijn best deed.

Vervolgens liep de man zelf. De eerste keer dreigde hij te veel naar links te lopen, maar hij corrigeerde op tijd en kwam een circa een meter te veel naar links uit. De tweede keer haalde hij zelfs een afwijking van afgerond nul meter. Voorspelbaar was ook dat daarna de vrouw nog een keer wilde. Die eindigde nu één meter te veel naar rechts. Waarna de man nog eens liep en een afwijking van vijf meter naar rechts scoorde. Dit leek een voor beide proefpersonen bevredigend moment om het experiment af te ronden.

Conclusie: het is inderdaad moeilijk, zelfs op zeer korte afstanden, om geblinddoekt in een rechte lijn te lopen. Maar hoe komt dat? In het eerder genoemde wetenschappelijke artikel over verdwaalonderzoek (Walking Straight into Circles, Current Biology, 2009), waarin al dan niet geblinddoekte proefpersonen in onder meer Duitse wouden en zelfs de Sahara werden losgelaten, werden diverse verklaringen getoetst en even enthousiast weer verworpen. Bij de geblinddoekte proefpersonen werd bijvoorbeeld de beenlengte gemanipuleerd (met schoenen met in dikte verschillende zolen). Maar nee: of het linker- of rechterbeen langer was, hield geen verband met de richting waarin de proefpersonen op hun dwaalwandeling gingen afwijken. Ook de gemeten relatieve sterkte van het ene been ten opzichte van het andere en links- versus rechtshandigheid maakten geen verschil. De meeste proefpersonen liepen totaal willekeurige patronen, in plaats van de rechte lijn die ze van plan waren: dan weer linksom, dan weer rechtsom. Drie van de vijftien geblinddoekte proefpersonen hadden zo’n duidelijke voorkeursafdwaalrichting dat ze in cirkels liepen van slechts een meter of twintig doorsnee.

Niet kunnen zien waar je bent, je niet kunnen oriënteren, dat lijkt het grote probleem. De proefpersonen in de Zuid-Tunesische woestijn en in de Duitse bossen werden ongeblinddoekt (en voorzien van gps) losgelaten; zij liepen vergelijkbare chaotische patronen zolang ze de zon niet konden zien. Of de maan; één proefpersoon moest ’s nachts door de Sahara lopen. Zodra de volle maan achter de wolken verdween, maakte deze man een paar scherpe hoeken en liep hij argeloos terug naar waar hij vandaan kwam.

De onderzoekers denken nu dat zich bij elke stap extra onzekerheid opbouwt in het brein van mensen die wel rechtuit willen lopen maar geen oriëntatiemogelijkheid hebben. Als die onzekerheid groot genoeg wordt, gaan ze in cirkels lopen. Het gaat daarbij om statistische onzekerheid, ‘ruis’ in de plaatsbepaling, niet om psychologisch ervaren onzekerheid, al kan die ook een rol spelen. Japanners lieten in vervolgonderzoek hun al dan niet geblinddoekte proefpersonen met hulp van een metronoom net iets sneller of net iets langzamer lopen dan die normaal het liefst liepen, of precies in dat voorkeurstempo (Neuroscience Letters, 2005). Bij een afwijking van de voorkeurssnelheid, en naar het leek vooral als proefpersonen extra langzaam moesten lopen, weken ze meer af: de langzame lopers gemiddeld ruim 2 meter op een lijn van circa 16.

Het gekke is dan dat in het AW-strandexperiment het besef dat geblinddoekt rechtuit lopen moeilijk is, leek te helpen: de proefpersonen gingen dan zorgvuldiger lopen en daarmee rechter. Waarschijnlijk gingen ze ook wat langzamer lopen, maar dat is niet gemeten. Misschien hoeft langzaam lopen niet altijd erg te zijn, maar om dat zeker te weten moeten we terug naar het strand.