Zwarten mochten niet deugen

Advertentie voor Elliotts witte verf (ca. 1935) Illustraties uit besproken boek

Henry Louis Gates: Life Upon These Shores. Looking At African American History 1513-2008. Knopf, 490 blz €45,–

De eerste Afro-Amerikaan was een Angolees. Met 20 landgenoten reisde hij in 1619 naar Noord-Amerika. Tot dan toe waren slaven zuidelijker afgeleverd. Nu zijn er zo’n 40 miljoen Afro-Amerikanen in de VS.

Met evenveel trots als verontwaardiging maakte de Amerikaanse historicus Henry Louis Gates een encyclopedisch opgezette geschiedenis in woord en beeld van de Afro-Amerikaan, vanaf het moment dat de Spanjaard Vasco Núnez de Balboa een expeditie leidde over de Grote Oceaan. En dan volgt, kort samengevat, een geschiedenis van slaaf tot president.

Gates is hoogleraar voor Afrikaans en Afro Amerikaans aan de Harvard Universiteit, Boston. Hij schreef eerder onder meer Thirteen ways of Looking at a Black Man – dus hij kon het historisch wel plaatsen toen hij in 2009 ten onrechte voor inbreker werd aangezien. Hij beschuldigde de politieman van racisme. Die reageerde gebeten, de boel liep uit de hand en werd door Obama gesust tijdens een ‘bieroverleg’ op het Witte Huis.

Vooroordelen

Beeldvorming is bepalender geweest voor het verloop van de geschiedenis van de Afro-Amerikaan dan de feiten, laat Gates zien. Vanaf het moment dat de twintig Angolezen aan de Noord-Amerikaanse kust kwamen, moesten ze opboksen tegen vooroordelen over zwarten. Gates laat dat bijvoorbeeld zien aan de hand van de rol van zwarte soldaten in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsstrijd. Die rol is altijd onderschat. Een treffend voorbeeld daarvan vindt hij in een schilderij uit 1786 van John Trumbull, ‘The Death of General Warren at the Battle of Bunker Hill’. Hierop staan allemaal sterke, blanke mannen afgebeeld en ‘een trouwe neger’. In feite vochten bij deze veldslag 103 Afro-Amerikanen mee, terwijl bij de hele onafhankelijkheidsstrijd ruim 5000 zwarten militair actief waren. Een schrikbarend aantal, vond men toen, en al snel werd het niet-blanken verboden toe te treden tot het leger. Men vreesde dat zwarte strijders rechten zouden willen ontlenen aan de loyaliteit jegens het vaderland. Het leger kwam echter al snel mankracht te kort en daarom besloot het congres in 1775 dat kleurenblindheid een goed beleid was. ‘Vanaf het begin van de Republiek hebben Afro-Amerikanen hun land nobel gediend’, constateert Gates. En dat bleef zo tijdens alle andere oorlogen die Amerika nog zou uitvechten.

Velen die een rol speelde in de burgerrechtenbeweging komt in dit boekaan bod. Vaak staan daarbij de beeldvorming en identiteit ter discussie. Zwarten zouden niet te onderwijzen zijn of zich misdadig gedragen, en bijvoorbeeld hun blanke slaveneigenaar willen vermoorden.

In 1838 bepleitte de abolitionist Robert Purvis in een pamflet dat ondanks negatieve verhalen ‘zwarten voor het grootste deel hardwerkende, vreedzame en nuttige mensen zijn’. Anderen waren minder meegaand en vroegen zich af hoe het kwam dat er nooit werd geschreven over blanke mannen die zwarte vrouwen verkrachtten? Terwijl het op christelijke leest geschoeide De Hut van Oom Tom alom werd geprezen, werd Nig, de eerste roman van de zwarte Harriet Wilson door de pers en abolitionisten genegeerd. In plaats van positief te schrijven over de christelijke motieven van noordelijk Amerika, wees Wilson op de racistische vooroordelen die niet alleen in het Zuiden aanwezig waren.

Zeep

Vooroordelen en angst bleven gevoed. Reclameplaten waarin zeep zelfs een zwarte ‘schoongeboend’ krijgt, zijn ook hier wel bekend. Kwalijker was in 1915 de film ‘The Birth of a Nation’ waarin zogenaamd een reconstructie van de rol van zwarten na de Burgeroorlog werd gegeven. Verkrachting, corruptie, diefstal, daar hielden de zwarten zich volgens deze film mee bezig. Protesten waren er, maar typerend voor de vooroordelen in die tijd is de film wel, schrijft Gates. Om vervolgens te benadrukken dat twee jaar later twee miljoen zwarten zich voor het leger aanmelden tijdens WO I.

Hoe moest er worden omgegaan met de negatieve beeldvorming? Was er een geweldloze strijd om gelijke rechten nodig, zoals gevoerd door Martin Luther King? Of waren de vooroordelen onuitroeibaar en konden die – zoals Malcolm X bepleitte – alleen met geweld bestreden worden? Het antwoord lijkt Gates te vinden in de verkiezing van Obama als 44ste president, die alle ‘strijd de moeite waard maakte’. En met dat slotakkoord besluit Gates zijn wel erg positieve geschiedenis. Want is de negatieve beeldvorming inderdaad ten einde is? Om de cirkel rond te maken had Gates van de eerste Angolezen kunnen overstappen in Angola Prison – gebouwd op een voormalige slavenplantage met de naam Angola – zitten nog steeds vooral Afro-Amerikanen. Maar zo cynisch wilde Gates zijn verhaal blijkbaar niet maken.