Zoonlief schilderde muren vol Goya’s

Jacek Dehnel: Saturnus. Zwarte taferelen uit het leven van de mannen van de familie Goya. Vert. E. ’t Hart. Marmer, € 18,95

Er bestaat een hypothese dat de zogenaamde Zwarte Schilderijen van Francisco Goya – grof gepenseelde, onheilspellende taferelen die op de muren van zijn landhuis werden aangetroffen en die met de nodige aanpassingen door een kopiist op doek werden overgebracht – niet het werk van de meester zelf zijn, maar van zijn obscure zoon Javier.

Deze hypothese prikkelde de fantasie van de Poolse auteur Jacek Dehnel (1980) en het resultaat is Saturnus, een kleurrijke roman over een zoon die wordt verstikt door zijn beroemde vader.

Francisco Goya (1746-1828) wordt door Dehnel, die behalve schrijver ook schilder is, dik in de verf gezet. Hij is de archetypische scheppende kunstenaar, flamboyant, driftig, één brok mannelijke energie, dol op stierengevechten en jachtpartijen.

Nog minder dan hazen en patrijzen zijn vrouwen veilig voor hem. Bijna dagelijks poseren er meisjes, ‘zelfs als hij doeken schilderde waar geen vrouw op voorkwam’. Zijn vrouw ziet het door de vingers.

De levensgenieter is echter ook een onvermoeibaar schilder; hij zet kaarsen op zijn hoed om ’s nachts door te kunnen werken. Van eenvoudige afkomst, maar gezegend met tomeloze ambitie, klimt hij op de sociale ladder door steeds invloedrijkere personen te portretteren.

Hij wordt hofschilder. Zijn opportunisme komt goed van pas in de roerige episode van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog, wanneer de machthebbers elkaar sneller opvolgen dan de verf op hun heroïsche portretten kan drogen. Goya’s techniek wordt in heel Europa geroemd. Alleen jammer van die paarden, die altijd mislukken.

Tegenover deze Olympiër staat de zwakke, passieve, mollige Javier, enig overlevende van een lange reeks doodgeboren kinderen. In zijn jeugd tekent hij verdienstelijk, maar hij zit liever met zijn neus in de boeken. Javier heeft het talent noch het temperament om zich aan de schaduw van zijn vader te onttrekken.

Echt dramatisch wordt de situatie wanneer hij trouwt, en moet toezien dat zijn vrouw het verdacht goed met haar schoonvader kan vinden. Hij krijgt een zoon, Mariano, die als twee druppels water op Francisco lijkt – ‘een kind lijkt altijd meer op de grootouders dan op de ouders,’ zegt de vroedvrouw. Jaja.

Pas na zijn vaders dood krijgt Javier als kunstenaar de geest en maakt bovengenoemde muurschilderingen.

De sluwe Mariano schrijft het werk later toe aan zijn beroemde grootvader, zodat hij het landhuis tegen een hogere prijs kan verkopen.

Jacek Dehnel schreef dit verhaal vakbekwaam op, zij het dat de compositie, met korte hoofdstukken waarin de hoofdrolspelers beurtelings het woord voeren, wat schools oogt. De Zwarte Schilderijen, waaronder de satanische voorstelling van Saturnus die zijn eigen kind verslindt, zijn bij de tekst afgedrukt.