Zo snel mogelijk naar de breakdown

Chic in 1978 met links Nile Rodgers

Oudejaarsavond 1977 voor de deur van Studio 54 in New York, de hipste discotheek ter wereld. In de sneeuw staan de producers Nile Rodgers en Bernard Edwards van discogroep Chic. Ze willen naar een optreden van Grace Jones, maar de portier weigert het duo. Woedend gaan de twee naar huis om hun frustratie uit te leven. Ze timmeren die koude oudejaarsnacht snel een swingend hekeldicht in elkaar: „Aw Fuck Off! Fuck Studio 54.”

Klinkt catchy, vinden ze. Maar de tekst bestaat voornamelijk uit een zware vloek. Dat gaan de radio-dj’s niet draaien. Ze besluiten de tekst te kuisen tot „Aw, freak out! Le freak, c’est chic.”

De geboorte van hun eerste wereldhit: Le Freak – Nile Rodgers beschrijft het smakelijk en droog geestig in zijn fantastische autobiografie Le Freak, een eloquente evocatie van het discotijdperk in het New York. De producer, componist en slaggitarist wordt geen wereldster, maar zijn liedjes zijn wel wereldberoemd. Eind jaren zeventig en tachtig maakte hij een reeks heldere, koele dansnummers voor zijn eigen groep Chic, voor Sister Sledge (We are Family) en voor Diana Ross (Upside down, I’m coming up).

Hoe sterk Rodgers de discowereld ook oproept, de voornaamste attractie van het boek is toch de beschrijving van zijn met drugs gevulde leven in een asociaal gezin. Dit begint al in de eerste alinea. ‘Andere kinderen zijn bang voor een prik van de dokter’, schrijft Rodgers, ‘maar mijn ouders namen iedere dag een prik’. Onsentimenteel beschrijft hij het leven van een kleine jongen die rondloopt in een huis vol grote mensen die langzaam voor zich uit praten. Zijn ouders zijn eerste generatie heroïnegebruikers van het artistieke soort. Ze hebben een huis in de New Yorkse wijk Greenwich Village, gevuld met jazzcats en kunstenaars. Zijn moeder kreeg Nile toen zij dertien jaar was. Zijn biologische vader is dan allang verdwenen, die komt hij soms tegen, staande in een dakgoot met een bad trip. Naast de junkies is zijn jeugd gevuld met weglopen, zwerven, kleerhangerabortussen, en vluchten voor een meervoudige moordenaar die zijn moeder verkrachtte.

Zoals bij vele popartiesten wordt Rodgers gered door de muziek. Na de middelbare school kan hij aan de slag als gitarist bij de theatershow van Sesamstraat, later bij de huisband van soultempel The Apollo in Harlem. Rodgers komt overigens eigenlijk niet uit de funk- of soulscene. Van jongs af aan zit hij in de jazz. De muziek van Chic noemt hij ‘een nieuwe vorm van r&b met Europese invloeden’.

Chic is een wel doordacht concept, een bedrijf. Rodgers en Edwards zijn studiobazen: hun liedjes moeten beroemd worden, niet zijzelf. Hun muziek komt precies op het juiste moment. In New York is een nieuwe zwarte middenklasse ontstaan: Buppies, black urban professionals, hippe, bemiddelde Afro-Amerikanen die hun geld graag uitgeven aan merkkleding, cocaïne en uitgaan in de nieuwe dansclubs. Disco is de muziek waarop zij dansen. En Rodgers en Edwards kunnen elegante disco leveren.

Hun ‘breakdown sound’ is uit duizenden te herkennen: een uitgekleed geluid met onderop Edwards’ lyrische bas en de droge, harde drums en daarboven het fladderende, hoge hakketakken van Rodgers’ slaggitaar. Verder alleen wat spaarzame Philly-violen, scherpe synthesizers. Ondergeschikt geluid van zangeressen maakt het liedje af. Bij Chic gaat het om de groove. Glorieus moment in ieder nummer is de breakdown: een paar maten lang zijn alleen drums, bas en gitaar te horen. Rodgers: ‘Een liedje is slechts een excuus om zo snel mogelijk naar het refrein te gaan, en het refrein is slechts een excuus om zo snel mogelijk naar de breakdown te gaan.”

Vooral bij de teksten houdt Rodgers het graag simpel. Die passen meestal op een post-it. Compagnon Edwards wil het nóg eenvoudiger. Neem de tekst van de eerste single van Chic: Dance, Dance, Dance. Aanvankelijk schrijft Rodgers: ‘I just dance, dance, dance, dance, all of the time.’ Dat vindt Edwards ‘veel te ingewikkeld’. Dus wordt de tekst: ‘Dance. Dance, dance, dance.’

Een interessant aspect aan Rodgers werk is dat disco uit de gratie raakt bij popkenners. Er ontstaat al gauw een vaag politiek bewogen anti-disco-beweging. De heersende blanke smaakmakers zijn gericht op rock ‘n’ roll in de ouderwetse uitgesponnen variant of in de nieuwe felle, korte variant: de punk. Voor hen staat disco voor escapisme, hedonisme en gladde muziekmanagers. Bovendien is het de muziek van zwarten en homo’s. Kortom: disco was fout, iets dat Rodgers nog steeds verbijstert. Hij noemt zijn muziek daarom liever geen disco, maar ‘jazz injected groovy soul’.

In de jaren tachtig wordt Rodgers producer van blanke sterren. Hij maakt een wereldster van Madonna (Like a Virgin, Material Girl), helpt David Bowie aan zijn succesrijkste nummers (Let’s Dance, China Girl) en hij geeft vergetelijke jaren-tachtig-acts als Duran Duran, INXS, The Thompson Twins en The B52s wereldhits. De coole Chic-sound heeft hij inmiddels vervangen door een vette muur van goedkoop klinkende synthesizers en botte drums als kanonschoten.

Net als zijn ouders raakt Rodgers zelf ook aan de drank en cocaïne. Maar hij schrijft er niet belerend over. Zijn familie en drugs zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, geen van beide wil hij afvallen. Op een avond speelt hij, onder invloed, een geweldige partij gitaar tijdens een jamsessie. Althans, dat denkt hij. De ontnuchtering komt als hij de volgende dag de opnames terughoort. Hij speelt verschrikkelijk. Pas als hij beseft dat de verdovende middelen zijn muzikaliteit bedreigen, besluit hij ermee te stoppen en zijn autobiografie te schrijven. Helaas heeft zijn arts op de laatste bladzijden een ernstige mededeling voor hem. Daarover later meer, in zijn juichende necrologie.

Nile Rodgers: Le Freak. An Upside Down Story Of Family, Disco And Destiny. Random, 336 blz. € 27,-