Column

Zeker is: iemand moet het bezuren

Dit was de week van Facebook, maar niet zoals oprichter Mark Zuckerberg, de zakenbanken en de meeste beleggers zich dat zeven dagen geleden bij de beursgang hadden voorgesteld.

Gezichtsverlies alom. Het elektronische beursnetwerk Nasdaq haperde op het cruciale moment. De koers flopte. Elke Amerikaanse controleur met een financiële missie heeft inmiddels een onderzoek aangekondigd. De strijd om schadeclaims is al losgebarsten.

Achteraf is het jammer dat (potentiële) beleggers niet beschikten over cijfers die de Amerikaanse opiniepeiler Pew Research dinsdag verspreidde via twitter. Pew ontleedde de opwinding over de beursgang (op 18 mei) op twitter, op blogs en op Facebook zelf van 14 tot 20 mei. Helaas geeft Pew geen cijfers per dag. Nu kun je niet zien of en hoeveel twijfel ontstaat in de aanloop naar de beursgang. De prijs is overhyped is de essentie van 47 procent van de conversaties in de drie sociale media.

Het wachten is op de inventieve advocaat die de dagcijfers opvraagt en daarmee de rechtszaal ingaat. Het pleidooi: Facebook wist op basis van de conversaties van zijn eigen deelnemers al hoe kritisch de achterban was. Desondanks heeft het bedrijf beleggers niet gewaarschuwd. Of Facebook de schadevergoedingen aan zijn klanten maar prompt wil overmaken.

In het middelpunt van de rechtszaken en onderzoeken staan de zakenbanken die Facebook naar Nasdaq brachten. De banken verdienden aan de beursgang samen 176 miljoen dollar (140 miljoen eur), oftewel 1,1 procent van de transactiewaarde. Dat is aanzienlijk minder dan de reguliere bandbreedte die zij hanteren voor dergelijke transacties van 3 tot 7 procent.

Vanwaar de korting? Prestige.

Dachten zij.

De commissies onderzoeken de feiten. Wat hebben Facebook en de banken gedaan, is de vraag. Kregen sommige grote beleggers op het laatste moment actuelere én somberder informatie dan de rest van het beleggende publiek, zoals nu het verhaal is. En is dat onfatsoenlijk, laakbaar of strafbaar?

Achter de feiten schuilt een wezenlijker thema: waar ligt de loyaliteit van zakenbanken? Anders gezegd: wie zijn hun klanten, zoals bij een beursgang?

Zijn dat de onderneming Facebook, in casu Zuckerberg, de directie en de commissarissen? Of de aandeelhouders die hun beleggingen in de beursgang hebben verkocht? Of de aandeelhouders die hun effecten niet verkocht hebben, maar kapitaalverschaffers blijven? Of juist de nieuwe beleggers die tijdens de beursgang aandelen hebben gekocht?

Een vergelijkbare vraag naar loyaliteit wierp medewerker Greg Smith van zakenbank Goldman Sachs op, toen hij eerder dit jaar via een artikel in The New York Times zijn ontslag nam. Het thema figureert ook uitgebreid in de klassieke vertelling Liar’s Poker (1989) van Michael Lewis over hebzucht op de handelsvloer bij het financiële handelshuis Salomon Brothers in de City en op Wall Street.

Klanten van zakenbanken zouden inmiddels moeten weten dat zij maar één van vele zijn. Dat zakenbanken doorgaans geen klanten hebben maar tegenpartijen. Hun leven is handel en handel is leven. Dat de belangenconflicten tussen klanten onderling en met de zakenbank en diens verschillende afdelingen huizenhoog zijn. Dat niemand weet hoe de interne informatiestromen lopen. Dat de grootste debacles van de laatste decennia (internetaandelen flops; de rommelhypotheken) hebben laten zien dat zakenbanken met gemak meerdere ‘klanten’ denken te kunnen bedienen en dat één uitkomst zeker is: iemand moet het bezuren.