Terug naar vrijheid, rust en regelmaat

Op afdeling Asja 1 van de Veilige Veste wonen meisjes die zijn uitgebuit door loverboys. Ze leven volgens strenge regels. „Dat slaat 29 keer nergens op.”

„Ik heet Safia. Zeventien jaar. Ik ben een risicomeisje.”

„Ik ben Ruveda. Veertien jaar. Ik zocht contact met foute jongens. Ik was verslaafd aan internet.”

„Ik liet me misbruiken door een pooier. Marijke. Negentien jaar.”

Negen meiden uit verschillende milieus. Met uiteenlopende opleidingen: van vmbo tot vwo. De meesten komen uit grote steden. En uit gebroken gezinnen. Ieders dochter kunnen ze zijn.

Ze zijn hier beland via jeugdzorg, politie of familie. Ze waren afhankelijk geworden van een knappe jongen met gladde praatjes. Totdat hulpverleners of ouders daar achterkwamen. Tot ze zelf wilden stoppen. Dat ging zomaar niet. Ze werden bedreigd. Zo makkelijk laat een loverboy zijn handel niet gaan. Ze moesten weg uit hun eigen omgeving om veilig te zijn. Om niet opnieuw voor druk en verleiding te bezwijken.

Rollenspel in de huiskamer. Een deel van de meiden speelt jongens, die meiden ontmoeten in een club. Niemand speelt jongen zoals de kleine Yasmina met haar roodgeverfde kortgeknipte haar. Zoals zij doelgericht op twee vriendinnen afstapt. „Wat zijn jullie een mooie meiden. Mag ik er even bij komen staan? Heb je een vriend? Waarom is hij niet bij je? Je bent zo’n prachtig meisje. Waarom kijkt hij niet naar jou? Schatje, ik wil jou heel graag beter leren kennen.” Als de andere vriendin tussenbeide komt, kapt Yasmina haar af. „Ik ben met haar aan het praten. Ben je soms jaloers?”

Alles draait om veiligheid. Een groot deel van hun vrijheid leveren ze in. In het begin mogen ze geen mobieltje hebben. Ze mogen niet internetten en alleen naar buiten onder begeleiding. Pas als ze bijna klaar zijn voor de buitenwereld, mogen ze alleen de stad in, op weekendverlof. Dat duurt al gauw zes maanden, negen maanden, een jaar.

Ze moeten zich aan veel te veel regels houden, vinden de meiden. Op tijd aan het ontbijt verschijnen. Bord leeg eten. Met mes en vork eten. Overdag geen tv-kijken. Op tijd naar bed. „Stom.” „Dat slaat 29 keer nergens op.” Volgens teamleider Marianne Huizinga zorgen regels voor „rust, structuur en veiligheid, nodig voor succesvolle behandeling”.

Elk meisje maakt met haar mentor een behandelplan. Daarin staat waar ze aan wil werken: contact met familie, omgaan met relaties en intimiteit, drugs en alcohol, trauma’s. Een behandelteam van groepsleiders, teamleider, psycholoog, psychiater, systeemtherapeut buigt zich over het behandelplan. Vrijwel alle ouders werken mee.

Groepsgesprek over het maken van vrienden. „Als je hier zit, kom je er snel achter wie je echte vrienden zijn”, zegt Rachide. „Vrienden die je hebben gewaarschuwd en die je toch niet lieten vallen.” Bij Esther druppelen tranen langs haar wangen. „Ze heeft geen vrienden meer”, zegt Rachide, die de verhalen van alle meiden kent.

Rachide wil later „iets met kinderen doen in de zorg”. Loesie wil stewardess worden of kraamverzorgster. Anja ziet zichzelf als maatschappelijk werker in de jeugddetentie. Haar moeder zat lang in de gevangenis. Linda weet „precies wat ze niet wil, niet wat ze wel wil”. Achter het keyboard op haar kamer schrijft ze tekst en muziek van liedjes vol liefde en hoop.

Buiten wacht een tweede kans.

De namen van de meiden zijn veranderd om hun privacy te beschermen.