TE HUUR: een compleet elftal

Vanavond eindigt het Europese voetbaljaar voor clubs met de Spaanse bekerfinale. De inbreng van huurspelers was groot dit seizoen. Voor de huurling zijn er veel nadelen.

Redacteur Sport

Met een beetje fantasie kun je er een sterk eredivisieteam van samenstellen: de beste huurspelers van afgelopen seizoen. Op doel Jeroen Zoet (RKC). Rechtsachter Milano Koenders (NAC), centraal in de verdediging Tomáš Kalas (Vitesse) en Ismo Vorstermans (VVV-Venlo) en linksback Youssef El Akchaoui (NAC). Op het middenveld van rechts naar links: Otman Bakkal (Feyenoord), Anthony Annan (Vitesse) en Rodney Sneijder (FC Utrecht). Aanval: rechtsbuiten Santi Kolk (NAC), spits John Guidetti (Feyenoord) en linksbuiten Rick ten Voorde (RKC).

Kampioen zullen ze niet worden, maar een plek in de middenmoot moet mogelijk zijn. Afgelopen seizoen hadden deze elf ‘huurlingen’ allemaal een basisplaats. Ze maakten doelpunten, gaven assists, dicteerden op het middenveld of gaven leiding aan de verdediging.

Het Europese voetbalseizoen voor clubs eindigt vanavond met de Spaanse bekerfinale tussen Athletic Bilbao en FC Barcelona. De huurspeler is in opkomst in het voetbal. Vijftien tot twintig jaar geleden werden er nauwelijks spelers verhuurd, maar nu is het een vast onderdeel van de transferperiode. Gemiddeld huurden en verhuurden eredivisieploegen de afgelopen zes jaar zo’n vijf spelers per club per seizoen, blijkt uit cijfers van sportdatabureau Infostrada.

Huurlingen waren afgelopen seizoen van grote waarde in de eredivisie. Waarschijnlijk was Feyenoord niet als tweede geëindigd zonder aanjagers Guidetti en Bakkal. En RKC Waalwijk zou vermoedelijk niet zo’n indrukwekkend seizoen hebben gehad zonder de vier talentvolle huurspelers Zoet, Ten Voorde, Adil Auassar en Geoffrey Castillion. En Vitesse plaatste zich zondag mede dankzij de stabiele huurkrachten Annan en Kalas voor de voorronde van de Europa League.

Bij buitenlandse clubs is verhuur ook een populaire methode. Vooral in Engeland bestaat een levendige huurcultuur. Engelse topclubs verhuurden dit seizoen bijna een volledige selectie: Arsenal 22 spelers, Tottenham Hotspur 21, Manchester City 18, Chelsea 15 en Manchester United 11. In Engeland is het mogelijk om voetballers voor slechts een maand te huren – in Nederland leg je spelers minimaal een seizoenshelft vast.

Is de huurspeler een zegen voor het voetbal, of een noodverband? Daarover straks meer. Eerst schetsen we hoe de huurmarkt werkt.

Bijna altijd wordt er topdown verhuurd: een club huurt spelers aan een ploeg die lager op de ranglijst staat of aan een team dat in een minder aansprekende competitie speelt. Er zijn grofweg twee soorten huurlingen. De eerste is de jonge, talentvolle speler die (nog) niet goed genoeg is voor het eerste team. Omdat hij bij zijn eigen club veel op de bank zou zitten, wordt hij bij een andere club ondergebracht, om wedstrijdervaring op te doen. Lichtend voorbeeld is het al eerder genoemde Zweedse supertalent Guidetti (20), die dit seizoen door Manchester City werd verhuurd aan Feyenoord en twintig keer scoorde. De samenwerking kende enkel winnaars: Guidetti manifesteerde zich, Feyenoord had een sterke aanvaller en City is blij dat hun speler veel ervaring opdeed.

De tweede categorie huurlingen zijn de meer ervaren spelers die overbodig zijn bij hun club, omdat de trainer niet met ze verder wil of omdat de selectie te groot is. Als het niet lukt om de speler te verkopen, wordt tot verhuur overgegaan. Voor de verhurende club zijn er drie voordelen: het salaris wordt (deels) vergoed door de hurende club, de speler behoudt zijn marktwaarde en de speler kan worden teruggehaald, mocht hij alsnog nodig zijn.

Door de financiële problemen bij tal van voetbalclubs heeft de Europese huurmarkt een vlucht genomen, zeggen betrokkenen. Een club die versterking zoekt, maar niet genoeg geld heeft om een transfersom te betalen, moet zich noodgedwongen op de huurmarkt begeven. Vooral in lagere divisies in binnen- en buitenland is huren van groot belang: het is vaak de enige manier om goede voetballers aan te trekken.

Met huurcontracten kun je alle kanten op, er zijn nauwelijks restricties. Zo komt het vaak voor dat de verhurende club de hurende club een bonus betaalt als de speler meer dan een x-aantal wedstrijden in actie komt (bijvoorbeeld 25 duels). Een huurbonus kan in de tonnen lopen. Het tegenovergestelde is ook mogelijk: de hurende club krijgt een boete als een speler te weinig minuten maakt. Zo wordt een club onder druk gezet om de speler zoveel mogelijk wedstrijdervaring op te laten doen. Dit kan een trainer beperken in zijn keuzemogelijkheden.

Is huren goed voor het voetbal? Ja, deels wel. Voor de ontwikkeling van jonge talenten is het zeer belangrijk dat zij wedstrijdervaring opdoen. Maar huur wordt ook gezien als een tijdelijke oplossing: een noodverband tegen kwaliteitsarme en krappe selecties. Voor armlastige clubs in lagere divisies is huur noodzakelijk, ze zijn er deels van afhankelijk. Het gevaar bestaat dat clubs die veel spelers huren, hun jeugdopleiding verwaarlozen. En een trainer kan moeilijk een team bouwen rond huurspelers: het is maar de vraag of zij na de zomer- of winterstop terugkeren.

Er zijn meer nadelen. Er zijn regelmatig conflicten over huurcontracten, omdat het een grijs gebied is. Het komt voor dat spelers tussentijds worden teruggestuurd, omdat ze niet voldoen of omdat ze geblesseerd raken. Zo probeert de hurende club te voorkomen dat ze het salaris moeten doorbetalen. Met name in Cyprus, Turkije en Griekenland worden huurcontracten slecht nagekomen.

En er is veel kritiek op Engelse topclubs, die veel (buitenlandse) talenten op zeer jonge leeftijd (15 of 16 jaar) vastleggen. Op die leeftijd zijn de spelers nog relatief goedkoop, clubs willen niet wachten tot ze duurder worden, en nemen de gok. Het is schieten met hagel: ze hopen dat een aantal van hen ooit slaagt. De rest is collateral damage. Veel tienertalenten komen niet aan spelen toe bij hun club en belanden in het huurcircuit. Doemscenario: een zwervend bestaan als huurspeler.

De Nederlander Patrick van Aanholt (21) staat symbool voor de vele talenten die niet zijn doorgebroken bij hun Engelse werkgever. Op zestienjarige leeftijd vertrok hij als veelbelovende verdediger van PSV naar Chelsea. Hij werd in de afgelopen vijf jaar aan vijf verschillende clubs verhuurd, nergens wist hij te imponeren. Ook niet bij Vitesse, waar hij sinds januari speelt.

Voor huurlingen als Van Aanholt is het lastig. Ze hoppen van club naar club, keer op keer moeten ze zich aanpassen aan een nieuwe stad, nieuwe club, nieuwe trainer, nieuwe teamgenoten en een nieuw spelsysteem. Een goede basis waar een speler zich kan ontwikkelen ontbreekt. Het contact met de club waar je onder contract staat, verwatert langzaam. Soms is voetbalhuurling zijn een eenzaam beroep.

Dit artikel is gemaakt op basis van interviews met Rob Jansen (zaakwaarnemer), Martin Schoots (zaakwaarnemer), Pieter Nieuwenhuis (directeur (sport)adviesbureau Hypercube), Ted van Leeuwen (technisch directeur Vitesse), Stefan Szymanski (sporteconoom, University of Michigan) en Wil van Megen (hoofd juridische afdeling internationale spelersvakbond FIFPro).