Schaduw

Afgelopen donderdag keek ik naar het verantwoordingsdebat in de Tweede Kamer. Ik ben er nog niet van hersteld.

Rutte blijft volhouden dat het mooi weer is zelfs wanneer het plenst

De politici leken er zin in te hebben, dus het lag aan mij. Natuurlijk werd er niets verantwoord. Niet raar, er staan verkiezingen voor de deur. Er werd ook geen verantwoordelijkheid genomen – dat was al een stuk ergerlijker. En vooral kon je zien dat de komende verkiezingen geen nieuw hoofdstuk inluiden, omdat ze het gevolg zijn van een diepe politieke crisis.

Hoezo? De meeste politieke partijen hebben niet alleen veel te verliezen. Ze hebben al schrikbarend veel verloren. CDA, VVD, GroenLinks, PVV, PvdA – al deze partijen zijn de afgelopen tijd in het ongerede geraakt. Er wordt geworsteld met gebrek aan leiderschap, een te dwingende partijstructuur, het ontbreken van partijstructuur, het zoeken naar een verhaal, een te flets verhaal. Zulke partijen kunnen nooit over hun eigen schaduw heen springen – ze zijn bang voor hun eigen schaduw.

De regeringspartijen kampen met gefnuikte bravoure. De brutale triomfantelijkheid waarmee dit kabinet werd ingezet, is nu al onvoorstelbaar. Honderddertig op de snelweg, een opgestoken middelvinger naar het Schelde-verdrag, de dierenpolitie – leuke dingen voor niet zulke leuke mensen. Het vereist wat politieke acrobatiek om ons nu te doen geloven dat dezelfde politici die nog maar kort geleden grijnzend met deze onzin aankwamen, ons nu uit de crisis zullen halen.

Terwijl alles kraakt en het pleisterwerk van de muren valt, blijft Rutte mechanisch volhouden dat hij alles onder controle heeft. Het CDA speelt Jezus – vol goede bedoelingen, bereid om zichzelf schuldeloos te offeren voor een beter Nederland, op het laatste moment door Judas verraden. Wilders doet botweg alsof hij er helemaal nooit bij geweest is. Geen kiezer die het gelooft, maar wat moet je – als we de aandacht nou maar op de ongeloofwaardigheid van de ander vestigen, dan krijgt iedereen er vanzelf wel weer zin in.

Dat wordt de inzet: ongeloofwaardige politici die andere politici gebrek aan geloofwaardigheid verwijten. Er loopt nu een scheidslijn tussen de partijen die bereid zijn de beker van de eurocrisis tot de bodem leeg te drinken – om erger te voorkomen – en de partijen die de illusie in stand houden dat Nederland in een handomdraai weer autonoom en soeverein zou kunnen worden – het is toch een schande dat je oude moeder één keer per dag gewassen wordt, terwijl Nederland een „blanco cheque voor veertig miljard” (sic) voor Europa tekent? Net als bij de islam is het weer de straat tegen de staat.

Beide posities zijn inderdaad ongeloofwaardig. De eurocrisis is het resultaat van overreach – omdat het geld voor het opscheppen lag, veronderstelde men een stabiliteit en een gezamenlijkheid die er nooit was. Nu zitten we met de gebakken peren, maar in de tijd zelf was vrijwel niemand er tegen – ook de liberaal Geert Wilders niet.

Nu exploiteert deze volop de gevolgen van zijn eigen misvatting. Geen van zijn kiezers denkt dat Nederland werkelijk uit Europa zal stappen, maar geen van zijn kiezers dacht ook dat de Koran in Nederland verboden zou worden. Het gaat om de emotie. En de emotie is blinde woede. Soms wil een mens, schreef Dostojevski, gewoon iets stuk maken.

Ik wil niet naïef zijn, maar een crisis vraagt om politici die niet te partijgebonden zijn, die een brug kunnen slaan tussen de kleine wereld van de persoonlijke besognes en de grote wereld van het publieke belang, om politici die niet zo opzichtig met hun doelgroep bezig zijn maar iets uitstralen dat het belang van hun achterban overstijgt.

Wat uitstraling betreft had Mark Rutte, met een beetje hulp van anderen, zo iemand kunnen zijn. Hij heeft het tijdens zijn eerste kabinet verknald. Nu kampt hij met het imago van een holle opportunist, een mooi-weer-politicus die blijft volhouden dat het mooi weer is zelfs wanneer het plenst. Dat is geen leiderschap.

Volk redeloos, land reddeloos, regering radeloos. De ademloze verkiezingsstrijd zal die crisis alleen maar bevestigen.