Patriottisme à la carte

Het instituut Oranje is in luttele tijd gebanaliseerd. Al dagenlang horen we Bert Maalderink met zijn cabareteske vraagjes polonaise spelen. Het gaat nergens over, er is alleen de vreugde van de anekdote, een streep polderhumor en daarbovenop het moralisme van de dag.

Automatisch denk je aan RTL Boulevard.

Maalderink is niet alleen in zijn hijgerige folklore van vlag en vaderland. De hele NOS meent Oranje te kunnen koloniseren. Hilversum gereduceerd tot een gezwollen enkel van Van Persie en een opspelende hamstring van Luuk de Jong.

Uitgerekend de collectieve voetbalheisa laat zien hoe de publieke omroep gecommercialiseerd is. Het gaat niet om nieuwsvoorziening, het gaat om een feuilleton van huis-, tuin- en keukentafereeltjes.

Hoezo, Van Bommel lust geen hagelslag. Hij heeft toch ook kinderen?

Spelers, vrouwen, kindjes, staf en KNVB in een operette van familiale animositeit. Alsof Oranje een familie zou zijn. Alsof Rafael van der Vaart zou willen wijken voor Wesley Sneijder of Nigel de Jong. En zie toch de immer vrolijke Dirk Kuijt eens mokken.

Voetbal als zendtijd. Terwijl er nog geen voetbal is. Aan geld ontbreekt het de publieke omroep kennelijk niet.

Aan smaak des te meer.

Op dit eigenste moment wordt de Giro d’Italia gereden. Schitterende beelden, sprint en gebergte, echt koers. Maar de NOS doet er weinig aan. Ach, de Giro, het epicentrum van de natie ligt nu even op een oefenveldje in Lausanne. Italianen zijn een curiosum voor de winter.

Het doel van Hilversum is: zie ons toch eens van het volk zijn. Iedere grasspriet in het teken van een verhevigd patriottisme. En meer nog van kijkcijfers. Maalderink: „Gaat het nog een beetje, Bert? Veren de bedden van Oranje wel lekker door?”

Met Bert gaat het altijd, maar juist dat stoort de NOS-verslaggever. Hij wil iets van reuring, dissidentie, koortsaanvallen, nog liever wanhoop.

Oranje in crisis, zoals de euro.

De NOS heeft de schoonheid van verlangen stukgemaakt. Lang voor de Tour, lang voor het EK in Polen en Oekraïne, lang voor de Olympische Spelen moeten we alles al weten. Wie speelt, wie scoort, wie verdrietig op de bank zal blijven zitten, een ingezworen teen… niets blijft ons bespaard. Op het filmfestival van Cannes zijn ze terughoudender met bedgeheimen.

Gelukkig is er nog Bert van Marwijk die het gala der onnozelheid aan zich voorbij laat gaan. Bert monkelt zich door de waanzin heen. Alle amechtige pogingen ten spijt, Maalderink krijgt geen hoogte van hem. De bondscoach blijft een stilleven. In de mooie boomgaard van zijn hoofd komen geen indringers binnen.

De NOS is deze zomer gedegradeerd tot een gettozender: geef hier die bal. Zelfs in het prestigieuze Journaal gaat het meer over Arjen Robben dan over het heksje Jolande Sap.

Chauvinisme te koop.

Ineens zie je ook dat het Nederlands elftal iets goddelijks in zich draagt. Nog net geen zwartekousenkerk, maar de verabsolutering stemt even onbehaaglijk. Uiteindelijk is Nederland een natie van godzoekers, niet van gelukzoekers. Met dat stigma mogen Huntelaar, Sneijder en Van Bommel aan de slag. Het gaat om niets minder dan het paradijs.

Terwijl een aantal internationals in hun hoofd bezig is met een mogelijke transfer. Ik sluit niet uit dat ook de bondscoach nu in een duistere pizzahut zit te hokken met heren die alleen Engels spreken. Ook hij wil wel weer eens uit de luchtledige hysterie van Oranje treden en weer een normaal leven leiden.

Zonder God.

En zonder Bert Maalderink. In de ontzaglijke luxe van kijken en zwijgen.