Papiamento in Oranje

De Curaçaose internationals van het Nederlands elftal staan in de schaduw van de honkbalhelden. Het eiland heeft ook voetbaltalent. „Dit levert een positieve vibe op.”

Jetro Willems (linksonder), Gregory van der Wiel (rechtsonder) en Vurnon Anita (midden). Foto AP

Het hart is voor Curaçao, het hoofd voor Nederland. Voor Gregory van der Wiel, Vurnon Anita en Jetro Willems is het nooit een optie geweest om te gaan voetballen voor het eiland waar hun roots liggen. Toch vertegenwoordigt dit trio met trots het Caraïbische gebied in Oranje. „Vroeger had je veel Surinamers in Oranje. Nu zie je meer spelers uit Curaçao. We komen eraan”, zegt Anita in het trainingskamp in Lausanne, waar bondscoach Bert van Marwijk vanavond bekendmaakt welke vier spelers afvallen voor het EK.

Daar waar Suriname met Humphrey Mijnals, Ruud Gullit, Frank Rijkaard, Edgar Davids, Michael Reiziger, Clarence Seedorf en Jeremain Lens tal van voetballers voortbracht met wortels in het Zuid-Amerikaanse land, kwam er zelden of nooit een international uit de voormalige Antillen. Doelman Ergilio Hato is de voetbalheld van de Antillen, maar speelde nooit in Oranje. Wel kwam hij tijdens de Olympische Spelen van 1952 in Helsinki uit in het Antilliaans olympisch elftal. ‘Halfbloedjes’ als Bryan Roy (Curaçaose vader) en Patrick Kluivert (Curaçaose moeder) golden als pioniers voor Curaçao met respectievelijk 32 en 79 interlands voor Oranje. Kluivert is met veertig doelpunten zelfs topscorer van alle internationals.

Van der Wiel, Anita en Willems staan op Curaçao nog altijd nadrukkelijk in de schaduw van honkballers als Andruw Jones, Roger Bernadina en Jair Jurrjens die furore maakten in de Amerikaanse Major League. Of jonge honkbalprofs als Jonathan en Sharlon Schoop die vorig jaar met Nederland wereldkampioen werden. En ook de sprinter Churandy Martina, die sinds kort voor Nederland loopt, is een volksheld. „Honkbal is nog steeds sport nummer één. Ik wilde eigenlijk als kleine jongen ook liever honkballen dan voetballen. Maar mijn ouders vonden dat ik in Nederland beter kon voetballen”, legt Anita uit.

Anita verhuisde net als vele andere voetballers uit Curaçao op jonge leeftijd naar Nederland. „Het is voor jonge talentvolle spelers raadzamer om naar Nederland te gaan. De opleiding om voetballer te worden is hier veel beter dan op Curaçao. Daar loopt weliswaar veel talent rond, maar is het voetbal lang niet zo goed ontwikkeld. Jammer genoeg hebben veel ouders het geld niet om hun kinderen naar Nederland te sturen”, zegt de Ajacied.

Anita zag vorige week Hedwiges Maduro (vader uit Aruba, moeder uit Curaçao) buiten de selectie vallen en eenmalig international Leroy Fer werd niet opgeroepen. Maar met de verrassende linksback Jetro Willems is er nog een volbloedinternational uit Curaçao bij Oranje. Anita: „Dat is natuurlijk leuk. Ik trek bij Oranje veel op met Van der Wiel en Willems. Onderling praten we soms Papiamento. Je voelt je met elkaar verbonden. We delen dezelfde cultuur. Wij zijn een trots volk dat helemaal gek is van sport. Hopelijk kunnen wij als voorbeelden voor de jeugd dienen.”

De achttienjarige Willems woonde als kleine jongen kortstondig op Curaçao, maar groeide grotendeels op in Rotterdam-West. „Mijn vader was een honkballer. Ik volg die sport ook nauwgezet. Maar voetbal is altijd mijn ding geweest”, zegt de verdediger, die afgelopen dinsdag tegen Bayern München voor het eerst in Oranje speelde. „De Antillen zijn heel vaak negatief in het nieuws. En dat is jammer. Misschien dat jonge spelers naar ons opkijken. Dat weet ik niet. Eerlijk gezegd ben ik daar nu eigenlijk ook niet mee bezig.”

Rechtsback Van der Wiel weet wat het is om als international van Oranje op een eindtoernooi actief te zijn. De Ajacied speelde in 2010 mee in de WK-finale in Zuid-Afrika. Anita viel twee jaar geleden op het laatste moment af voor dat toernooi en kwam tot dusver niet verder dan drie interlands. Willems moet zijn officiële debuut in het Nederlands elftal nog maken. Anita: „Het is al heel mooi om de voorbereiding op het EK mee te maken. Ik zal er alles aan doen om de bondscoach van mijn kwaliteiten te overtuigen. Op welke plek ik dan eventueel zou komen te spelen maakt me niets uit. En mocht ik afvallen, dan zal ik nog harder moeten werken om er de volgende keer wel bij te zitten.”

De voetballers weten dat Curaçao meekijkt als Nederland begin volgende maand aan het EK in Polen en Oekraïne begint. „Het voetbal wordt steeds populairder”, stelt Anita. „Op de televisie worden wedstrijden uit de Nederlandse competitie uitgezonden. En de mensen beginnen me te kennen als ik er op vakantie ben. Ik zou later best wel wat voor het voetbal in Curaçao willen betekenen. Het zou mooi zijn als voetbal op Curaçao populairder wordt. Ik zie heel veel talent uit de voormalige Antillen bij Ajax en Feyenoord in de jeugdteams. Die komen eraan. Schitterend om te zien. Dat levert een positieve vibe op voor Curaçao.”

En wie naar de statistieken kijkt ziet dat de voetballers uit Curaçao geluk lijken te brengen voor Oranje. Toeval of niet; Maduro (18 interlands), Anita (3 interlands ) en Fer (1 interland ) verloren nog nooit als international. Van der Wiel stapte na slechts drie van 29 interlands als verliezer van het veld.