Ombudsman en Hoge Raad zoeken de confrontatie

Soms is het na een weekje patrouille in de rechtsstaat moeilijk kiezen. Analyseren we de fantasiepoging van Wilders om het Europese noodfonds via de rechter op de lange baan te krijgen? Of lees ik het vonnis na over Robert M., die maandag 18 jaar plus tbs kreeg? Of kijken we naar de rechter in Assen,

Soms is het na een weekje patrouille in de rechtsstaat moeilijk kiezen. Analyseren we de fantasiepoging van Wilders om het Europese noodfonds via de rechter op de lange baan te krijgen? Of lees ik het vonnis na over Robert M., die maandag 18 jaar plus tbs kreeg? Of kijken we naar de rechter in Assen, die een privéruzie over 1.600 euro met een advocatenkantoor belangrijker vond dan zijn ambt van kalmte en onpartijdigheid. Of wandel ik een eindje mee in het pleidooi van WRR-rapporteur Pieter Winsemius, dinsdag, voor een „doe-democratie”. Dat hield eerst een pessimistische analyse van de staat van de Nederlandse democratie in, waar veel ambtenaren de burgers wantrouwen. Gevolgd door een praktische handleiding hoe dat te repareren. Lokale bestuurders moeten zoeken naar „trekkers en verbinders” onder de agenten, buurtwerkers, onderwijzers en hen ondersteunen. Her en der is het vertrouwen al terug. Een mooi verhaal.

Maar de Kamer reageert gebeten en geeft de Ombudsman een publiek standje

Maar ik ben toch blijven hangen bij de publieke schrobbering die de Nationale Ombudsman op een achternamiddag van de Tweede Kamer kreeg. In april had Brenninkmeijer in deze krant een paar stevige opmerkingen gemaakt over het kabinet Rutte/Wilders. De vraag was of en waarom de Ombudsman na zijn herbenoeming meer de barricaden koos. Dat werd in het interview uitgelegd. Brenninkmeijer stoort zich aan het tanend respect onder politici voor rechterlijke vonnissen, aan het negeren van onafhankelijke adviezen van bijvoorbeeld de Raad van State, aan de gebrekkige zelfkritiek in de Kamer, aan de code elkaar binnen de trias politica niet lastig te vallen, aan de kadaverdiscipline rond het regeerakkoord. „Ik doe daar niet aan mee”, zei hij, toen nog onbevangen. Het kabinet leek hem zelfs bezig aan het ‘afschaffen van de rechtspraak’. De ‘pluriforme rechtsorde’ waarin politieke opvattingen, deskundige adviezen en rechterlijke oordelen meewegen, leek ingeruild voor een overdreven primaat van de politiek, vond hij.

Woensdag kreeg hij het lid op de neus. Was Brenninkmeijer minister geweest, dan was hij nu ontslagen. Ongepast, niet acceptabel, onjuist, niet gefundeerd, schadelijk, te politiek – VVD, maar ook PvdA en PVV kwamen diskwalificerende termen tekort. De Ombudsman had de ergste zonde in politiek Den Haag begaan, namelijk voor zijn beurt spreken. Want hoezeer Brenninkmeijer zichzelf ook ziet als ‘constitutionele speler’ die ook ‘meer algemene observaties’ mag doen, de Kamer rook politiek en reageerde gebeten. In krap een uurtje werd een Hoog College van Staat mèt de persoon die er mee samenvalt, met de grond gelijk gemaakt.

En waarom? Om kritiek die de Hoge Raad nota bene dezelfde dag in haar jaarverslag wat de rechtspraak betreft bevestigde. Procureur-generaal Jan Watse Fokkens verwacht zelfs te zijner tijd een parlementaire enquête naar het vastlopen van de rechtspraak. „Ook dan zal de conclusie, net als destijds over het onderwijs zijn: de politiek hield te weinig afstand en wilde teveel sturen, er zijn teveel, te weinig doordachte regelingen en veranderingen ingevoerd die de kwaliteit van de rechtspraak niet ten goede zijn gekomen.” Kabinetten trekken al jaren te weinig geld uit om de rechtspraak te laten uitvoeren wat er gevraagd en beloofd wordt. De grens is inmiddels wel bereikt, aldus Fokkens. Terwijl het toeschuiven van nieuwe taken gewoon doorgaat. Dat schept illusies. De kwaliteit zal teruglopen. Het draagvlak voor de rechtspraak komt in gevaar.

De president van de Hoge Raad Geert Corstens is even kritisch. Het vertrouwen in de rechtspraak zal afnemen. De strafrechtspraak dreigt te worden gemarginaliseerd. Boetes, taakstraffen en korte vrijheidsstraffen worden al zonder rechter door de overheid zelf opgelegd. Ook de klassieke taak van de rechter om de burger tegen de overheid te beschermen komt zo in het gedrang.

Corstens vindt het hameren op repressie en streng optreden een vorm van ‘paaien’ van de burger door de politiek. Het beeld bij de burger dreigt te kantelen, denkt hij. Het is straks de overheid die straft. De strafrechter mag nog wat na sputteren. Als de rechter dan straffen verlaagt, wordt die opgescheept met het predikaat ‘slap’. Door het straffen over te nemen wordt de rechtspraak uitgehold. En overigens herhaalt Corstens de mening van vrijwel alle strafrechtdeskundigen over hun vak. Wie denkt dat hoge straffen tot meer veiligheid leiden, koestert een ‘gevaarlijke misvatting’. Wie meer veiligheid wil moet „geld en menskracht steken in reclassering, resocialisatie, jeugdwerk en preventie”. Zo simpel is het.

Zou de Kamer dit ook politieke uitspraken vinden? Of mag de top van de Hoge Raad wel kritiek hebben op de politiek en de Ombudsman niet? Het lijkt er wel op.