Muziek voor winnaars

Een kleurrijke en complete biografie van funkgod James Brown en een fantastische autobiografie van producer Nile Rodgers, grondlegger van de disco – de popgeschiedenis kan weer een tijdje vooruit.

elfs als hij in het tropische Miami was en de temperatuur boven de dertig graden kwam, had James Brown een jas over zijn arm. In The One. The Life and Music of James Brown laat de Amerikaanse journalist R.J. Smith dominee Al Sharpton vertellen waarom. Er zat altijd een pistool onder de jas van de Godfather of Soul, legde Browns geestelijke leider uit in een van de tientallen interviews die Smith hield voor zijn meesterlijke boek over werk en leven van James Brown (1933-2006). Na onder meer twee autobiografieën uit 1986 en 2005 is The One de eerste complete biografie die niet alleen aandacht besteedt aan Brown als de Hardest Working Man in Show Business, maar ook aan Brown als zakenman, politiek activist, gezinshoofd en misdadiger.

Hierbij spaart Smith Brown niet. Herhaaldelijk laat hij zien dat de zanger zijn pistool niet alleen onder zijn jas hield, maar ook gebruikte. Zo ging James Brown in 1963 met zijn pistool verhaal halen bij Joe Tex, in muziek én liefde een concurrent. In een voorprogramma bij zijn optreden had Tex het gewaagd Browns beroemde ‘act met de cape’ te parodiëren. Verstrikt in een vuile mantel had Tex over het podium gerold, terwijl hij riep: ‘Please. Please, please, get me out of this cape.’‘Please, please, please’, uit 1955, was Browns eerste hit die hij altijd aan het einde van elk optreden zong terwijl hij zich, ogenschijnlijk uitgeput en gebroken, van het podium afsleepte en een koningsmantel kreeg omgeslagen.

Na het optreden in het City Auditorium in Macon zocht Brown zijn rivaal op in Club 15, waar Tex naar Otis Redding zat te kijken. Zodra hij Tex zag, begon hij te schieten. Tex wist te ontkomen en werd niet geraakt, maar zeven andere aanwezigen wel. Om aanklachten te voorkomen, werden ze door de manager van James Brown afgekocht met 100 dollar.

Zelfs leden van James Browns band waren niet veilig voor zijn uitbarstingen. Gitarist Jimmy Nolen, die met zijn karakteristieke krassende geluid vele jaren lang een steunpilaar van Browns funkorkest was, werd eens door hem met een pistool bedreigd en geslagen. Zijn vier echtgenotes en zijn ontelbare vriendinnen kregen bijna allemaal wel eens slaag. Tammy Montgomery, de achtergrondzangeres en vriendin van James Brown die later bij Motown onder de naam Tammi Terrell bekend zou worden, mishandelde hij en plein public zo erg dat ze volgens een ooggetuige ‘te zwak was om te vallen’.

Toch is Smith niet ongenadig voor Brown. Zijn gewelddadigheid kwam voort uit verlatingsangst, beweert hij in een van zijn weinige pogingen om Browns maniakale gedrag psychologisch te verklaren. En al schrijft Smith het niet met zo veel woorden, die verlatingsangst is terug te voeren op zijn armoedige jeugd in Georgia.

Zijn gewelddadige vader noch zijn gestoorde moeder kon voor de kleine Jimmy zorgen. Het grootste deel van zijn jeugd bracht hij door in het bordeel van zijn tante in Augusta waar niemand naar hem omkeek. Op zijn vijftiende werd hij veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens diefstal uit auto’s. In de gevangenis werd hij lid van een zanggroepje, na zijn straf ging hij wonen bij zijn levenslange vriend en muzikale metgezel Bobby Byrd en begon hij met hem de Gospel Starlighters, de eerste van zijn vele groepen.

Hoewel Brown nooit muziek leerde lezen en alleen een beetje piano kon spelen, groeide hij tot een van de belangrijkste popmusici van de 20ste eeuw. Zijn gedrilde band was het instrument waarmee hij de grondlegger van een nieuw genre werd: funk. Wat Browns eerste funknummer is, durft Smith niet te bepalen. Tegenwoordig wordt Browns ‘I ’ve Got Money’ uit 1962 vaak genoemd als het eerste funknummer uit de geschiedenis, maar volgens Smith is funk net zomin uitgevonden als blues of ijs. Ook kan hij niet precies omschrijven wat het nu is. Funk is in ieder geval meer dan de muzikale nadruk op de eerste tel van de vierkwartsmaat, the One, zoals de gebruikelijke definitie luidt. Met nummers als ‘Cold Sweat’ en ‘Sex Machine’ veranderde Brown de nederige blues, de muziek van de verliezers, in trotse, harde funk, de muziek van de winnaars. ‘The One is afgeleid van de aarde zelf, de grond, de dennebomen van mijn jeugd’, laat Smith Brown, er zelf over zeggen. ‘En het belangrijkste: funk is de upbeat – EEN twee DRIE vier – niet de downbeat – een TWEE drie VIER – van de blues. Ik werd geboren op de downbeat en ik weet zeker dat daar geen trots in schuilt. De upbeat is rijk, de downbeat is arm. Trots naar voren stappen gebeurt op de agressieve ‘One’; niet op de passieve Twee.’

Funk werd eind jaren zestig dan ook de soundtrack van de burgerrechtenbeweging en de opstanden in de Amerikaanse getto’s. Maar de zanger van ‘Say It Loud (I’m Black and I’m Proud)’ was toch niet onomstreden in Zwart Amerika, vooral niet nadat hij in 1972 bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn steun voor de Republikeinse presidentskandidaat Nixon uitsprak. Hij werd van sell out beticht en als een Uncle Tom beschouwd. Maar Smith legt uit dat Brown, die door hard werken een rijke zakenman was geworden, in Nixon de leider zag die met zijn pleidooi voor onversneden kapitalisme de zwarten de weg wees naar echte emancipatie. Alleen door zelf ondernemingen te beginnen, kon Zwart Amerika zich bevrijden van het witte juk.

Zelf bleek Brown uiteindelijk niet zo’n goede zakenman. Toen zijn succes minder werd en de disco van Nile Rodgers’ Chic en The Bee Gees de funk verdrong, moest hij wegens wanbeheer bijna zijn hele zakenimperium van radiostations, hotels, clubs en restaurants verkopen. Hij werd gered door de Blues Brothers, die hem de rol van dominee gaven in hun gelijknamige film uit 1980 en hem zo een nieuw jong, blank publiek bezorgden. Later in de jaren tachtig maakten de hiphoppers hem door hun eindeloze gebruik van zijn funknummers tot meest gesampelde artiest ter wereld.

Dit kon niet voorkomen dat James Brown eind jaren tachtig opnieuw een paar jaar de gevangenis moest doorbrengen, nu wegens pogingen om zijn arrestatie te ontlopen nadat hij, onder invloed van Angel Dust, congresgangers in zijn hotel in Augusta met een geweer had bedreigd. Maar na zijn vrijlating in 1991 krabbelde hij weer op. Als levende legende toerde hij 'weer jaar in jaar uit over de hele wereld, tot hij er op Eerste Kerstdag 2006 dood bij neerviel. Wegens gekrakeel tussen zijn vele nazaten over de erfenis duurde het maanden voor hij ter aarde werd besteld.

R.J. Smith: The One. The Life and Music of James Brown. Gotham Books, 455 blz. € 27,-