Met sancties schiet EU zich in de voet

Maar de sancties tegen Iran, die op 1 juli ingaan, treffen ook Azië. Het verbod op het verzekeren van Iraanse olie legt de aanvoer naar Azië plat. Aziatische landen zijn boos.

Het verbod op het verzekeren van het vervoeren van Iraanse olie door Europese verzekeringsmaatschappijen is een van de meest onderbelichte onderdelen van de EU-sancties tegen Iran die op 1 juli ingaan. Maar het is ook een van de meest desastreuze maatregelen van het pakket, dat verder voornamelijk bestaat uit een algehele boycot van Iraanse olie door de 27 EU-landen.

Dat geldt zeker voor Iran, dat de druk van alle andere internationale sancties nu langzamerhand echt begint te voelen. Maar het geldt evenzeer voor de sanctienemers in Europa zelf. Én voor olie-afnemende landen in Azië die niets met de Europese sancties te maken hebben.

Veel meer dan een boycot is het verzekeringsverbod in staat om de gehele Iraanse aanvoer op de wereldoliemarkt lam te leggen – op papier althans, want de olie-industrie is een creatieve industrie en in het verleden is gebleken dat olie op tal van manieren op een ‘verboden’ plaats van bestemming kan aankomen. En op die markt, ook al is die mede door de internationale economische malaise nu veel minder gespannen dan enkele maanden geleden, zal dat de prijzen omhoog stuwen, zeggen analisten. Al was het maar vanwege irrationele beleggers en speculanten.

„En daarmee schiet Europa, dat zich toch al in een ernstige crisis bevindt, zichzelf in de voet”, zegt Nigel Kushner van het Britse advocatenkantoor Whalerock, die zich al jaren bezighoudt met sancties tegen Iran.

De EU-boycot zelf snijdt alleen de Iraanse oliestroom naar Europa af. Maar met een Europees verzekeringsverbod wordt ook de aanvoer naar Azië platgelegd, een stroom die veel groter is dan die naar Europa, want China, India, Japan en Zuid-Korea behoren tot de beste klanten van de Iraanse oliesector. Ook deze landen sloten tot nu hun verzekeringen af in Europa. De Europese verzekeringsmarkt, zenuwcentrum Londen, is met een marktaandeel van 90-95 procent de grootste van de wereld. Met het verbod wordt het voor de Aziatische landen steeds moeilijker en risicovoller om olie uit Iran te importeren. De verzekeringen dekken schade bij aanvaringen maar ook claims bij milieurampen en lopen soms in de miljarden.

Geen wonder dat die Aziatische landen op zijn zachtst gezegd ontstemd zijn. „Zij zien hun leveringszekerheid in gevaar komen”, zegt Lucia van Geuns van de denktank Clingendael in Den Haag. China waarschuwt nu dat het mogelijk zonder verzekering gaat varen. De vraag is wat er gebeurt als er dan een Chinese olietanker bij Gibraltar vergaat.

Voor Zuid-Korea en Japan ligt het iets ingewikkelder. Zij hebben minder financiële armslag en kunnen dus minder goed zelf verzekeren. En ze zijn afhankelijker van de VS, de stuwende kracht achter de sancties tegen Iran. Zuid-Korea lijkt daardoor het eerste Aziatische land te worden dat gedwongen wordt om de olie-import uit Iran volledig te staken, terwijl daar in feite niets verboden aan is. Seoul en Tokio zijn nu in Brussel aan het onderhandelen om uitzonderingsposities te krijgen.

Jurist Kushner vat samen: „Eerst kwamen de Aziatische landen de VS al tegemoet door minder te importeren uit Iran, en nu blijkt dat door de Europese sancties de olie die overbleef niet meer te verzekeren valt, en dus eigenlijk niet te importeren.”

Opvallend genoeg waren veel (Amerikaanse en Europese) voorstanders van de sancties tegen Iran er juist van overtuigd dat die niet moesten leiden tot het compleet wegvallen van de Iraanse olieaanvoer op de wereldmarkt. Het idee was vooral dat diegenen die nog wel konden blijven kopen, dat tegen lagere prijzen zouden doen en daarmee de Iraanse overheidsinkomsten zouden uithollen. Met minder klanten kan Iran minder hoge prijzen vragen. China heeft vanuit die machtspositie al aanzienlijke kortingen bedongen.

Het zijn de Britten, behorende tot de voorvechters van de strengste sancties tegen Iran, die er nu voor pleiten om het verzekeringsverbod terug te draaien, of op zijn minst uit te stellen met een half jaar. De Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague zei enkele dagen geleden dat het verbod „gevaarlijk” was voor de Europese energiemarkt en de handelsbetrekkingen met Aziatische landen schade toebracht.

Anonieme diplomaten zeiden voorafgaand aan de gesprekken in Bagdad over het Iraanse nucleaire programma tegen de Financial Times dat uitstel van het verbod of intrekking daarvan wellicht als „wortel” kon worden voorgehouden om Iran concessies te laten doen. Maar volgens analisten is dat in feite een sigaar uit eigen doos. De Britten hebben niet goed opgelet toen ze eerder dit jaar met de EU-sancties instemden, en willen ervan af nu duidelijk is wat voor impact die hebben op hun verzekeringsindustrie. „Het is eigenbelang van de Britten”, zegt analist Van Geuns van Clingendael.

Of dat uitstel er gaat komen, is de vraag. De EU heeft na de uitspraken van Hague toegezegd een onderzoek in te stellen naar „ongewenste” effecten van het verbod. Maar een anonieme Europese diplomaat die nauw betrokken is bij de gesprekken zei twee weken geleden tegen de scheepvaartnieuwssite Hellenic Shippings News dat het „onwaarschijnlijk is dat er iets zal veranderen”. Velen binnen de EU zien sancties als het enige drukmiddel dat ze hebben tegen Iran, ook al betekent dat dat Europa er zelf ook veel last van ondervindt. En veel EU-landen zouden zich storen aan de Britten, die alleen maar aan zichzelf zouden denken.