Libanezen raken in lichte paniek over Syrië

Libanon is in de ban van een smeuïg verhaal dat ’s lands ingewikkelde relatie met de oorlog in buurland Syrië weerspiegelt. Maar de situatie dreigt uit de hand te lopen.

Woensdagavond omstreeks elf uur. In de uitgaanswijk Hamra in West-Beiroet heerst de gebruikelijke drukte, ondanks het gespannen klimaat in Libanon. Kortgerokte meisjes flaneren aan de hand van hun vriendjes. Tot er plotseling knallen weerklinken van een paar blokken verderop. Jongens van de Syrische Sociaal-Nationalistische Partij, de pro-Syrische partij die deze buurt controleert, werpen onmiddellijk wegversperringen op en sommeren iedereen om op te hoepelen.

De volgende dag is het het gesprek van de dag. Beetje bij beetje sijpelen de details door. Een liefdesdriehoek tussen twee Syrische mannen en een Syrisch meisje – de Libanezen maken er al snel een hoertje van – is uitgelopen op een veldslag waarbij politie en leger tot zes uur ’s ochtends met handgranaten zijn bestookt vanaf de zevende verdieping van een appartementsgebouw. Zeven soldaten zijn gewond, in het appartement zijn twee lijken gevonden.

Dan komt Al-Manar, de tv-zender van Hezbollah, met een scoop. De echte dader, die gearresteerd is, heet Hani Shanti. Hij is een Jordaniër die vijf maanden geleden is vrijgelaten. Hij maakte deel uit van een met Al-Qaeda verwante groep die de moord op oud-premier Rafiq Hariri in 2005 zou hebben bekend. Ze trokken hun bekentenissen later in; ze zouden door foltering zijn verkregen. In het appartement zijn oorlogswapens gevonden, wellicht bedoeld voor de rebellen in Syrië. Vermoed wordt dat de Jordaniër toevallig in het appartement was voor een wapendeal op het moment dat een passiemoord de politie naar het gebouw lokte.

De afgelopen anderhalf jaar is Libanon er wonderwel in geslaagd om het conflict in het buurland op afstand te houden, hoewel de ene helft de Syrische rebellen steunt en de andere het Syrische regime. Maar een opeenvolging van bizarre incidenten maakt dat steeds moeilijker.

De reeks begon met de arrestatie op 12 mei van Shadi al-Moulawi, een prediker, op verdenking van terrorisme. De arrestatie leidde tot gevechten in de noordelijke stad Tripoli, waar net als in Syrië, een alawitische minderheid op gespannen voet leeft met een sunnitische meerderheid. Volgens de sunnieten was de werkelijke reden dat Al-Moulawi sympathiseert met de vooral sunnitische rebellen in Syrië.

Maandag werd een andere sunnitische prediker, Ahmad Abdel Wahad, doodgeschoten door het leger bij een controlepost. Ook Abdel Wahad stond bekend als sympathisant van de Syrische rebellen. Zijn dood leidde tot rellen in Beiroet. De volgende dag werden elf Libanese pelgrims, shi’ieten op de terugweg van een bedevaart naar Iran, ontvoerd in het Syrische Aleppo. Door de sunnieten van het Vrije Syrische Leger, zeggen de shi’ieten, die prompt een aantal hoofdwegen in Libanon blokkeerden uit protest.

Over de gebeurtenissen doen tal van theorieën de ronde. De sunnieten, met de steun van de Golf-Arabieren, willen het leger weg uit Noord-Libanon om ongestoord wapens te kunnen smokkelen naar de Syrische rebellen, zegt de ene. Het bewijs: de Golfstaten riepen hun onderdanen eerder deze maand op Libanon te verlaten. Het Syrische regime wil Libanon in brand steken om de bevoorrading van de rebellen af te snijden, zegt de ander. Het bewijs: Damascus stuurde vorige week een brief naar de Verenigde Naties om te klagen dat „delen van Libanon een vrijhaven zijn geworden voor Al-Qaeda”.

De Libanezen krijgen het steeds moeilijker om te doen alsof er niets aan de hand is. Het zomerseizoen – Libanon hoopte dit jaar 3 miljoen toeristen te ontvangen – is verloren: het regent afzeggingen van Golf-Arabieren en Libanezen van de diaspora. Ook in het dagelijkse leven maakt ontkenning stilaan plaats voor een lichte paniek.

Op de campus van de Amerikaanse universiteit, een groene long in Hamra, zitten vijf Libanese meisjes, studenten psychologie, na te praten over het incident van woensdag. „Het zijn vooral onze ouders die in paniek raken omdat zij de burgeroorlog hebben meegemaakt”, zegt Carole, 20. „Mijn vader heeft geëist dat ik een tas met het hoogstnodige bij de deur zet om snel weg te komen.”

Alexandra, 20, kreeg een paniekerig telefoontje van haar vader die in Saoedi-Arabië naar de tv zat te kijken. „Hij zei dat ik meteen mijn paspoort in orde moet brengen.” Ook Lara, 21, kreeg telefoon van haar familie in Dubai. „Ze willen dat ik terugkeer, maar ik studeer binnen een maand af. Ik heb ze overtuigd te mogen blijven maar de dag dat ik mijn diploma heb moet ik op het vliegtuig stappen.”

Zelf proberen ze zo normaal mogelijk te leven. „We zitten wel voortdurend het nieuws te checken. Het probleem is dat via Twitter meteen de wildste geruchten de ronde doen”, zegt Carole. „Natuurlijk zijn wij bezorgd: ik heb het gevoel dat veel mensen willen dat er oorlog komt”, zegt Lara. Wie die mensen zijn weten de meisjes ook niet. „Volgens mij zijn het buitenaardse wezens”, grapt Carole. „Wij Libanezen leggen graag de schuld elders”, zegt Lara, „maar misschien zijn wij het zelf wel die er, generatie na generatie, maar niet in slagen om ons sektarisme te overstijgen.”