Jamie Dimon glijdt van zijn troon

Hoeveel miljard het onlangs gerapporteerde handelsverlies van JP Morgan Chase zal behelzen, is nog niet zeker. Maar vaststaat dat bestuursvoorzitter Jamie Dimons reputatie als Wall Streets beste risicomanager beschadigd is.

JPMorgan Chase CEO Jamie Dimon leaves after speaking at a Deutsche Bank Securities Inc. Global Financial Services Investor conference on Monday, May 21, 2012 in New York. Dimon said Monday that the bank is suspending plans to buy back its own stock. Dimon said the bank will continue to pay a dividend despite the $2 billion trading loss disclosed on May 10. (AP Photo/Jin Lee) AP

Laat me de posities zien, blafte Jamie Dimon toen hij op 30 april van dit jaar hoorde dat zijn bank JP Morgan Chase een miljardenverlies had geleden. „Nu! Ik wil alles zien!” Toen Dimon de cijfers zag, moest hij naar adem happen, vertelden bronnen die aanwezig waren bij de bijeenkomst in New York later tegen The Wall Street Journal.

Financieel kan JP Morgan Chase het immense verlies van 2 miljard dollar (dat volgens analisten op zou kunnen lopen tot 5 miljard) wel hebben. De bank heeft, in de woorden van Dimon een ‘balans als een fort’, en zal naar verwachting in het tweede kwartaal nog altijd zo’n 4 miljard dollar winst maken. Dimons adem stokte vermoedelijk dan ook niet vanwege de omvang maar vooral vanwege de gevolgen die dit verlies heeft voor de reputatie van zijn bank – en die van hemzelf.

In persoptredens en in een conference call met investeerders vorige week dinsdag, deed Dimon wat elke topman onder zijn omstandigheden zou hebben gedaan: hij trok het boetekleed aan. Dus noemde hij de handelsstrategie van het JP Morgan-filiaal in Londen – waar de verliesgevende posities waren ingenomen door de nu al beruchte handelaar Bruno Iksil, alias ‘Voldemort’ – „belabberd, complex, slecht overzien, slecht uitgevoerd en slecht gemanaged”. In het NBC-programma Meet the Press zei hij: „We weten dat we slordig waren. We weten dat we dom waren.”

Voor Jamie Dimon was het geen reden om zijn keiharde kritiek in te trekken op de hervorming van de Amerikaanse financiële sector die na het uitbreken van de kredietcrisis in 2008 wordt ingevoerd. Vooral de zogenaamde Volcker-regel, die speculatie door banken beoogt te beperken, kan rekenen op de hoon van Dimon.

Tegelijkertijd wil hij zelf niets weten van de kritiek op de vele petten die hij zelf op heeft. Zo vervult Dimon drie bestuursfuncties bij JP Morgan: bestuursvoorzitter, chairman en president). En tegelijkertijd is hij bestuurslid van de Federal Reserve Bank of New York, een belangrijk onderdeel van het Amerikaanse stelsel van centrale banken. Een oproep daartoe van prominente figuren als Eliot Spitzer, oud-gouverneur van New York, en de econoom Simon Johnson, negeert Dimon.

„De Federal Reserve dient Wall Street te reguleren”, zei Johnson vorige week in een interview met Bill Moyers. „Een prominente bankier als Jamie Dimon hoort daar dus niet te zitten. (…) De New York Fed beweert dat hij niet betrokken is bij supervisie. Misschien. Maar waarom steekt een drukbezet man als Dimon tijd in een dergelijke bestuursfunctie? Hij krijgt er iets voor terug. Het is een transactie, zoals alles op Wall Street.”

Op Wall Street dankt de 56-jarige Jamie Dimon zijn reputatie als sublieme risicomanager aan de manier waarop hij JP Morgan Chase, waarvan hij sinds 2005 bestuursvoorzitter is, door de financiële crisis van 2008 loodste. JP Morgan nam niet de risico’s die concurrenten als Citigroup en Bank of America wel namen. Zijn bank kwam zo sterk uit de crisis dat het met hulp van de Federal Reserve de noodlijdende instellingen Bear Stearns en Washington Mutual overnam. Tegenwoordig is JP Morgan Amerika’s grootste bank – zowel gemeten naar winstgevendheid als naar balanstotaal.

Juist Dimons onvermurwbare verzet tegen regulering van Wall Street, met als argument dat zijn bank altijd alles onder controle heeft gehad, is wat JP Morgans recente handelsverlies zo pikant maakt. „JP Morgan is een van de best geleide banken die er is”, zei president Barack Obama onlangs in het ABC-programma The View. „Jamie Dimon is een van de slimste bankiers die we hebben. En toch verliezen ze zomaar meer dan 2 miljard dollar. Dat is precies waarom hervorming van Wall Street belangrijk is.”

Die hervorming is er al in de vorm van de zogeheten Dodd-Frank-wetgeving. Alleen zijn daarvan slechts de contouren bekend: de daadwerkelijke regels moeten grotendeels nog worden geschreven en geïmplementeerd. Desalniettemin spitst het debat in de Verenigde Staten zich toe op de volgende vraag: is het soort handelen dat Bruno Iksil deed in strijd met de nieuwe bankregels?

Volgens de Volcker-regel (genoemd naar voormalig centraal bankier Paul Volcker) mogen commerciële banken als JP Morgan wel ‘hedgen’ maar niet speculeren. Dat wil zeggen dat een bank wel een positie in mag nemen die beschermd tegen eventueel verliesgevende leningen aan bijvoorbeeld Griekenland of Spanje (hedgen). Maar posities innemen die winstgevend zijn als Griekenland failliet gaat (speculeren), mag dan juist niet. In anticipatie op deze regel hebben de grote banken, en dus ook JP Morgan, de afdelingen waar ze voor eigen rekening handelen voor eigen rekening al opgedoekt.

Volgens Simon Johnson vallen de handelsposities van Iksil niet onder de noemer ‘hedgen’, ook al beweert Dimon van wel. „Dit was geen hedge, maar een gok op extreem complexe derivaten”, zei Johnson in het interview met Moyers. „Je vraagt je af: hoe heeft Jamie Dimon, die zich erop laat voorstaan een expert in risicomanagement te zijn, dit kunnen missen?”

De vraag stellen is hem beantwoorden: grote handelsposities, zoals Ilsil vanuit Londen innam, worden vermoedelijk niet ingenomen zonder toestemming van Dimon – of in ieder geval niet zonder zijn medeweten. Al op 13 april liet Dimon in een conference call met investeerders blijken dat hij op de hoogte was van Iksil’s ‘hedge’, die hij toen wegzette als een „complete storm in een glas water”.

Dat roept een andere vraag op: is hier op enige wijze sprake van strafbaarheid voor Dimon? Dodd-Frank is weliswaar nauwelijks in werking, maar andere effectenwetgeving zou van toepassing kunnen zijn. Zo is het misleiden van investeerders traditioneel een zwaar vergrijp.

Civielrechtelijk zijn verschillende partijen in ieder geval al in de benen gekomen. Investeerders klaagden vorige week de bank aan vanwege de uitspraken van Dimon op 13 april, die misleidend zouden zijn geweest. En afgelopen dinsdag dienden een groep werknemers van JP Morgan een aanklacht in tegen hun werkgever – de grief: het handelsverlies heeft de waarde van de aandelen in hun pensioenfonds doen kelderen.

Het Amerikaanse ministerie van Justitie is een onderzoek begonnen naar het handelsverlies van JP Morgan. Johnson verwacht er in juridisch opzicht niet veel van. „Justitie en de beurstoezichthouder zijn sinds de crisis niet erg goed geweest in het afdwingen van effectenwetgeving; daar zie ik niet opeens verandering in komen. Maar als het onderzoek alle details van het handelsverlies bovenlegt, dan zou dat extreem informatief zijn. Ik ben er namelijk van overtuigd dat de benadering van risicomanagement op Wall Street nog altijd zwaar ontoereikend is en ons leidt naar een nieuwe, grote crisis.”

Mars van Grunsven