In slaapt niemand goed Rena

Redacteur Integratie

De meisjes van Rena kun je niet zomaar van alles vragen. Coördinator Ineke van Buren vertelt vooraf wie met rust gelaten moet worden. De meesten.

Achttien Afrikaanse jonge vrouwen. Eén meisje uit Brazilië. Eén uit Roemenië. Met haar bleke huid, steile donkerblonde haar en zware make-up, valt ze op. De meesten zijn tussen de zeventien en tweeëntwintig jaar oud. Een vrouw is 29. Elk een eigen verhaal dat ver weg begon. In Nigeria, Guinee, Ethiopië, Oeganda, Angola of Congo.

Voor een deel komen hun verhalen overeen. Ze zaten in Afrika al in een benarde positie – gedwongen uitgehuwelijkt, mishandeld, verweesd, besneden, heel arm. Meestal kregen ze een uitweg aangeboden door „heel aardige man”: een reis naar het Westen, naar Nederland. Daar wachtte geen baantje in de horeca of kinderopvang, maar uitbuiting. Negentien in de gedwongen prostitutie in Nederland. Eén Ethiopisch meisje werd opgesloten als huisslaaf. Uiteindelijk zijn ze gevlucht of gevonden door de politie.

En dan? De opvang voor asielzoekers is geen optie. Slachtoffers van mensenhandel hebben hulp nodig. Ze komen terecht in Rena in Leeuwarden, onderdeel van Fier Fryslân. Overdag zijn er begeleiders, ’s nachts een waakdienst.

Ze hebben vooral psychische problemen. Iedereen heeft een posttraumatische stress-stoornis, zegt Ineke van Buren. Daarnaast angststoornissen, slapeloosheid, depressie. Sommigen hebben ook lichamelijke problemen. Een enkeling is verstandelijk beperkt. „We proberen uit te vinden wat speelt, en hoe dat behandeld kan worden.” Dat is lastig. Niemand spreekt Nederlands. Niet iedereen Engels. Het cultuurverschil is immens. Sommigen komen uit de binnenlanden van Afrika, hebben nooit leren lezen.

Om half negen is er ontbijt. Op tafel staan bruin brood en crackers. Boter en kaas. Yoghurt en muesli. Aan tafel zitten alleen mentoren. Elke mentor is verantwoordelijk voor twee vrouwen. De vrouwen zijn er niet.

Dat vinden de mentoren niet gek. Afrikanen ontbijten niet, weten ze inmiddels. Ze eten een of twee keer per dag warm. De mentoren hebben uitgelegd dat het gezond is om te ontbijten. Een meisje komt binnen en warmt een bord vol rijst en kip op in de magnetron. Een ander loopt de keuken uit met een bord friet en frikadellen. Ze eten op hun eigen kamer. Dat mag. Alleen het avondeten om zes uur is verplicht.

Om half tien is er Nederlandse les. Voor alle twintig vrouwen. Ze stellen zichzelf voor. Mompelend. Zoekend naar de Nederlandse woorden. Een enkeling lacht erbij: „Ik ben Kadiatou, ik ben achttien jaar, ik kom uit Guinee. Ik heb geen kinderen.”

„Ik ben Joy, ik ben twintig jaar. Ik komt uit Nigeria en heb een dochter.”

Zeven kinderen zijn er in huis. Een paar baby’s, een paar peuters. Zij gaan naar de crèche in hetzelfde gebouw. De meeste kinderen zijn verwekt door een klant of door de pooier. Soms loopt het mis met de hechting. Het driejarig dochtertje van Joy zegt tegen elke man ‘papa’. Bij anderen gaat het ondanks alles redelijk goed. „Mijn enige familie”, zegt een vrouw over haar kind. Trots vlecht ze de haren van het meisje in piepkleine vlechtjes.

Eén vrouw heeft twee kinderen achter moeten laten in Angola. Ze heeft geen idee hoe het met hen gaat. Ze is bang en verdrietig. Het is beter haar niet te vragen naar haar verleden.

In de Nederlandse les leren de meisjes de namen van fruitsoorten. De juf laat de wijzers van een speelgoedklok draaien en vraagt telkens hoe laat het is. En dan is het pauze. Ze schieten achter de computers en kijken naar muziekclips. Pauze is internet.

Tijdens de lunch zit er weer niemand rond de tafel. Er staat wel een rij voor de magnetron om de borden vol rijst op te warmen.

Na de lunch zijn er groepslessen. Dat kan gaan over hygiëne, over voeding, geld, slapen, opvoeden. Vandaag stond seksuele voorlichting gepland, maar die gaat niet door. De tolk Pular, een taal die vooral wordt gesproken in Guinee, kan niet komen.

Een paar zijn boodschappen doen. Vrijheden worden opgebouwd. Vrienden worden eerst gescreend. Mannen komen niet binnen, behalve mannelijke begeleiders.

Weglopen willen ze niet. Waar moeten ze ook naartoe? Niemand heeft een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Ook daaraan wordt gewerkt in Rena, begeleiders overleggen met advocaten. Voor twee mensen in Rena is de juridische papierwinkel een fulltime baan.

Elke vrouw in Rena heeft aangifte gedaan tegen haar handelaar – voorwaarde om in aanmerking te komen voor een tijdelijk verblijfsvergunning als slachtoffer van mensenhandel. Als de handelaar niet wordt gepakt, wordt de zaak geseponeerd en is ook de kans op een verblijfsvergunning als slachtoffer verkeken.

In het kantoortje ontvangen ze hun medicijnen: antidepressiva, angstremmers, en slaappillen. Als ze willen. Ineke van Buren: „Geen enkel meisje gaat ’s avond lekker slapen.”