Ik schrok enorm van hun verhalen

Chris Belloni maakte een film over moslimhomo’s. Hier durfden zij uit angst voor hun familie niet te praten. Daarom reisde hij af naar Marokko.

Chris Belloni (31) is geen activist. Hij is eerder een zoeker, een dromer misschien zelfs, iemand die na het vwo-eindexamen in zijn eentje de bus naar Rome nam en van daaruit, geïnspireerd door jeugdboeken als Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman en Het bedreigde land van Evert Hartman naar het Midden-Oosten reisde, globaal de oude route van de kruistochten volgend. De islamitische wereld heeft hem altijd getrokken, vertelt hij. „Die cultuur van gastvrijheid en naastenliefde, van compassie met mensen die het minder hebben dan jij, dat vind ik mooi.”

Na thuiskomst ging hij geschiedenis studeren, later politicologie en Europese studies. Hij had baantjes in de toneelwereld, schreef theaterrecensies, maar ook de politiek trok. Zo was hij een tijdje assistent van D66-Kamerlid Fatma Koser Kaya. Tussen de bedrijven door bleef hij reizen. Want áls hij een doel heeft in het leven, dan is het de wereld begrijpen en – als het kan – beter maken.

Het afgelopen jaar bracht hij door in Marokko om daar met homoseksuele moslims te praten, met als doel een educatieve film die, vooral via middelbare scholen, homoseksualiteit bespreekbaar moet maken onder moslims in Nederland. I am gay and muslim ging in maart tijdens de Roze Filmdagen in Amsterdam in première, en sindsdien is de belangstelling overweldigend. De film is onder meer vertoond op homo-filmfestivals in Zürich en Durban, Zuid-Afrika. Hij zou te zien zijn op het allereerste homo-filmfestival in Kiev van 13 tot 16 juni, ware het niet dat dit festival tot nader order is uitgesteld wegens anti-homogeweld tijdens de Gay Pride afgelopen zondag.

Je film liegt er niet om. Homo zijn in Marokko is geen feest.

„En dan hebben de ergste verhalen de film nog niet eens gehaald. In I am gay and muslim worden vijf mannen geportretteerd, maar ik heb er bijna vijftig gesproken. In het begin schrok ik enorm van de verhalen die ik te horen kreeg. De eerste jongen die ik ontmoette, Eytam, had asiel aangevraagd in Amerika omdat hij geen leven had in Marokko. Hij zag er heel vrouwelijk uit en werd voortdurend gepest. Hij woonde in Los Angeles en was daar heel gelukkig. Toen zijn moeder ernstig ziek werd, ging hij terug. Ze knapte op en dat leek hem een goed moment om uit de kast te komen. Maar hij werd in huis opgesloten en zijn familie sprak niet meer tegen hem.”

Aan het begin van de film vertel je dat je naar Marokko ging omdat het in Nederland niet lukte om homoseksuele moslims aan de praat te krijgen. Waarom niet?

„Die jongens zijn heel, heel erg bang dat hun familie erachter komt dat ze homo zijn. Ze kúnnen niet open zijn over hun homoseksualiteit, want dat betekent dat ze kiezen voor het westerse model, en daarmee zouden ze afstand nemen van hun ouders en dat willen ze niet. Familie is ongelofelijk belangrijk in de ‘wij-cultuur’ waarin ze leven.”

Zelfs anoniem wilde niemand zijn verhaal doen?

„Nee. Begin 2011 maakte ik in opdracht van Oxfam Novib een promotiefilmpje over het bezoek van de Zuid-Afrikaanse imam Muhsin Hendricks aan Nederland. Hij is openlijk homo en wordt wel de ‘roze imam’ genoemd. Ik heb veel homoseksuele moslimjongeren gesproken toen, maar geen één wilde voor de camera, ook niet onherkenbaar. Meestal accepteren ze zichzelf wel trouwens, anders dan sommige jongens die ik in Marokko ontmoette, maar de angst voor afwijzing door hun familie is groot. Zoals Azar het zegt, een jongen uit mijn film: ‘Wij homo’s worden gezien als knoflook: iedereen weet dat het er is en dat het erbij hoort, maar het stinkt’.”

Daar sta je dan met je gastvrijheid, je naastenliefde en je compassie.

„Vergis je niet, ik zie die andere kant ook. Ik zie het leed, ik zie dat mensen vanuit religieuze dogma’s anderen veroordelen en hoe dat tot onderdrukking leidt. Maar tegelijk heb ik gezien hoeveel kracht die jongens halen uit hun liefde voor God. Het overgrote deel van de homo’s die ik sprak in Marokko, was diep gelovig. Dat geloof zat hen dwars bij de beleving van hun seksualiteit, maar ze putten er ook moed uit. Afgewezen als ze zich voelen door de samenleving, was God vaak hun enige toevluchtsoord.”

Wat zou er over blijven van dat geloof, denk je, als ze in vrijheid konden leven?

„Sommigen willen die vrijheid niet eens. Eén van de jongens die ik ontmoette, Omar, een briljante jongen van 18, was aangenomen op een universiteit in Parijs. Op het laatste moment besloot hij in Marokko te blijven. Hij geloofde dat God hem op de proef stelde en hij was bang dat hij in Parijs geen weerstand zou kunnen bieden aan zijn homoseksualiteit. Ik vond het verschrikkelijk, ik had hem wel in een doosje willen doen en meenemen.

„Aan de andere kant is het voor iemand als ik, die niet gelovig is opgevoed en door Amsterdam struint van feestje naar feestje, ook iets heel fascinerends, die hang naar het goddelijke. Wij zouden denken: ‘Je kiest toch gewoon voor jezelf? Je kiest er toch gewoon voor om homo te zijn?’ De liefde die mensen kunnen voelen voor hun God en daar hun identiteit voor opofferen, dat is iets wat me heeft verbaasd en verrast.”

Je ontzag voor de islam is niet verdwenen, ondanks alles.

„Integendeel. Wat mensen elkaar aandoen uit onwetendheid en schaamte kun je niet allemaal toeschrijven aan een religie. Geert Wilders doet dat wel, hij stelt homoseksualiteit en de islam tegenover elkaar als twee onoverbrugbare werelden. Hoeveel homo’s er op hem hebben gestemd bij de laatste verkiezingen, dat is gewoon eng! Ik begrijp het wel, er is geweld tegen homo’s uit islamitische hoek en dat bagatelliseer ik niet, maar Wilders’ oplossing, de islam categorisch afwijzen, is een lege huls.”

Ga je ooit zelf moslim worden?

„Dat denk ik niet, maar ik wil me zeker meer in de islam verdiepen. Ik wil graag Arabisch leren om de Koran te kunnen lezen in de oorspronkelijke taal. Ooit heb ik in Egypte van een man met wie ik op straat aan de praat raakte, een Engelstalige Koran gekregen. Het was het exemplaar van zijn vrouw, een Amerikaanse. Het is een vuistdikke pil van minstens anderhalve kilo, en ik heb hem weken in mijn rugzak meegetorst.”

En, wat vond je ervan?

„Ik heb hem nog nooit durven openslaan. Voor moslims is de Koran zoiets heiligs, het moet zo’n onwijs mooi boek zijn, en ik had het gevoel dat ik er nog niet klaar voor was om ’m te lezen. De Koran is geen stripboek tenslotte, en ik was altijd nog te veel met mezelf bezig. Het paste niet. Maar binnenkort gaat dat veranderen, denk ik.”

Lees meer over de film van Chris Belloni op www.iamgayandmuslim.com