Hoe trouw zijn wij eigenlijk?

De ideeënroman lijkt haast uit de literatuur verdwenen te zijn, maar bij Javier Marías is het genre springlevend; daarmee reikt zijn zeggingskracht ver over de grenzen van de literatuur.

Op de achtergrond Toledo, Spanje (1995) Foto Steve McCurry/Hollandse Hoogte

Javier Marías: De verliefden. Vert. Aline Glastra van Loon. Meulenhoff, 368 blz. € 21,95

Echtparen die – al niet meer piepjong en evenmin recentelijk in elkaars armen gevallen – nog altijd zichtbaar verliefd en gelukkig zijn komen in het dagelijks leven waarschijnlijk vaker voor dan de chagrijnige huwelijksgemeenplaats zou willen. Maar in een roman kan zoiets niet goed gaan. Met geluk onderhoudt de literatuur nu eenmaal een moeizame relatie. Er valt weinig spannends over te vertellen en zoetelijkheid ligt snel op de loer. Daarom staat de romanliteratuur bij voorkeur onder het teken van de catastrofe, vooral wanneer het de liefde betreft, en laat zij happy endings over aan het boeket van haar roziger stiefzusters.

Wanneer de Spaanse schrijver Javier Marías zijn roman De verliefden begint met een idyllische beschrijving van het echtpaar Miguel en Luisa (hij een gedistingeerde vijftiger, zij al even elegant en tien jaar jonger) hangt het onheil vanaf de eerste regel in de lucht. Een geheim maakt Marías daar allerminst van. ‘De laatste keer dat ik Miguel Desvern of Deverne zag was ook de laatste keer dat hij gezien werd door zijn vrouw’, zo luidt die openingszin. Nog voordat hun geluk beschreven is, is het einde al aangekondigd.

De ‘ik’ die hier aan het woord is, heet María Dolz, is midden dertig en redactrice op een literaire uitgeverij. Iedere ochtend observeert zij het echtpaar op het café-terras waar zij plegen te ontbijten: in Madrid nog altijd een gebruikelijke manier om de dag te beginnen. Totdat zij plots niet meer verschijnen en María zich realiseert dat Miguel de man moet zijn geweest waarover de kranten enkele dagen eerder hadden bericht: zakenman neergestoken door zwerver, na enkele uren aan zijn verwondingen overleden.

De gevolgen zijn ingrijpend, niet alleen voor de jonge weduwe maar ook voor María zelf, die bij het condoleren kennismaakt met de huisvriend van het echtpaar en prompt op hem verliefd wordt. Ongestoord verloopt hun amoureuze relatie niet. Heel goed beseft zij dat haar minnaar heimelijk zijn zinnen gezet heeft op de verweduwde Luisa. En ongewild ontdekt zij dat hij waarschijnlijk de hand heeft gehad in de dood van Miguel, zijn beste vriend.

De vraag tot wat voor ondenkbare daden mensen in staat zijn wanneer het er in het leven om gaat spannen is niet nieuw in het oeuvre van Marías. Ze was al de inzet van zijn meesterlijke trilogie Jouw gezicht morgen, die enkele jaren geleden in het Nederlands is vertaald. Ook daarbij speelde het morele duo van trouw en verraad een hoofdrol. Ging het daarbij echter om trouw aan de levenden (en de trouw van een mens aan zichzelf), in De verliefden draait alles om de trouw aan de doden. Hoe lang duurt het voordat wij hen vergeten zijn? Hoeveel tijd mag eroverheen gaan voordat wij onze schuld jegens hen gedelgd mogen achten? Hoe zwaar weegt onze trouw aan onszelf, wanneer we omwille daarvan een vriend ontrouw moeten worden, desnoods door hem te (laten) doden?

Marías maakt geen geheim van de morele portee van zijn roman. In lange mijmeringen laat hij María al deze vragen overdenken. Ze beschouwt ze vanuit elke invalshoek, laat haar gedachten afdwalen, en keert tenslotte toch weer tot de hoofdzaak terug. Wat moet ze denken van haar minnaar? Welk woord mag ze geloven? En niet in de laatste plaats: wat moet ze denken van zichzelf en haar eigen loyaliteit, jegens de levende Luisa en de dode Miguel?

Omzwervingen

Die manier van schrijven, waarin een minimum aan handelingen verbonden wordt met een maximum aan gedachten, is kenmerkend geworden voor het auteurschap van Marías. Ook in Jouw gezicht morgen gebeurt er relatief weinig en leidt het kleinste voorval tot ver reikende omzwervingen in het hoofd van de verteller. In de trilogie was dat de spion-geworden vertaler Jaime Deza, in De verliefden is het María Dolz, maar hun obsessies lopen opmerkelijk parallel.

Ook María citeert graag uit het oeuvre van Shakespeare en ook zij staat voortdurend stil bij de vraag hoe je bepaalde (Engelse) uitdrukkingen zou moeten vertalen en wat dat betekent voor het wereldbeeld dat zij uitdrukken. Vreemd is dat niet voor een redactrice op een uitgeverij, zoals het ook niet vreemd was bij de vertaler Deza – en evenmin voor de schrijver, vertaler en voormalig Oxford-docent Javier Marías. Net als Jaime Deza lijkt María Dolz in veel opzichten zijn alter ego te zijn. Tenslotte verschilt haar naam maar één letter met die van hemzelf.

Kan dat wel, een mannelijke auteur die zich zonder veel acht te slaan op het geslachtsverschil het ‘ik’ van een vrouwelijke hoofdpersoon toeëigent? – zo hebben kritische stemmen in Spanje zich na het verschijnen van De verliefden afgevraagd. María mag zich dan af en toe druk maken over het onmiskenbaar vrouwelijke van haar uiterlijk (wel of niet een bh aantrekken?), maar in haar gedachtengang is ze nauwelijks te onderscheiden van de mannelijke tegenhanger, die Jaime Deza of Javier Marías zou kunnen heten. Is zij als vrouwelijk personage wel geloofwaardig?

Die vraag reikt verder dan de literaire kritiek. Heimelijk gaat ze ervan uit dat vrouwen anders zouden denken dan mannen: ondanks het flagrante seksisme ervan een nogal populair idee. Maar zeker wanneer dat denken zo cerebraal is als het bij Marías wordt, verdient die mythe niet al te veel geloofwaardigheid. Mensen kunnen individueel sterk van denkstijl verschillen, maar het geslacht heeft daar weinig doorslaggevende invloed op.

De vraag is dus eerder of Marías er goed aan doet zijn romans zozeer op te rekken in de richting van de essayistische beschouwing. Talloze passages, soms vele pagina’s lang, zijn nauwelijks nog ‘romanesk’ te noemen. Een groot aantal hoofdstukken bestaat uit de beschrijving van één handeling of opmerking in een gesprek waarna de mijmering onmiddellijk toeslaat. Pas in een volgend hoofdstuk keert Marías dan tot de handeling terug, heel even – om María’s brein onmiddellijk weer op nieuwe omzwervingen uit te sturen.

Zo lijkt de ideeënroman, die bijna uit de literatuur verbannen leek, bij Marías te zijn teruggekeerd in een nieuwe vorm: eerder die van essayistische mijmering dan die van een als een verhaal vermomd betoog. Aan de bijna dogmatisch geworden literaire stelregel dat een romanschrijver niet moet uiteenzetten wat hij te melden heeft, maar dat in de handeling moet tonen, laat hij zich kennelijk steeds minder gelegen liggen. Dat is misschien maar goed ook. De literatuur heeft nooit wel gevaren bij blinde gehoorzaamheid aan genre-voorschriften, misschien wel des te minder naarmate zij pretendeerden het echt-literaire te behartigen.

Meesterproef

Uiteindelijk is het enige criterium dat ertoe doet of het boek de lezer meekrijgt en overtuigt. En daar is bij Marías geen twijfel aan. Hoewel Jouw gezicht morgen zijn onovertroffen meesterproef blijft, stelt De verliefden de lezer voor ongemakkelijke vragen waar hij zich niet snel vanaf kan maken. Hoe staat het met míjn trouw aan de doden? – zo moet hij zich bij het dichtslaan van dit boek wel afvragen. En hoe jegens die aan de levenden?

Ook María ontkomt uiteindelijk niet aan de gewetensvraag of zij moet blijven zwijgen over de misdaad van haar minnaar. Wanneer die laatste uiteindelijk de vrouw krijgt die hij al zolang begeert, heeft zijn geluk met Luisa dat van het echtpaar Miguel-Luisa verdrongen en lijkt Marías alsnog aan te sturen op een happy ending. Dan reikt het literaire taboe de hand aan het morele: dat van de onbestrafte moord – en komt het er voor María als getuige van dat alles pas echt op aan.

Steeds vaker wordt Javier Marías genoemd als kanshebber voor de Nobelprijs. Terecht. In zijn romans reikt de morele zeggingskracht (waar het Nobel om te doen was) ver over de grenzen van de literatuur heen. Even stoutmoedig overschrijdt hij bínnen de literatuur de orthodoxe genre-grenzen en is daarin werkelijk vernieuwend. In Stockholm moeten ze daar maar eens serieus over nadenken.