‘Het orkest voelt als familie’

De muzikanten van het Limburgs Symfonie Orkest reageren verdeeld op het harde oordeel van de Raad voor Cultuur. „Er zitten ook positieve dingetjes in.”

Het LSO, hier op archieffoto, en het Brabants Orkest moeten volgens de Raad voor Cultuur met een fusieplan komen. Foto Rob Dijksman

Nu even niets zeker is realiseert hoboïste Tanja van der Kooij zich dat ze mogelijk bezig is met haar laatste jaar als orkestlid. Ze heeft niet het gevoel dat ze er minder goed door presteert. Eerder het tegendeel. „Als ik nu een symfonie van Brahms moet spelen, besef ik dat het zomaar de laatste keer kan zijn. Daarom probeer ik er extra van te genieten.”

Maandagochtend om elf uur zat ze met bonzend hart achter haar computer, toen het advies van de Raad van Cultuur openbaar werd. „Normaal ben ik echt niet dag en nacht bezig met de toekomst van het Limburgs Symfonie Orkest (LSO), maar op dat soort momenten merk je hoeveel stress je hebt van de huidige situatie.”

Violist en tweede concertmeester Wilfred Sassen (49) staarde op hetzelfde tijdstip ook naar een beeldscherm. Hij schrok in eerste instantie van het advies van de Raad voor Cultuur, dat LSO en Het Brabants Orkest aanraadde om het huiswerk nog eens over te doen en met een gezamenlijk fusieplan te komen. „Bij tweede lezing vielen me ook de positieve dingetjes op: het belang dat de raad hecht aan de identiteit van een orkest, het onderstrepen van voeling hebben met de achterban. Daar is hier in Limburg sprake van. Zulke uitspraken bieden mogelijk ruimte voor twee orkesten binnen een organisatie.”

Van der Kooij vond dat de raad visie op orkesten toonde. Het zit haar wel dwars dat de onzekerheid nog een paar maanden zal aanhouden. „De omvang van de culturele afbraak is ook rampzalig. Dat het organisaties dwingt tot zelfonderzoek is wel zinvol. Het is heel goed om je van tijd tot tijd af te vragen: waarom bestaan wij eigenlijk?”

Sassen –bijna 26 jaar in dienst– was als jongetje al kind aan huis bij het LSO. „Mijn vader maakte ruim veertig jaar deel uit van het orkest. We hebben zelfs nog vijftien jaar samengespeeld. Het LSO voelt als familie.”

Over een eventuele toekomst in een ander symfonieorkest zijn ze allebei somber. Van der Kooij: „In Nederland zijn er nauwelijks audities. In Duitsland word je als 35-plusser niet eens meer uitgenodigd.” De concurrentie is bovendien moordend, weet Sassen. „Het is lastig strijden tegen jongeren die net van het conservatorium komen en die tien uur per dag repeteren.”

De twee musici denken hun kost vooral te moeten verdienen met het uitbouwen van zaken die ze er nu op kleine schaal naast doen. Lesgeven. Spelen met kleinere gezelschappen. Sassen runt een artiestenburo en dirigeert af en toe. Van der Kooij geeft ook yogales. „Er zijn orkestleden met meer vaste lasten dan ik of met kinderen die willen gaan studeren”, zegt ze. „Voor hen zijn de zorgen groter.”

Sassen: „Als tweede concertmeester heb ik ook een verantwoordelijkheid buiten het podium. Zie ik dat mensen hun kop te veel laten hangen, dan probeer ik ze op te monteren. En de laatste jaren hebben we steeds meer buitenlanders in onze gelederen gekregen. Die moet je wel eens extra bijpraten, omdat ze de ontwikkelingen, ook op politiek gebied, niet altijd helemaal kunnen doorgronden.”