Golfstaten zijn als de dood voor Iran

Er is geen nucleair akkoord gesloten met Teheran. De Golfstaten vrezen Iran, maar het lukt ze niet een politieke unie te vormen.

TOPSHOTS Iranian demonstrators hold up portraits of the Islamic republic's supreme leader, Ayatollah Ali Khamenei, and wave Bahraini flags during a protest after the Friday noon prayer in Tehran on May 18, 2012, held in response to a government call to protest a plan to unite Bahrain with Saudi Arabia that Tehran has said is a US plot. Iran also summoned the Gulf kingdom's ambassador in Tehran after his foreign minister told the Islamic republic to stop interfering in his nation's internal affairs, state media reported. AFP PHOTO/ATTA KENARE AFP

Redacteur Midden-Oosten

Rotterdam. Stel nu dat de Verenigde Staten en Iran het gisteren tijdens de onderhandelingen in Bagdad op een akkoordje hadden gegooid. De Amerikanen accepteren dat Iran uranium blijft verrijken tot maximaal 5 procent; Iran op zijn beurt stemt in met uitgebreide inspectie van zijn nucleaire installaties, levert zijn voorraad tot 20 procent verrijkt uranium in en garandeert geen atoombom in elkaar te schroeven.

Dat zou de sunnitische Arabische Golfstaten de doodschrik op het lijf hebben gejaagd. Amerika kan een deal sluiten en vervolgens zijn dure vliegdekschepen uit de Golf terugtrekken. Maar zij blijven noodgedwongen waar ze zijn, met de shi’itische islamitische republiek als dreigende overbuur.

Zo’n akkoord is op dit moment uitgesloten. Zowel bij de VS, de dominante partner in de ‘P5+1’, de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad plus Duitsland die de onderhandelingen voeren, als bij Iran is de concessiebereidheid in principe groter dan sinds jaren het geval is geweest. Maar de concessies die voor een akkoord nodig zijn, zijn van de Amerikaanse president Obama in elk geval niet te verwachten vóór de presidentsverkiezingen in november wegens het onvermijdelijke verzet van Israël en het Congres.

De Iraanse top, die met name door de steeds zwaardere economische sancties tot een zekere tegemoetkomendheid is gedwongen, is nog niet zo ver (en misschien wel nooit) dat hij álle vereiste concessies wil doen. Maar een akkoord langs bovengenoemde hoofdlijnen is niet per definitie uitgesloten.

Met name Saoedi-Arabië ziet het Iran van de ayatollahs met en zonder nucleair akkoord als een groot gevaar. Shi’ieten worden door de ultraconservatieve sunnieten die in het koninkrijk de doorslag geven, als minderwaardig beschouwd. Maar het Iraanse regime wierp zich na zijn machtsgreep in 1979 ook nog eens op als pleitbezorger voor de ware islam, als rivaal van de Saoedische hoeders van de islamitische heilige plaatsen.

Die machtsstrijd is sindsdien doorgegaan. De Saoediërs kunnen daarbij vooralsnog rekenen op de steun van de Verenigde Staten, met name met enorme wapenleveranties. Het Perzische Iran is opgerukt, onder andere via shi’itische voorposten in de Arabische wereld zoals de Libanese organisatie Hezbollah. Wat Riad betreft is crisistijd aangebroken nu na de val van de sunnitische sterke man Saddam Hussein de shi’itische meerderheid in Irak aan de macht is en voor Iran heeft gekozen, en Teheran zich volgens de Golfregio wel degelijk van een atoombom voorziet.

In 1981 richtten de Arabische Golfstaten Saoedi-Arabië, Qatar, Oman, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit als eerste antwoord op het opkomende Iraanse gevaar de Samenwerkingsraad van de Golf (GCC) op. Nu wil de Saoedische koning Abdullah die Golfraad omsmeden tot een politieke unie. In december maakte hij zijn plan op een top van de GCC bekend met een onmiskenbare verwijzing naar Iran: „U weet allemaal dat onze veiligheid wordt bedreigd.”

Omdat de Saoedische koning er zelf met zijn volle gewicht achter was gaan staan, werd algemeen verwacht dat de Golfstaten vorige week tijdens hun daaropvolgende top vooruitgang naar integratie van politiek, economie en defensie zouden bekendmaken. Maar de top mislukte.

De Saoedische minister van Buitenlandse Zaken, prins Saud al-Faisal, klaagde dat de partners „details en details van details” eisten. Hij onderstreepte echter dat de ministers van Binnenlandse Zaken „dag en nacht” gingen werken om het terrein te effenen voor de unie.

Uit commentaren uit de regio blijkt dat alle Golfstaten wel Iran vrezen, maar sommige haast evenveel angst hebben voor Saoedi-Arabië. „Ja, we hebben veel gemeenschappelijke belangen en ja, we hebben gemeenschappelijke zorgen”, schrijft de krant The National uit de Verenigde Arabische Emiraten. „Maar de omvang en het politieke gewicht van Saoedi-Arabië vergeleken met de andere lidstaten is een belangrijk obstakel.”

Saoedi-Arabië is zeven keer zo groot als Oman, de op een na grootste, en heeft tien keer zoveel inwoners. De Emiraten torpedeerden in 2009 een geplande monetaire unie omdat de Saoedische regering eiste dat de Centrale Bank in Riad zou komen.

De Koeweitse parlementsvoorzitter, Ahmad al-Saadoun, noemde het „erg moeilijk voor een land als Koeweit, dat vrijheid van meningsuiting kent en waar de burgers in het parlement worden vertegenwoordigd, om een unie te vormen met landen waar de gevangenissen vol zitten met duizenden mensen die alleen maar hun mening hebben gegeven”.

Alleen Bahrein heeft zich volmondig achter de Saoedische plannen opgesteld. Maar, zoals de Jordaans-Amerikaanse journalist Rami Khouri vorige week schreef, „dat is al een Saoedisch protectoraat” sinds Saoedische troepen van de interventiemacht van de GCC er zijn gelegerd om het Iraanse gevaar op afstand te houden.

Dat wil zeggen: de shi’itische meerderheid in Bahrein, die met demonstraties voor democratische hervormingen het sunnitische koningshuis in gevaar brengt en daarom als Iraanse vijfde colonne geldt.

En Iran zelf? Het regime houdt het vuur graag brandend, al was het maar om de eigen bevolking te laten zien dat het zich absoluut niet laat kisten door de stortvloed van internationale sancties. Daarom bezocht president Ahmadinejad vorige maand Abu Musa, een eilandje in de Golf dat door Iran is bezet en door de Emiraten wordt opgeëist. Alle Golfleiders waren paars van razernij.