Gesprek met Iran gaat door en dat is al heel wat

Nieuwsanalyse

Iran en de ‘P5+1’ bereikten gisteren geen doorbraak in hun nucleaire overleg. Eerst moet vertrouwen worden opgebouwd.

Op het eerste gezicht lijkt het een mager resultaat van de tweedaagse onderhandelingen in Bagdad. Iran en de ‘P5+1’ zetten hun gesprekken over een oplossing in de Iraanse nucleaire controverse – de verdenking dat Iran een atoombom ontwikkelt – op 18 en 19 juni in Moskou voort. Veel meer is niet bereikt. „Er is enig gemeenschappelijk terrein”, zei gisteren de buitenlandcoördinator van de Europese Unie, Catherine Ashton, die formeel de onderhandelingen leidt. „Maar er blijven beduidende meningsverschillen.”

Maar veel meer werd ook niet verwacht van deze tweede onderhandelingsronde tussen Iran en de P5+1, de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad plus Duitsland. Een tijdlang, zei de Iraans-Amerikaanse Midden-Oostenexpert Vali Nasr onlangs tegen deze krant, „zal de definitie van succes de afspraak voor een nieuwe bijeenkomst zijn”.

Voor er grote concessies kunnen worden gedaan, moet namelijk vertrouwen worden opgebouwd. De Verenigde Staten, de dominante partner binnen de P5+1, golden dertig jaar voor Iran als ‘Grote Satan’ en die gevoelens waren wederkerig. Pas tweeënhalf jaar geleden namen de VS voor het eerst actief deel aan de onderhandelingen met Iran. De twee landen hebben nog steeds geen diplomatieke betrekkingen.

Stiekem overigens zijn de partijen al een eind opgeschoven. Zes jaar geleden begon de huidige fase in de nucleaire controverse met de eis van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat Iran het verrijken van uranium zou bevriezen, op straffe van sancties. Die opschorting was een voorwaarde vooraf voor onderhandelingen die meteen moest dienen als vertrouwenwekkende maatregel. Een verrijkingsprogramma kan immers dienen als onderdeel van een geheim atoomwapenprogramma.

Iran, dat ontkent een bom te bouwen, weigerde op te houden met verrijken. Het nucleaire non-proliferatieverdrag (NPV) staat de lidstaten immers zo’n programma toe. Sindsdien heeft het land, zich opstapelende sancties ten spijt, 6 ton tot 5 procent verrijkt uranium geproduceerd en 210 pond tot 20 procent verrijkt uranium (voor een atoomwapen moet uranium tot boven 90 procent worden verrijkt). Naast de verrijkingsfabriek in Natanz heeft het ook een ondergrondse verrijkingsinstallatie bij de heilige stad Qom gebouwd.

Maar deze feiten staan onderhandelingen allang niet meer in de weg. Sterker nog, Amerikaanse functionarissen hebben gesuggereerd dat ze Iran uiteindelijk wel een zekere verrijkingsactiviteit zullen toestaan, mits tot maximaal 3 tot 5 procent en mits de bestaande inspecties van de Iraanse installaties aanzienlijk worden uitgebreid. Iraanse leiders op hun beurt hebben diverse malen verklaard bereid te zijn het verrijken tot 20 procent te stoppen in ruil voor de juiste tegenprestaties.

Maar wanneer is ‘uiteindelijk’? Vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen, in november, kan president Obama het zich niet permitteren concessies te doen die zonder enige twijfel op fel verzet van Israël en Jeruzalems bondgenoten in het Congres stuiten. De Israëlische premier Netanyahu eist dat Iran alle verrijking opgeeft. Netanyahu is ervan overtuigd dat Iran een atoomwapen ontwikkelt om een nieuwe Holocaust aan te richten. Het is wel zo dat hoge (ex-)functionarissen van zijn inlichtingendienst en zelfs de stafchef van het leger openlijk zijn oordeel betwisten.

En het is helemaal de vraag hoever de Iraanse top wil gaan. Een groot obstakel vormen met name de onverwachte en vergaande (intrusive) inspecties van nucleaire en andere verdachte installaties die de P5+1 voor ogen staan. De huidige, reguliere inspecties onder het NPV zijn één ding, maar extra inspecties zonder uitzicht op een einddatum zijn voor het islamitische regime vernederend en dus absoluut onverteerbaar.

Wat Iran echt wil, en waarop het al tijdens deze onderhandelingsronde had gehoopt, is versoepeling van de sancties, die beginnen te bijten. Met name wil het de Europese oliesancties die per 1 juli van kracht worden zien te voorkomen. Daarom bereikte IAEA-chef Amano afgelopen weekeinde „zo goed als” een akkoord over Iraanse medewerking om nog openstaande vragen over het mogelijk militaire karakter van het Iraanse nucleaire programma te beantwoorden. De VS maakten echter duidelijk dat versoepeling van de sancties in dit stadium van de onderhandelingen onbespreekbaar is. De komende sancties moeten juist de druk op Iran in de onderhandelingen versterken. „Iran voelt nog geen maximale druk”, zei een hoge Amerikaanse functionaris gisteren in Bagdad.

Sancties tegen Iran schaden Europa ook: pagina 11