Geluk heeft ook nadelen

Met gelukslessen en life coaches worden we nog gelukkiger, zeggen de experts. Is dat, buiten het gebruikelijke welzijnswerk, nog wel nodig?

Een school is om te leren, niet om gelukkig te worden. Maar wonder boven wonder gaan geluk en goede resultaten samen. Na zes lessen in geluk aan de leerlingen gingen de cijfers omhoog. Dat hoorde ik bij het debat en de presentatie in Rotterdam van Sturen op geluk, een artikelenbundel van het Sociaal en Cultureel Planbureau die deze week uitkwam.

Nu! Zes lessen geluk en uw werk gaat met sprongen vooruit. Meditatie met de klas of elke ochtend een rondje hollen helpt misschien net zo goed. Als het maar iets nieuws is, waardoor iedereen zich een beetje extra inspant. Dat is het zogenoemde Hawthorne-effect. Als het goed gaat, voelen mensen zich prettig en geven ze in de peilingen een hoger cijfer voor geluk.

Kun je er nog meer naar streven? Ruut Veenhoven, wereldvermaard wetenschapper in gelukszaken, vindt van wel. Volgens Cretien van Campen van het Planbureau, mederedacteur van de bundel, ligt Nederland zelfs achter in het geluksbeleid, wat dat dan ook is. Politici als David Cameron praten er vaak over, waar premier Rutte juist vindt dat de overheid geen geluksmachine is. Misschien heeft Rutte wel gelijk, want de landen die wel een beleid op geluk voeren – Engeland, Frankrijk en Duitsland – zijn minder gelukkig dan Nederland. Niet te veel aan geluk denken, dat is misschien de oplossing. Een gelukszoeker staat hier als ongunstig bekend. Misschien het christelijke verleden. Religieuze mensen blijken in het voordeel te zijn. Zij zijn op Aarde om God te dienen en om pas in het hiernamaals gelukkig te worden, niet hier. Uit onderzoek blijkt dat zij zichzelf een hoger cijfer voor geluk geven dan atheïsten.

Moeten we niet het bruto binnenlands product, maar het bruto nationaal geluk meten, zoals Bhutan? Het heeft niet geholpen. Welvaart is juist een belangrijke factor voor geluk en Bhutan zie ik niet op het lijstje van de rijke en dus hoog in geluk scorende landen staan.

Veenhovens favoriete geluksbeleid bestaat uit een netwerk van life coaches, parallel aan de huisartsen. Zij moeten mensen begeleiden naar geluk. Zij kunnen helpen om een „geïnformeerde beslissing” te nemen over belangrijke levenskeuzes, zei hij. Wil je kinderen krijgen? Uit onderzoek blijkt dat de geluksquote vlak na de geboorte van een baby daalt. Aanstaande ouders zijn gewaarschuwd.

Ontstaat zo niet een natie van narcisten? Zouden „goed geïnformeerde” Amerikanen ons wel hebben bevrijd van de Duitsers? Had een van geluk verzadigde Einstein de relativiteitstheorie nog bedacht? Zou iemand met een life coach aan topsport beginnen, wc’s schoonmaken of politicus worden? Als onze voorvaderen alleen naar geluk streefden, zouden we nog in plaggenhutten leven. Mensen uit groeilanden die er de schouders nog onder zetten, zijn minder gelukkig dan overrijpe westerlingen, maar maken zich minder zorgen over verlies en verval in de toekomst. Hier geldt: met ons gaat het goed, buiten ons niet.

Geluksbeleid is vaak een ander woord voor welzijnswerk, waar Nederland al een rijke traditie in heeft. Een geluksexpert vertelde dat ze in Almelo eerst aan zieken of gehandicapten vragen wat ze prettig vinden alvorens er een batterij zorg op los te laten. Na een serie sessies krijgen zware zorggebruikers bescheiden wensen vervuld, zoals een hengel of een gitaar. Zo wordt een kwart op hun zorgkosten bespaard. Bij sommige bejaardentehuizen passen ze ook zoiets toe. Service is geen revolutionair beginsel. Ook obers, koks, verpleegkundigen en garagehouders doen dan aan geluksbeleid.