Eye maalt niet om harde kritiek in advies Raad

Het beleidsplan van het Eye Film Instituut werd deze week door de Raad voor Cultuur een onsamenhangende opsomming genoemd. De directeur vecht de kritiek aan.

Het ging bijna verloren in de lawine harde woorden uit het voorlopig advies van de Raad van Cultuur – maar ook het Eye Film Instituut kreeg het om de oren. Het instituut klaagde meteen ook over ‘ongenuanceerde berichtgeving’ in de pers – in casu een bericht dat Eye min of meer onder curatele was geplaatst.

Dat lijkt wat overdreven, maar wat vindt de Raad wel over Eye? Acht miljoen euro is gevraagd, maar meer dan het plafond van 6,68 miljoen euro kreeg het Eye niet. Het extra bedrag gaat over een eerder toegezegde structurele Haagse bijdrage aan hogere exploitatiekosten nu Eye in april is verhuisd naar een prestigieus gebouw met vier bioscoopzalen aan het IJ. Over die meerkosten neemt het ministerie van OCW een apart besluit.

Toch oordeelt de Raad hard over het beleidsplan 2013-2016. Een „weinig samenhangende opsomming” dat te ambitieus is, geen keuzes maakt en nauwelijks aansluit op de eigen collectie van 37.000 films.

Inderdaad heeft het beleidsplan veel van een schot hagel, maar de positie van Eye is ook buitengewoon lastig. Enerzijds stelt de Raad dat Eye, nu het geen sectorinstituut wordt, primair een museum wordt en zich moet richten op behoud, beheer en presentatie van filmisch erfgoed. Tegelijk staat Eye voor de taak jaarlijks 225.000 bezoekers over het IJ te lokken, en is de Raad is „uitermate somber” dat zoiets lukt met een museaal en artistiek filmaanbod.

Directeur Sandra den Hamer van Eye: „Nog maar 2 jaar geleden drong de Raad voor Cultuur aan op de oprichting van een sectorinstituut voor de film, nu moeten we ons ‘beperken tot wettelijke taken’. Ik wil af van die etiketten, die hokjes.” Naast museum gericht op een breed publiek wil Den Hamer „een plek voor debat en inspiratie” zijn voor de Nederlandse filmwereld. „Dus ik heb een ander idee over onze taakopvatting.”

Hoe dan ook voorziet de raad dat Eye het „financieel heel zwaar krijgt”. Deels omdat Amsterdam veel te weinig bijdraagt.

Maar ook het marketingplan van Eye is „te generiek om te overtuigen”, een heldere visie op doelgroepen en klantenbinding ontbreekt en Eye raamt baten uit entree, subsidie en sponsoring te optimistisch. Al met al lijkt het de Raad van Cultuur het beste binnen twee jaar te toetsen of de subsidie wel gerechtvaardigd is. De directie ziet die tussentijdse evaluatie „vol vertrouwen tegemoet”.

De cijfers zijn voorlopig overigens prima. In de eerste zeven weken mocht het fraaie nieuwe gebouw al 100.000 bezoekers ontvangen en werden 70.000 kaartjes voor films en de Found Footage-expositie verkocht. In zo’n tempo is de eerste 225.000 snel gehaald. Verrassend, maar in het tweede jaar wordt het pas echt spannend. Wie blijft terugkomen als het nieuwtje eraf is?

Coen van Zwol