Elke gram lichaamsgewicht weegt door in slot van Giro

Zes favorieten, twee bergetappes en een tijdrit op de slotdag van de Ronde van Italië. Kan de 72 kilo zware Hesjedal zijn verrassend sterke optreden bekronen?

Maarten Scholten

Zes toprenners op geringe afstand van elkaar, drie dagen voor het einde van de Ronde van Italië. Drie Italianen – Ivan Basso, Michele Scarponi en Domenico Pozzovivo – tegen drie sterke buitenlanders: rozetruidrager Joaquim Rodriguez, de Canadees Ryder Hesjedal en de Colombiaan Rigoberto Uran. Kon Michele Acquarone, sinds dit jaar directeur van de Giro d’Italia, zich een mooiere ontknoping voorstellen?

Saai zou de 95ste Giro volgens critici tot in de slotweek zijn geweest, met weinig tekening in de strijd om de leiderstrui. Maar Acquarone wist vooraf al wat hij wilde. Vanaf de start in het Deense Herning de spanning opbouwen. Ruimte om te schitteren voor supertalent Taylor Phinney (proloog), sprintkoning Mark Cavendish (drie ritzeges), jongeren als de Nederlander Tom-Jelte Slagter (klimmetje naar Assisi) of een dappere vluchter als Matteo Rabottini.

Langs de mooie plekjes van Italië, zonder extreem zware grindpaden als in de laatste jaren. En pas in de laatste dagen de beslissingen in het klassement. Vandaag op de dubbele beklimming van de Alpe di Pampeago, waar de weg tien kilometer lang gemiddeld met 9,8 procent stijgt. En zeker morgen, als de renners in de voorlaatste rit stuiten op de gevreesde Mortirolo en Stelvio, met 2.757 meter het dak van de Giro.

Zie de zes beste renners van deze Giro elkaar beloeren, afgelopen woensdag tussen de kale of besneeuwde rotsen van de 2.236 meter hoge Passo Giau. De ervaren rozetruidrager Rodriguez kijkt hoe Scarponi zich houdt onder het tempo van Basso, die op kop rijdt met een meedogenloze glimlach die doet denken aan de jaren dat hij de Giro won: 2006 en 2010. Scarponi, na de diskwalificatie van Alberto Contador uitgeroepen tot winnaar van 2011, zet zijn stoerste gezicht op maar zal vlak onder de top toch even kraken met kramp. Achterin delen de vlieggewichten Pozzovivo en Uran wat water. En Giro-verrassing Hesjedal, de reus tussen de klimmertjes, die lijkt rond te rijden in zijn eigen jongensboek en brutaal de aanval kiest.

„Hij is de grote favoriet voor de eindzege”, schoof de fit ogende Rodriguez woensdag na zijn tweede ritzege de druk slim naar de Canadees. Hesjedal – die ooit voor de opleidingsploeg van Rabobank reed – verraste voor het eerst in de Tour 2010, toen hij zevende werd. Maar een grote ronde winnen? In de vlakke slottijdrit van 30 kilometer rond Milaan is hij wellicht de sterkste van de favorieten. Maar tot het zover is, lijkt de 31-jarige renner uit Victoria met zijn 1.88 meter bij 72 kilo serieus in het nadeel ten opzichte van zijn veel lichtere concurrenten.

Zeker na twee keer de Alpe di Pampeago van vandaag en aan het einde van een drieweekse ronde zal in de 219 kilometer lange koninginnenrit van morgen elke gram lichaamsgewicht doorwegen. Vlak na de start wacht de renners de Passo del Tonale: 15,1 kilometer klimmen aan een gemiddelde van 6,1 procent, naar de top op 1.883 meter hoogte. Dan twee bergjes van derde categorie, Aprica en Teglo (evengoed nog 5,9 kilometer aan acht procent stijging). Maar na 151 kilometer begint het pas echt. De route van de beklimming van de Mortirolo is nieuw, de ellende die de renners wacht niet: 11,4 kilometer klimmen, een gemiddelde van 10,5 procent stijging, met pieken tot 22 procent. Vrijwel direct na de lastige afdaling begint de weg weer te stijgen. De laatste 22,4 kilometer van de rit gaan bergop met een gemiddelde van 6,9 procent naar top van de Stelvio, de Cima Coppi.

Hier klom in de zomer van 1986 de achtjarige Ivan Basso in het blauw-wit van zijn wielerclub Gruppo San Pietro op zijn Francesco Moser-fietsje naar de top. „Ik heb nog steeds foto’s van die dag”, mijmerde de Liquigas-kopman in de aanloop naar de Giro in het blad Procycling.

Directeur Aqcuarone zal dromen van een winnaar met zo’n verhaal.