Eeuwig trouw aan Exxon en God

Dat Big Oil al borend vuile handen maakt, is geen nieuws. Maar hoe dat precies in zijn werk gaat en welk wereldbeeld erachter zit, onderzocht sterjournalist Steve Coll.

Foto Shutterstock

Steve Coll: Private Empire. ExxonMobil and American Power. Penguin, 685 blz. € 35,–

Maar heel, heel weinig mensen staan stevig genoeg in hun schoenen om Vladimir Poetin te trotseren. Het lukt de Russische oppositie niet, van wie de ene na de andere aanvoerder wordt gearresteerd. Het lukt de VN-Veiligheidsraad niet als er sancties moeten worden afgedwongen tegen Syrië. Het lukt miljardair Chodorkovski niet, die tot minstens 2017 in een Russische strafkolonie zit.

Rex Tillerson, sinds 2006 topman van het Amerikaanse olie- en gasconcern ExxonMobil, lukte het wel. Begin deze eeuw was hij er hoofd Rusland en onderhandelde hij met Moskou over een contract voor de exploitatie van het enorme Sachalin-1-olieveld. Poetin bood Exxon aan om het project per decreet goed te keuren. Maar een presidentieel bevel was niet goed genoeg voor Tillerson. Hij eiste dat alle details werden uitgewerkt naar de letter van de Russische wet, om zo veel mogelijk zekerheid af te dwingen in het onfrisse Russische ondernemingsklimaat. Poetin was ziedend over de belediging – en ging vervolgens akkoord.

Dit soort hoog spel is ExxonMobil ten voeten uit, blijkt uit Steve Colls Private empire. ExxonMobil and American power. De Amerikaanse journalist en tweevoudig Pulitzer-prijswinnaar, eerder goed voor onder meer een standaardwerk over de familie Bin Laden, interviewde met de hulp van enkele assistenten ruim 450 bronnen voor dit boek. Hij baseerde zich verder op honderden pagina’s aan documenten van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, op Wikileaks-bestanden en talloze krantenartikelen. Het resultaat is een uitzonderlijk goed gedocumenteerd en geraffineerd portret van het grootste olieconcern ter wereld. Van de bedrijfscultuur, de verhouding met opeenvolgende Amerikaanse regeringen, de omgang met foute regimes en de eeuwigdurende strijd met de milieubeweging.

De typische Exxon-medewerker is een Texaanse man, blijkt uit Private Empire. Hij is trouw aan het bedrijf en God en laat zich niet afleiden van het hoogste doel: het vinden en winstgevend exploiteren van nieuwe oliebronnen. Cijfers zijn zijn fundament; discipline, grondigheid en ambitie zijn leidraad.

De Exxon-man heeft niemand nodig behalve zijn collega’s, die hem voorzien van een kant-en-klaar wereldbeeld: olie blijft zolang wij leven de belangrijkste energiebron, wie dat in twijfel trekt is tegen economische groei. Presidenten komen en gaan dus verbind je niet te veel aan hen. Voorts: wij zijn niet verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen door dictators, wij zijn niet het Rode Kruis, en wie heeft eigenlijk onomstotelijk bewezen dat de mens verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde? Sorry, maar wij vertrouwen toch meer op ons eigen onderzoek. Of, zoals Tillersons voorganger Lee Raymond zijn scepsis over klimaatverandering verwoordde: ‘Negentig procent van de mensen geloofde vroeger dat de aarde plat was, nietwaar?’

ExxonMobil investeert alleen in een nieuw project als het bedrijf er tientallen jaren mee vooruit kan en de winst gegarandeerd ver in de dubbele cijfers zal lopen. Door deze strategie is ExxonMobil – afwisselend met Wal-Mart – het grootste bedrijf van Amerika. In 2000, een jaar na de fusie tussen Exxon en Mobil, draaide het een omzet van 228 miljard dollar, waardoor het op een landenlijstje als 21ste economie van de wereld zou gelden. De nettowinst van 17,7 miljard dollar was groter dan het bruto binnenlands product van meer dan honderd landen. ‘Niemand vertelt die jongens wat ze moeten doen’, zei George Bush eens, waarschijnlijk niet zonder bewondering.

Private Empire gaat voor een groot deel over het tijdperk van Lee Raymond (1993-2005), die door zijn haast karikaturale botheid de bijnaam Iron Ass droeg. Zijn greep op het bedrijf was absoluut. Hij was ‘tot de conclusie gekomen dat het hele debat over klimaatverandering onzin was’, aldus een anonieme manager. ‘Niemand binnen Exxon durfde dat ter discussie te stellen.’ Na de milieuramp met de olietanker Exxon Valdez in de Golf van Alaska, veroorzaakt door menselijk falen, stelde Raymond een veiligheidsregime in dat in de loop der jaren alsmaar strenger werd. Uiteindelijk werden zelfs bijensteken, ongelukjes met nietmachines en papiersneetjes gerapporteerd.

Elk jaar moesten de managers hun medewerkers rangschikken naar hun prestaties. ‘Een meedogenloze competitie, bedekt onder een dun laagje samenwerking’, volgens een voormalig manager. Voor talenten met genoeg conformisme werd goed gezorgd, met interne opleidingen en hoge salarissen.

Sinds het einde van de Koude Oorlog, en later het ineenstorten van de Sovjet-Unie, is het werk van grote oliebedrijven een stuk moeilijker geworden. Bronlanden hebben hun eigen nationale oliemaatschappijen opgericht en staan het eigendom van oliebronnen niet meer makkelijk af aan buitenlandse bedrijven. Daardoor is het gecompliceerder om gewonnen olie in de boeken aan te vullen met nieuwe reserves. In Rusland, dat olie- en gasvoorraden heeft die tot de grootste ter wereld behoren, sloegen in de jaren negentig enkele nieuwe Russische ondernemers wél hun slag.

Energiebedrijven moeten uitwijken naar moeilijker terrein (de diepzee, het Arctische gebied), duurdere technieken (teerzandolie, schaliegas) en riskantere samenwerkingen. Steve Coll onderzocht ExxonMobils activiteiten in Equatoriaal Guinee, Atjeh, Tsjaad, Venezuela, Nigeria en Rusland. Geen plaatsen waar een bedrijf van de omvang van Exxon makkelijk uit de voeten kan zonder geassocieerd te worden met het regime en bijbehorende mensenrechtenschendingen.

Coll verdiepte zich vooral in Exxons relatie met de Amerikaanse regering. Dat George Bush zelf een Texaanse olieboer is geweest, en dat Raymond een goede kennis was van vicepresident Dick Cheney, betekende echter niet dat Exxon zich inschikkelijk opstelde ten aanzien van hun buitenlandbeleid. In het Indonesische Atjeh bijvoorbeeld, betaalde Exxon de soldij van militairen die het gebied rond Exxons gasinstallaties bewaakten. Diezelfde militairen waren volgens de Amerikaanse overheid verantwoordelijk voor de marteling en verdwijning van dorpsbewoners, die zij beschuldigden van steun aan de rebellenbeweging GAM.

Exxon hield vol van niets te weten (en doet dat nog steeds), ook toen er lijken langs de afscheiding van het Exxonterrein werden opgegraven. De werknemers en gasinstallaties werden steeds vaker doelwit van aanvallen, wat Exxon ertoe bracht het werk stil te leggen. Dat was weer slecht nieuws voor de Indonesische overheid, die de inkomsten uit het gasveld nodig had. En voor de Amerikaanse overheid, die geloofde dat het risico op radicalisering van Indonesische moslimjongeren te verkleinen was door economische voorspoed.

Exxon weigerde gehoor te geven aan verzoeken van de ambassade om de productie te hervatten, tot uiteindelijk Washington besloot de kwestie te laten escaleren en dreigde de rebellen op de terreurlijst te zetten. De aanvallen werden prompt gestaakt. Washington mocht Exxon dus wel van dienst zijn, andersom hoefde de regering weinig gunsten te verwachten. Vorige zomer besloot een Amerikaanse rechter dat een proces van Atjeeërs die Exxon beschuldigen van medeplichtigheid aan moord en marteling mag doorgaan. Het was Exxon toen al ruim tien jaar gelukt om de zaak tegen te houden, en ook nu is het bedrijf weer in beroep gegaan.

Big Oil afbranden is niet moeilijk. Oliebedrijven zitten alleen al door de aard van hun werk altijd in de verdediging. ExxonMobil roept door de rechtlijnige, zelfverzekerde manier van doen en de geslotenheid van de organisatie nog meer afkeer op dan concurrenten als Chevron, Shell en Total.

In Private Empire is tussen de regels door goed te proeven dat Steve Coll graag een smoking gun had gevonden, zoals dat in de jaren negentig gebeurde bij de tabakindustrie. Die wist heel goed dat roken schadelijk was voor de gezondheid, maar bleef dat verzwijgen, wat leidde tot schadeclaims van miljarden. Coll heeft geen bewijzen kunnen leveren dat Exxon al die tijd geweten heeft dat fossiele brandstoffen klimaatverandering veroorzaken, wel dat Exxon zo lang mogelijk heeft geprobeerd om de algemene acceptatie van die wetenschap tegen te houden.

Het is Coll wonderwel gelukt om door te dringen tot het bolwerk ExxonMobil. Was er in Nederland maar iemand die een werk van dezelfde kwaliteit en volledigheid afleverde over ‘ons eigen’ Shell. En toch, ondanks de talloze voorbeelden die Coll geeft van zaken die op hun minst vraagtekens oproepen, komen er geen feiten aan het licht waarbij de lezer met open mond achterblijft. We weten eigenlijk wel dat de oliewereld zo werkt, of beter, we voelen het aan ons water. Al heel lang. Misschien is dat nog de meest schokkende gewaarwording bij het lezen van Private Empire.