Een adembenemend zelfportret

De literaire liefdesverklaring van deze week: dichter en VPRO-presentator Wim Brands over Joseph Mitchell.

‘Een hopeloze opdracht, het kiezen van een favoriet boek. Dan zie ik een spreeuw voor me die met dikke aardwormen in de snavel aankomt bij een nest vol jonge hongerige vogels. Bij het zien van zoveel lekkers wordt de situatie onhoudbaar. Het hele nest begint te schreeuwen.

„Op mijn dertiende haalde ik Reves brievenboeken uit de bibliotheek. Dat het om literatuur ging, wist ik toen nog niet. De foto op de achterflap sprak me aan. Een man in een volle, rommelige kamer. Leek de Winkel van Sinkel wel. Uiteindelijk maakte de toon in Reves brieven veel indruk op me. Reve sprak direct tot mij. Ik voelde me, voor het eerst, door een volwassen persoon serieus genomen.

,,Mijn grootste literaire ontdekking deed ik als student journalistiek in Utrecht. Toen herlas ik Simon Carmiggelts lovende column over de Amerikaanse journalist Joseph Mitchell. Hij schreef enige jaren voor de krant de New York World-Telegram totdat hij begin jaren veertig reportages ging schrijven voor het weekblad The New Yorker. Mitchell excelleerde in de verhalende journalistiek, literaire non-fictie. En voor die stijl had ik toen al veel bewondering.

„Mitchells gecondenseerde verhalen spelen zich af in New York, zijn vaste decor. Het was zijn ambitie om die stad in zijn literaire greep te krijgen. Hij schreef over gewone en opmerkelijke New Yorkers. Zoals zigeunerkoning Cockeye Johnny Nikanov, woordvoerder van 38 New Yorkse zigeunerfamilies. Die reportage is opgenomen in de bundel McSorley’s Wonderful Saloon (1943). Ook ‘Professor Sea Gull’ staat erin. Die reportage stond in 1942 in The New Yorker. Het waar gebeurde verhaal gaat over de schrijver Joe Gould die in de jaren dertig en veertig door Greenwich Village zwerft. Gould koestert de ambitie om een orale geschiedenis van de mensheid te schrijven. Daarvoor slentert hij door New York, maakt notities, spreekt dichters en schrijvers, verschijnt op feestjes waar hij indruk maakt met zijn imitatie van zeemeeuw-gekrijs. Dat alles beschrijft Mitchells in fantastische literaire non-fictie. Klassieke journalistiek. In die lof sta ik niet alleen. Mitchell was in zijn tijd al legendarisch. Het verhaal gaat dat nieuwe reportages steeds met affiches in bushokjes werden aangekondigd. Mensen zaten om zijn werk te springen.

„Het opmerkelijke feit doet zich dan voor dat hij midden jaren zestig ineens ophoudt met schrijven. Er komt niets meer uit zijn handen. Ik zie hem al week in week uit het gebouw van The New Yorker binnenstappen. Heeft hij überhaupt nog iets getikt achter zijn bureau? Wat moeten zijn collega’s niet gedacht hebben?

„Een verklaring voor dat abrupte einde geeft Mitchell in het tweede verhaal dat hij, in 1964, meer dan twintig jaar na ‘Professor Sea Gull’, over schrijver Joe Gould schrijft. Aan ‘Joe Goulds Secret’, in 1965 met de eerste Gould-reportage als de bundel Joe Gould’s Secret uitgegeven, voegde Mitchell een persoonlijke memoire toe.

„Professor Sea Gull laat doorschemeren dat zijn hele project, het schrijven van die orale geschiedenis van de mensheid, op drijfzand rust. Mitchell ontdekt dat die orale geschiedenis helemaal niet bestaat. Dat geheim staat, schrijft Mitchell, symbool voor zijn eigen ambitie. Als jonge verslaggever wilde hij een epische roman schrijven over New York. Dat is hem nooit gelukt. Uiteindelijk groeit de bundel Joe Gould’s Secret uit tot een adembenemend zelfportret, een ontroerend verhaal over mislukking, zo goed opgeschreven dat je van een klassieker mag spreken.

Joseph Mitchell: Joe Gould’s Secret.Vintage Press, 208 blz. € 16,-