Draghi bepleit 'dappere sprong' naar bankunie

Het ontbreekt Brussel aan instrumenten om de crisis te bezweren. De invoering van nieuwe regels voor centrale financiële besturing kost tijd. De gevaren in Griekenland en Spanje nemen met de dag toe.

De Europese top van woensdag eindigde rond twee uur ’s nachts. Toen ging iedereen naar huis om zich weer in zijn, of haar, nationale problemen te dompelen. Zo gaat het altijd, maar nu helemáál. De ellende stapelt zich vooral in eurolanden snel op.

Daarom gaan vier deelnemers aan de top met Europa aan de slag. En wel meteen. Want één ding werd kennelijk duidelijk, woensdagavond: Europa heeft tijdens de crisis enorme stappen gedaan in de richting van meer integratie – maar niet genoeg om de euro overeind te houden als er rare dingen gebeuren.

En die rare dingen kúnnen gebeuren. Er doemen twee acute risico’s op: de Griekse verkiezingen en een acute bankcrisis in Spanje. Beide kunnen het Europese bankwezen omver halen. Daar heeft de eurozone geen antwoord op. Banken zijn totaal met elkaar verknoopt in Europa. Als het misgaat moeten landen één antwoord kunnen formuleren. Dat kan nu niet: nationale overheden zijn nog altijd verantwoordelijk. „Wat je gaat zien, is dat elk land dan naar de exit rent en anderen keihard wegdrukt,’’ zegt een bezorgde Europees functionaris.

Vandaar dat ECB-president Mario Draghi gisteren al, tijdens een speech in Rome, zei dat Europa een „dappere sprong” moet doen naar een zogenoemde bankunie. Hij riep Europese leiders op om „politieke verbeeldingskracht” te tonen. Voor niet-ingewijden klinkt dit cryptisch. Op hetzelfde moment hield ECB-directielid Jörg Asmussen, die ook bij de top was geweest, een toespraak in Polen. Asmussen verduidelijkte dat de eurozone één machtige banktoezichthouder nodig heeft en een gemeenschappelijk depositogarantiesysteem. Ook moeten er spelregels komen hoe landen een faillissement van een grensoverschrijdende bank afhandelen, plus een centraal fonds (een ´restitutiefonds´) om dit op te vangen. Anders gaan staten keihard met elkaar concurreren, à la Fortis, en kan Europa exploderen.

Bankzaken zijn politiek, kijk maar naar Spanje met zijn wankelende Bankia: wat het land doet met deze bank, raakt de nationale begroting. En dat raakt de hele eurozone. Financiële Europese integratie is dus niets minder dan een politieke unie. „Dat is moeilijk”, zei Asmussen, zelf Duitser. „Maar onontbeerlijk.”

Daarom stelt Draghi met Europees president Herman Van Rompuy, Commissievoorzitter José Manuel Barroso en eurogroepvoorzitter Jean-Claude Juncker een lijst op met „bouwstenen” voor financiële integratie. Ze presenteren die op 28 juni aan regeringsleiders. Er kan van alles instaan, zegt een betrokkene: van een eurominister van Financiën tot euro-obligaties. „Wij zijn een financiële confederatie. We moeten naar een federatie.” De vier „kijken naar alles wat nodig is. Anderen kunnen het uitwerken.”

De grootste angst van de vier is niet dat er taboes moeten worden geslecht. Ze doen niet anders, tegenwoordig. De angst is dat de ingrepen niet op tijd komen, dat er voortijdig een „ongeluk” gebeurt. Dan is Europa gebrekkig beschermd. Alleen de ECB kan nu krachtig ingrijpen.

De Spaanse premier Rajoy riep Draghi gisteren op hem te helpen de hoge rentes op Spaanse staatsleningen omlaag te brengen. Mensen met toegang tot de top zeggen dat Rajoy die vraag woensdagavond niet herhaald heeft.

Velen vinden Griekenland een groter risico dan Spanje. De verkiezingen van 17 juni, en hoe de Unie met de uitslag omgaat, worden cruciaal. „Hoe kun je eerst pensioenen en salarissen snoeien en dan zeggen: kom, we vragen mensen in vervroegde verkiezingen eens wat ze ervan vinden?”’ zegt een hoge ambtenaar. Een ander: „Als ik Grieks was, stemde ik tegen dat verdomde programma. We kregen Europa net weer op de rails. Die verkiezingen verpesten alles.”

Als Griekenland het ‘verdomde’ programma (leningen in ruil voor hervormingen) afwijst, kan het land moeilijk in de eurozone blijven. Zonder leningen kan het zijn ambtenaren niet betalen en komen er bankruns. Sidderingen gaan dan door heel Europa. Leningen aan eurolanden en Griekse banken worden niet afbetaald. Crédit Agricole, bijvoorbeeld, heeft dan staatssteun nodig. Voor Frankrijk, dat een te hoog begrotingstekort heeft en hard moet bezuinigen, is dat rampzalig.

Zelfs als Griekenland het programma blijft respecteren, zijn hervormingen zo vertraagd dat het eerste troika-rapport vernietigend wordt. „Alles ligt stil”, vertelt een betrokkene, „van privatisering tot wetswijzigingen. Griekenland moet straks éxtra broekriemen aanhalen. Pikken mensen dat?” Maar in dat geval wint de eurozone een paar maanden. De vraag is of dat genoeg is voor de kwantumsprong die Draghi wil.