Besjes

Dat het nuttig is enige kennis te hebben van de levende natuur heb ik zelf ervaren.

Ik wist niets van bloemen en planten. We hadden in Zuid-Frankrijk een huisje gehuurd aan de rand van een wijngaard. Ons dochtertje van drie had al snel de gewoonte een wandelingetje langs de wijnstruiken te maken en handenvol druiven te plukken. Of dat nou wel de bedoeling van de verhuurders was, daar maakten we ons maar niet druk om.

Op een dag kwam ze aangelopen met in beide handen zwarte besjes die ze in haar mond propte. „O, mijn God”, schreeuwde ik, „dat is zwarte nachtschade! Dat is giftig!” Paniek. Naar een dokter, de besjes mee als bewijs.

In de wachtkamer vroeg ik raad aan een oude man die op zijn beurt wachtte. Uit zijn woorden begreep ik dat hij die besjes of bij het vissen gebruikte of dat ze lekker waren bij perzik, want ook de kennis van mijn Frans was gebrekkig.

De dokter stelde ons gerust. Als ze er niet al te veel van gegeten had, kon het geen kwaad, veel melk drinken, hooguit kreeg ze een beetje buikloop, veel erger zou het niet worden. Ze heeft het inderdaad overleefd.

Jaren later, toen we buiten gingen wonen en het mij hinderde dat ik zo weinig van bloemen en planten wist, ben ik met behulp van de Flora van Hijmans en Thijsse de diverse bloemen rondom ons huis gaan determineren. Pas toen kwam ik er achter dat wat onze dochter jaren geleden in haar mond gepropt had, geen zwarte nachtschade, maar gewoon vlierbes was, waar men jam van maakt en vlierbessensap.

Ik heb nog geprobeerd om ze zo, rauw, te eten, maar dat vond ik bepaald niet lekker.

Toch eens aan mijn dochter vragen of het haar indertijd wel gesmaakt heeft, maar ik vermoed dat ze zich dat niet meer kan herinneren.