Achter de coulissen in Baku

Wat de Texaanse stad Houston symboliseert voor Amerika was en is de Azerbajdzjaanse hoofdstad Baku voor Rusland en Europa.

Beide steden, waar intussen 2 miljoen mensen wonen, staan voor het opwindende en gevaarlijke leven dat zich onvermijdelijk aandient als er ergens olie wordt aangeboord en zich snelle rijkdom aandient.

Houston is allang geen geen synoniem meer voor het wilde Westen. Maar Baku, waar oud-Sovjetleider Jozef Stalin ruim een eeuw geleden zijn carrière als stakingsleider Koba tegen de Rothschilds begon, heeft ondanks de ook daar verrezen glaspaleizen nog steeds een wild aureool.

In een ervan, de Kristal Zaal, is de Nederlandse zangeres Joan Franka, met indianentooi, gisteren weggestemd voor het Eurovisiesongfestival. Al acht jaar slaagt een Nederlandse kandidaat er niet in de finale van die Europese zangwedstrijd te halen. Joan zong niet zuiver. Het zij zo.

In de marge van het songfestival is intussen een bescheiden discussie ontstaan over de vraag of zo’n evenement wel kan worden georganiseerd in een land als Azerbajdzjan, dat al vier decennia wordt geregeerd door de Alijev-clan en dat spot met de Europese normen over rechtsstatelijkheid, mensenrechten en corruptie.

Geidar Alijev, vader en voorganger van het huidige staatshoofd Ilham Alijev, werd in 1969 partijchef in de Sovjetrepubliek en bleef tot zijn dood in 2003 met korte onderbreking leider van het land. In die traditie lag het voor de hand dat first lady Mechriban Alijeva voorzitter werd van het lokale organisatiecomité van het festival.

Dat een dertigtal mensenrechtenactivisten gisteren bij een betoging in Baku werd opgepakt, is evenmin verbazingwekkend. De European Broadcasting Union (EBU), verantwoordelijk voor het festival, verbaast zich ook niet. De EBU had immers geen keus. Een Azerbajdzjaans duo had de wedstrijd vorig jaar gewonnen. Bovendien is Azerbajdzjan lid van talloze pan-Europese organisaties, zelfs van de Raad van Europa.

Er is een reden dat Alijev het zich kan veroorloven om de Europese waarden met voeten te treden. Azerbajdzjan hoort qua oliereserves niet alleen tot de twintig rijkste landen ter wereld, het land aan de Kaspische Zee maakt ook optimaal gebruik van zijn ligging tussen Iran, Turkije en Rusland. Het land gaat daarbij uit van realpolitik. De diplomatieke én militaire betrekkingen met Israël zijn voortreffelijk, veel beter zelfs dan die tussen Israël en Armenië, waarmee het op voet van oorlog verkeert.

Maar alle rationele en geopolitieke verklaringen laten onverlet dat Azerbajdzjan het Europese mensenrechtenbeleid te schande maakt. Het is goed dat dit dankzij het festival nu breder bekend wordt. Het zou nog beter zijn als dat na het songfestival niet weer wordt vergeten.