Woningmarkt drukt zwaar op Nederland

De Nederlandse economie doet het bovengemiddeld slecht. En dat verbetert niet snel, waarschuwt Jean-Michel Six van kredietbeoordelaar Standard & Poor’s.

Wie het laatste rapport van kredietbeoordelaar Standard & Poor’s leest zou bijna vergeten dat Nederland nog altijd een van de rijkste landen ter wereld is. De Franse econoom Jean-Michel Six, de auteur van de gitzwarte analyse die deze week verscheen, buigt na drie kwartier sombermanspraat over de Nederlandse economie naar voren en heft zijn vinger streng op. „Blijf het wel altijd in verhoudingen zien. Nederland is een AAA-economie. Vele landen zouden maar wat graag willen dat zij dat waren.”

Six, is hoofdeconoom van de Amerikaanse kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (S&P). Vanuit Parijs is hij eindverantwoordelijk voor de economische analyses van landen uit Europa, Midden-Oosten en Afrika. Over de kritiek op kredietbeoordelaars dat zij veel eerder voor de crisis moesten waarschuwen en dat zij als commerciële partij te veel gericht waren op het verkopen van rapportcijfers kan hij kort zijn. Ja, in de Verenigd Staten zijn fouten gemaakt, met name door de huizenmarkt verkeerd in te schatten. Maar hij benadrukt ook de begrenzingen van zijn diensten: beleggers kunnen nooit hun analyses uitbesteden. De studies en kredietoordelen van S&P zijn geen bijbel, maar een hulpmiddel; opinies die continu veranderen als gevolg van gewijzigde omstandigheden.

Six komt met een boodschap naar Nederland. Dat de vooruitzichten van de Nederlandse economie niet optimaal zijn, is bekend. Die krimpt, de koopkracht daalt en de huizenprijzen zullen naar verwachting nog wel een tijdje dalen. Dat hoort allemaal bij een recessie en bij monetaire spanningen binnen Europa.

Maar in Nederland is iets speciaals aan de hand. We doen het op de meeste fronten duidelijk slechter dan het gemiddelde land in de eurozone. Sterker, de economie lijkt zich te ontkoppelen van Duitsland.

„Als je als econoom naar de vooruitzichten gaat kijken voor de Nederlandse economie, kijk je altijd eerst naar Duitsland”, zegt Six. Het is de grootste handelspartner van Duitsland, economisch gezien zijn we eigenlijk een soort Duitse provincie. Maar dat beeld is schrikbarend snel aan het wijzigen. Sinds de kredietcrisis zijn de consumentenbestedingen in Nederland vrijwel het zwakste van Europa. Zelfs Italië doet het beter.

Daar ligt een structureel probleem aan ten grondslag: Nederland is in de ogen van Six een „Angelsaksische economie”. Een economie die bovengemiddeld afhankelijk is van de stemming op de beurs, van het renteklimaat en van de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt. In de jaren negentig groeide de economie bovengemiddeld door de jubelende beurs, de snel stijgende huizenprijzen en de consumptie van pensioenrijkdom. Nu levert het tegenovergestelde beeld bovengemiddelde tegenslag op. De oogst van deze week: de werkloosheid is in april gestegen naar 6,2 procent, het hoogste niveau in zes jaar, zo maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek vanochtend bekend. De krimp van de binnenlandse bestedingen houdt aan, bleek gisteren. En de consumptie in Nederland daalt sinds vorig jaar zomer gestaag. Het consumentenvertrouwen bevindt zich in historisch lage regionen.

Het zijn volgens Six vooral de dalende besteedbare inkomens die de binnenlandse consumptie zo doen achterblijven. Belangrijkste reden volgens hem: de oplopende werkloosheid en een beperkte loongroei. En niet in de laatste plaats de ‘negatieve welvaartseffecten’. In de jaren negentig werd de overwaarde van huizen grotendeels verbrast doordat er meer geleend werd. Nu zorgen tekorten bij pensioenfondsen via hoge premies of lagere pensioenuitkeringen voor extra verlies van koopkracht. „De Nederlandse economie is zeer rentegevoelig en beweeglijk”, zegt Six. „De prijsdalingen van huizen en bovengemiddelde pijn horen allemaal bij een correctie.”

Moet je in zo’n omgeving juist niet wat minder bezuinigen en de lonen wat verhogen in plaats van ze te bevriezen? De Franse econoom verwerpt de suggestie. Dat de koopkracht daalt in Nederland komt slechts voor een beperkt deel door bezuinigingen, zegt hij. De daling komt vooral door een gebrek aan economische groei. En de loonontwikkelingen daar heb je volgens Six geen grip op. „Dat is gewoon een uitkomst van vraag en aanbod. Bij de oplopende werkloosheid van Nederland zie ik de lonen niet snel stijgen.”

In Nederland zijn de huizenprijzen mede aangejaagd door de hypotheekrenteaftrek en de ruimere kredietverstrekking door banken. „Je ziet altijd dat die fiscale aanmoedigingen tot een keerpunt leiden. Uiteindelijk zorgen zulke stimulansen alleen maar voor hogere pieken en diepere dalen.” Op de Nederlandse woningmarkt kon het vijftien jaar geleden niet op. „De bovengemiddelde stijgingen hadden ook een psychologisch effect. Als je dagelijks ziet dat je woning weer meer waard is geworden, ga je meer consumeren. Nu voelt iedere huizenbezitter zich armoedig door aanhoudend prijsverval.” Het leidt tot rock bottom verwachtingen van de Nederlandse consument.

Op de woningmarkt ziet Six wel één lichtpuntje. Doordat er zo weinig ruimte is in Nederland, is er geen sprake geweest van woekerbouw. Er is niet te veel aanbod van woningen, zoals in Spanje of Ierland. Er blijft in Nederland een woningtekort. Dat moet ergens een bodempje leggen.