Wie goed naar een rode studio kijkt, ziet een geel atelier

‘Hernemingen’, noemt schilder Robert Zandvliet de dertig schilderijen die hij baseerde op bekende en minder bekende werken uit de kunstgeschiedenis. „Met Matisse had ik moeite.”

Henri Matisse French, 1869-1954 The Red Studio, Issy-les-Moulineaux, fall 1911 Oil on canvas, 71 1/4" x 7' 2 1/4" Mrs. Simon Guggenheim Fund Gallery label text, 2006: "Where I got the color red—to be sure, I just don't know," Matisse once remarked. "I find that all these things . . . only become what they are to me when I see them together with the color red." This painting features a small retrospective of Matisse's recent painting, sculpture, and ceramics, displayed in his studio. The artworks appear in color and in detail, while the room's architecture and furnishings are indicated only by negative gaps in the red surface. The composition's central axis is a grandfather clock without hands—it is as if, in the oasis of the artist's studio, time were suspended. Publication excerpt from The Museum of Modern Art , MoMA Highlights, New York: The Museum of Modern Art, revised 2004, originally published 1999, p. 77: "Modern art," said Matisse, "spreads joy around it by its color, which calms us." In this radiant painting he saturates a room—his own studio—with red. Art and decorative objects are painted solidly, but furniture and architecture are linear diagrams, silhouetted by "gaps" in the red surface. These gaps reveal earlier layers of yellow and blue paint beneath the red; Matisse changed the colors until they felt right to him. (The studio was actually white.) The studio is an important place for any artist, and this one Matisse had built for himself, encouraged by new patronage in 1909. He shows in it a carefully arranged exhibition of his own works. Angled lines suggest depth, and the blue-green light of the window intensifies the sense of interior space, but the expanse of red flattens the image. Matisse heightens this effect by, for example, omitting the vertical line of the corner of the room. The entire composition is clustered around the enigmatic axis of the grandfather clock, a flat rectangle whose face has no hands. Time is suspended in this magical space. On the foreground table, an open box of crayons, perhaps a symbolic stand-in for the artist, invites us into the room. But the studio itself, defined by ethereal lines and subtle spatial discontinuities, remains Matisse's private universe.

De titel is zo bekend dat je direct een beeld voor ogen heb. Zeg ‘Korenveld met kraaien’ en je ziet de wuivende gele aren zoals Vincent van Gogh ze in 1890 schilderde, vlak voor zijn dood. Met een kronkelweggetje dat het korenveld doormidden snijdt en een zwerm kraaien die er dreigend boven cirkelt.

Maar er is nog een Korenveld met kraaien. Deze versie is drie keer zo groot en werd vorig jaar geschilderd door kunstenaar Robert Zandvliet (1970). Diens korenveld is veel lichter dan het origineel. Enkele vegen donkerblauw en felgeel herinneren nog aan het palet van Van Gogh, maar bij Zandvliet is er ook veel ruimte voor het witte doek. De kraaien zijn uitgegroeid tot woeste zwarte kwaststreken van meer dan tien centimeter lang. Bij Zandvliet hebben de kraaien bezit genomen van het schilderij.

Zandvliet schilderde Van Goghs Korenveld in 1998 ook al eens, vertelt hij. „Toen was ik met een reeks landschappen bezig en richtte ik me vooral op dat weggetje naar de horizon. De kraaien liet ik bewust weg. Maar dit keer wilde ik juist vanuit die kraaien denken. Die emotionaliteit die ik destijds niet aan wilde gaan, neem ik nu als vertrekpunt.”

In het Haagse GEM toont Robert Zandvliet op zijn solotentoonstelling I owe you the truth in painting naast het Korenveld met kraaien nog een dertigtal recente schilderijen. En allemaal zijn ze gebaseerd op beroemde of minder beroemde voorbeelden uit de kunstgeschiedenis. Soms is de link naar het origineel nog duidelijk aanwezig, zoals bij Pier en Oceaan, dat net als bij Mondriaan een ovaalvormige compositie heeft. Andere werken staan verder af van het voorbeeld: De rode studio van Matisse is in Zandvliets versie een geel atelier geworden.

„Met Matisse had ik de meeste moeite”, vertelt Zandvliet. „Wat ik zo mooi vind aan die Matisse zijn al die kleine frummeltjes in dat rode vlak. Maar het lukte mij niet die kakofonie aan details te schilderen. Ik heb echt talloze schetsen moeten maken voordat ik zijn schilderij kon omzetten naar mijn handschrift.”

Dat ‘handschrift’ is Zandvliets handelsmerk. Met fikse, energieke kwaststreken, soms tientallen centimeters breed, brengt hij zijn transparante ei-tempera op het doek. In het verleden vormden die verfstreken landschappen en snelwegen, maar ook alledaagse objecten als eierdozen of tennisbanen. Nu tasten ze de vormen af van Rembrandts schelp, Cézannes schedels en Munchs maanlicht.

Zandvliet vertelt hoe hij een paar jaar geleden begon met het analyseren van zijn eigen schilderijen. Thema’s die inmiddels tot zijn eigen klassiekers behoren – een achteruitkijkspiegel, een snelweg, een sneeuwlandschap – schilderde hij opnieuw, „om zo tot nieuwe oplossingen te komen”. Vervolgens bedacht hij dat het ook aardig zou zijn om zo’n analyse op de kunstgeschiedenis los te laten, „heel brutaal, kris-kras door de tijd heen, om zo te onderzoeken hoe ik zelf in die traditie sta”.

‘Hernemen’, noemt Zandvliet het opnieuw schilderen van thema’s uit de schilderkunst. „Ik word gegrepen door een afbeelding en vraag me af: waarom vind ik dit nu zo interessant? Dat kan een Cézanne zijn, maar ook een doekje van Dolf Henkes of Klaas Koopmans. Namen interesseren me niet. Vervolgens ga ik zo’n beeld afpellen, om tot de essentie te komen. Soms betekent het dat ik op een detail moet inzoomen. Of dat ik zaken weg moet laten, zoals dat weggetje van Van Gogh, dat had ik nu niet meer nodig.” De kern van zo’n schilderij, daar is hij naar op zoek. Dat is de waarheid uit de titel die Zandvliet hoopt te vinden.

Bij het schilderij Lavender Mist, oorspronkelijk een werk uit 1950 van Jackson Pollock, probeerde Zandvliet vrij letterlijk het web aan verfdruipers te ontwarren. „Ik wist nooit zo goed wat ik van Pollock moest vinden, heb altijd een beetje weerzin tegen dat soort druipschilderijen gehad. Wat Jackson Pollock deed was meesterlijk, maar daarna is die techniek ook afgekalfd, een trucje geworden. Ik vroeg me af waarom er bij Pollock toch zoveel magie in zijn schilderijen zit. Dus ging ik heel precies kijken naar hoe hij ze heeft gemaakt.”

Pollocks verfdruppels vertaalde Zandvliet in stippen die hij met een ronde kwast op het doek zette, het web van draden maakte hij met de zijkant van een brede kwast. Zo ontstond een schilderij dat wel dezelfde dynamiek en hetzelfde ritme heeft als Pollocks Lavender Mist, maar dat toch heel gecontroleerd is gemaakt. Geen action painting, maar een precieze reconstructie.

Heel bewust worden de namen van de kunstenaars die als voorbeeld dienden, op de tentoonstelling nergens genoemd. Zandvliet: „Het gaat niet om die namen. De toeschouwer hoeft de oorspronkelijke werken niet te kennen om mijn schilderijen te kunnen waarderen. Het gaat mij om mijn persoonlijke onderzoek, niet of zo’n werk lijkt op het origineel. Ik heb ook niet de illusie dat mijn Lavender Mist beter is dan die van Pollock. Dat zou naïef zijn.”

Het laatste schilderij op de tentoonstelling in GEM is een herneming van een van Zandvliets bekendste eigen werken, een leeg bioscoopscherm uit 1997. In de versie uit 2011 is Cinema een versluierd beeld geworden, doordat de gordijnen voor het filmscherm dichtgetrokken zijn. „Dit schilderij laat goed zien dat mijn manier van schilderen nu veel kaler en directer is dan toen. Ik kan met minder middelen toe. Vijftien jaar geleden had ik het nooit zo los kunnen schilderen. Vroeger schilderde ik door totdat het goed was, nu wil ik dat het er in één keer goed op staat.”

Is dat iets wat hij geleerd heeft van zijn zoektocht door de kunstgeschiedenis? „Ik ben altijd bezig geweest om het beeld opnieuw te bevragen. Ik heb geen zin om steeds dezelfde broodjes te bakken. Veel andere kunstenaars doen dat wel, die creëren een stijl en bevredigen daar vervolgens jarenlang de markt mee. Ik kan niet te lang op dezelfde manier schilderen, dan word ik argwanend naar mezelf toe.

„Dus ja, deze serie gaf me de mogelijkheid om te freewheelen door de kunstgeschiedenis. Ik heb allerlei aspecten van de schilderkunst kunnen uitproberen – handschrift, kleur, techniek, vorm, mentaliteit. Al die oplossingen en mogelijkheden kan ik nu gebruiken bij mijn nieuwe schilderijen. Dat voelt als een enorme bevrijding.”

‘I owe you the truth in painting. Robert Zandvliet, 1650 - 2012’. T/m 9 sept in GEM, Stadhouderslaan 43, Den Haag. Di t/m zo 12-18u. Inl: www.gem-online.nl