Wachten op De Draak

Mensen durven er bijna niet op te hopen, maar de stiekeme spanning is voelbaar: misschien is vanavond wel de avond dat we onszelf niet helemaal historisch belachelijk zullen maken. Naar het schijnt zijn er Songfestivaldeskundigen die onze Joan Franka een plaats in de top tien hebben toegedicht, en zij hadden ook voorspeld dat Estland in 2009 de top tien zou halen, en uiteindelijk werd dat zelfs zesde, enfin – Songfestivalgelukzaligheid wacht ons.

Ik kijk graag naar het Songfestival, voornamelijk omdat ik benieuwd ben naar De Draak: de inzending die de draak lijkt te steken met de hele competitie. Er zit haast altijd wel een liedje tussen waarbij je jezelf begint af te vragen: ménen ze dit? Is dit werkelijk wat Slowakije mooi vindt, deze gezette man die in een pak gemaakt van klittenband aan het rappen is over spijt? Is het een daad van protest – willen ze zo duidelijk maken hoe truttig ze het festival vinden? Of heeft hun nationale Songfestivalcommissie gewoon gniffelend het formulier ingevuld waarna ze lekker uit eten zijn gegaan van het budget?

De Draak is absoluut mijn favoriete onderdeel van de avond, want waar je je bij de meeste liedjes wel iets kan voorstellen (een ballad, een boyband, een housenummer, Griekenland doet iets met de sirtaki), is het bij De Draak altijd feest. In de eerste halve finale waren er paar nummers die in aanmerking kwamen: er was Rambo Amadeus, een soort sjofele poetry slammer die zichzelf ‘muzikant, dichter en mediamanipulator’ noemt. (Een mediamanipulator op het Songfestival: was zijn deelname al de satire? De tekst ‘euro neuro’? Dat houten paard achter hem? Het paard van Troje?) Er was een Oostenrijks rappersduo met het liedje ‘Woki mit deim popo’, wat een beetje klinkt als Ewoks die seks met elkaar hebben, die lasers en paaldanseressen had ingezet – ‘gewaagd’, was waarschijnlijk de gedachte. En dan was er nog The Social Network Song die geen Facebook Song mocht heten, maar ik ben bang dat ze dat liedje gewoon serieus bedoelden.

De leukste Draak was toch echter Rusland: het groepje koekjesbakkende oma’s op bruine slofjes. Hun gezang begon als zo’n wereldwinkel-cd met authentieke, vals gezongen liederen, maar ontpopte zich vervolgens tot een feestnummer met keyboardbeat, waarop de oma’s breed grijnzend een synchroon dansje deden. Ik voorspel een succesvolle clubtour voor deze vrouwen, met merchandise in de vorm van kleurrijke mutsjes, steunkousen en koekvormpjes. Party for Everybody.

En dan is er vanavond Joan. Haar liedje is oprecht en charmant – het enige waar zij de draak mee steekt is de kritiek op haar indianentooi, die ze voor de show nog een maatje groter heeft gemaakt (en die ik nu al helemaal zie als een soort trotse rij van veren middelvingertjes). Hopelijk gaat ze door naar de finale – en anders hebben we altijd nog de Russische oma’s om aan te moedigen.