Tsjevaptsjitstji

GFW20 paprika

Er zijn van die gerechten waarvan je oprecht hoopt dat je ze nooit in het openbaar hoeft te bestellen omdat de uitspraak zo gruwelijk moeilijk is. Ik was laatst bijvoorbeeld een paar dagen in de Servische hoofdstad Belgrado en struikelde daar meerdere malen over het gerecht cevapcici – spreek ongeveer uit als ‘tsjevaptsjitsji’.

Waarom mijn reisgezelschap uitgerekend mij naar voren schoof om zes van deze broodjes gehakt te bestellen is mij een raadsel, maar op dat moment was ik vooral blij dat niemand kieskeurig was en netjes instemde met extra ajvar en ui. Probeer dat namelijk maar eens in het Servisch uit te leggen. Gelukkig wist de vrouw die de bestelling opnam uit mijn gebaren en gehakkel op te maken welk gerecht ik nou precies bedoelde en verdween het schaamrood bijna net zo snel als dat het gekomen was.

Terug in Nederland bedacht ik me dat het grote voordeel van ‘ergens over schrijven’ is dat bovenstaand uitspreekprobleem niet aan de orde is. Op papier rolt het er allemaal makkelijk uit. Cevapcici, cevapcici, cevapcici. Ziet u? En toen ik een paar dagen later zelf de worstjes aan het maken was, bedacht ik me dat ik het beestje niet per se bij het naampje hoefde te noemen. Dus toen mijn tafelgezelschap vroeg wat er op het menu stond, zei ik zonder horten en stoten: Servische worstjes met auberginedip. Het officiële ‘cevapcici met ajvar’ bewaar ik lekker voor op papier.

Mix het gehakt met twee tenen knoflook, het eiwit, bakpoeder, cayennepeper, paprikapoeder en flink wat versgemalen zwarte peper en rol er worstjes van ongeveer tien centimeter lang en anderhalve centimeter breed van. Dek de worstjes af met plastic en laat minstens een uur in de koelkast rusten.

Maak in de tussentijd de ajvar. Was daarvoor de aubergine en paprika, leg op bakpapier en rooster ze dertig minuten onder de gril in de oven. Haal uit de oven, leg in een grote kom en dek af met huishoudfolie. Laat zo staan tot de groenten wat zijn afgekoeld. Verwijder dan de zaden, groene uiteinden en het velletje. Doe samen met drie tenen knoflook en een flinke scheut olijfolie in de keukenmachine en maak er een egaal sausje van. Breng op smaak met het sap van de citroen en naar smaak peper en zout. Haal dan de worstjes uit de koelkast en bak in een licht ingevette grillpan of op de barbecue tot ze gaar zijn. Maak de pitabroodjes warm, besmeer met ajvar en snijd de ui in ringen en vul de pitabroodjes met de ui en worstjes.