Teloorgang Vestia brengt gemeenten tot wanhoop

Vestia staat in de uitverkoop. Maar wie kan de vele tientallen projecten van de noodlijdende woningcorporatie overnemen? „Iedereen wil de projecten redden. Maar niemand kan het.” Gemeenten en huurders vrezen de gevolgen.

Vanachter een ijzeren hek kijkt Richard Beniest (31) uit over een bouwterrein. Verspreid over het zand liggen houten latten en stukgeslagen bakstenen. In een plas water drijft een plastic zak.

Dit was zíjn straat, de Joubertstraat in Rotterdam-Zuid. Beniest woonde er zijn hele leven. Tot vorige maand. Samen met tientallen andere bewoners moest hij verhuizen naar een tijdelijke woning elders in de wijk. Woningcorporatie Vestia bouwt nieuwe woningen in de Joubertstraat. Na oplevering zouden de bewoners terugkeren naar hun vernieuwde straat. De eerste huizenblokken zijn inmiddels gesloopt.

Maar of er ooit nieuwe woningen voor terugkomen, is de vraag. De nieuwbouw is één van de 35 projecten van Vestia in Rotterdam. Een onbekend deel daarvan staat op het spel wegens een dreigend faillissement van de corporatie. „Het is verschrikkelijk balen”, zegt Beniest. „We zitten vast in een wisselwoning, misschien voor nog wel tien jaar. Het voelt erg onzeker.”

Zijn tijdelijke onderkomen ligt in de Cronjé-straat. Een straat met veel schotelantennes. Op de muren staan leuzen als ‘je moeder’ gestift. Beniest zegt dat hij nog geluk heeft gehad. Zijn huis ziet er van binnen tenminste nog netjes uit. „Sommige bewoners zijn in zwaar vervallen panden geplaatst. Ze klagen over schimmel en lekkage. Het water sijpelt er door de gevels.”

De Haagse wethouder Marnix Norder (volkshuisvesting, PvdA) had onlangs eenzelfde ervaring tijdens een wandeling door de buurt Moerwijk. Naast een rij nieuw opgeleverde huizen zag hij terrein braakliggen. Hij heeft geen idee wanneer daar weer gebouwd kan worden. Evenmin weet hij hoe het verder moet met de ruim 30 andere projecten in de stad waar Vestia bij betrokken is.

De grootste woningcorporatie van Nederland verkeert in zware financiële nood. Vestia kwam vorig jaar in de problemen door de vele risicovolle rentecontracten die kasbeheerder Marcel de V. had afgesloten. Hij en zijn tussenpersoon Arjan G. worden ervan verdacht miljoenen te hebben verdiend aan deze transacties.

Sinds de oprichting in 1999 ontwikkelde Vestia zich als fusiemachine die keer op keer andere corporaties inlijfde. Na de overname van corporatie Stadswonen vorig jaar, bezat Vestia ongeveer 90.000 huizen en vijftien woonbedrijven.

Het imperium stort nu langzaam ineen. Vestia staat in de uitverkoop. Gisteren werd bekend dat de corporatie bijna al haar vastgoed heeft verpand aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Daarnaast praat Vestia al enige tijd over overnames van Zuidplas en Stadswonen. Verkoop van andere woonbedrijven niet uitgesloten – zeker niet als het overleg met de banken mislukt en Vestia failliet gaat.

Van ruim honderd bouwprojecten in Zuid-Holland is onbekend of ze (gedeeltelijk) kunnen doorgaan. De corporatie maakt alleen nog projecten af waar zij niet onderuit kan. Voor Rotterdam en Den Haag, waar Vestia respectievelijk circa 25.000 en 21.000 woningen bezit, zijn de gevolgen groot.

„Ik ben enorm boos”, zegt wethouder Marnix Norder in zijn werkkamer in het Haagse stadhuis. „De huidige stand van zaken is dat alles op slot zit. Door de hoge hordes die de minister en het waarborgfonds hebben opgeworpen, kan Vestia helemaal niets meer. Nul, nul, nul.”

Norder is teleurgesteld in demissionair minister Spies (Binnenlandse Zaken, CDA), die het advies van financieel toezichthouder CFV heeft overgenomen om Vestia voorlopig geen geld te laten lenen. „Volkshuisvesting ging over mensen, nu alleen nog over euro’s.”

Vestia zelf heeft er alle vertrouwen dat het goedkomt en schetste onlangs in haar herstelplan een bemoedigend ‘eindbeeld’. Over een jaar, aldus de directie, staat er een corporatie die „conform haar motto ‘altijd in de buurt’ in goede verbinding blijft staan met haar huurders en stakeholders”.

De Landelijke Huurdersraad Vestia reageerde deze week verbolgen. „De huurders komen op de laatste plaats en betalen de prijs voor het wanbeleid bij Vestia.” De raad vreest een heel ander ‘eindbeeld’: woningen die jaren wachten op renovatie, buurten die mede daardoor verpauperen, medewerkers die gedemotiveerd zijn, en huurders die voor slechte en verwaarloosde woningen veel te veel huur moeten betalen.

Eind deze maand komt Spies met haar oordeel over het herstelplan van Vestia. Dan wordt wellicht duidelijk welke projecten door kunnen gaan en welke worden stopgezet. Norder gaat er vanuit dat Vestia zich vooral zal richten op volkshuisvesting en minder op maatschappelijke taken.

Zo is voor de buurtconciërges straks geen geld meer, vreest Norder. „Terwijl zij zo’n belangrijke rol spelen in de kwetsbare wijken. Juist daar is iemand nodig die tegen bewoners zegt dat een balkon niet bedoeld is om je fiets neer te zetten, of mensen aanspreekt als ze vuil laten zwerven.” De wethouder vreest een verloedering van zijn stad.

Vestia zou in tien jaar zo’n 800 miljoen euro investeren in de vier Haagse ‘krachtwijken’. In Rotterdam zou het jaarlijks om circa 100 miljoen euro gaan. Zo leidt de mogelijke fraude bij Vestia tot een miljoenenstrop voor gemeenten.

Niet alleen financieel is de schade groot, zegt de Rotterdamse wethouder Hamit Karakus (vastgoed en wonen, PvdA). „Als je stopt met renovaties en nieuwbouw, heeft dat in een stad als Rotterdam enorme consequenties.”

Hoger opgeleiden zullen Rotterdam-Zuid bij gebrek aan geschikte woonruimte verlaten, vreest Karakus. Daarmee zou het armste gebied van Rotterdam nog verder achteruit gaan. „De doelstelling om in Rotterdam-Zuid een verbeterslag te maken, is in het geding.”

Daarom voeren Den Haag en Rotterdam overleg met andere corporaties over stilgelegde Vestia-projecten. Ook pensioenfondsen en andere investeerders zijn benaderd, want de financiële slagkracht van de corporaties is klein. Overname van grote projecten, zoals de ombouw van het Haagse Zuiderparkstadion, sluit bijvoorbeeld corporatie Staedion op voorhand uit. „Daarvoor zijn wij niet op aarde”, laat directeur Willem Krzeszewski weten.

Krzeszewski schat het bedrag dat Staedion extra in woningbouw kan investeren op „50 tot 100 miljoen euro”. Wethouder Norder: „De wil is er bij de corporaties, maar de lengte van hun financiële polsstok is beperkt.”

De mogelijkheden van de Rotterdamse woningcorporaties zijn zo mogelijk nog beperkter. Wethouder Karakus schreef vorige week aan demissionair minister Spies dat corporaties niet zelfstandig in staat zijn projecten van Vestia over te nemen. Deze brief werd mede ondertekend door alle Rotterdamse corporaties.

De financiële positie van de corporaties is verzwakt door verschillende overheidsmaatregelen. Het wegvallen van de gelden voor de ‘krachtwijkenaanpak’ (20 miljoen euro per jaar) en het intrekken van het investeringsbudget voor stedelijke vernieuwing (35 miljoen euro per jaar) scheelt de corporaties veel geld.

Voor Rotterdam komt daar nog bij dat de woningmarkt ernstig is verstoord. In de eerste twee maanden van dit jaar zijn in de hele stad slechts 27 nieuwbouwwoningen verkocht. Vorig jaar waren dat er in dezelfde periode nog 173.

„Het is echt een drama”, zegt Leo Bartelse, directeur van de Maaskoepel, een samenwerkingsverband van Rotterdamse woningcorporaties. „De last die Vestia achterlaat, kan nooit worden opgevangen door de andere corporaties. Zij moeten al steeds meer geld afdragen aan het rijk en zitten met koopwoningen die niet worden verkocht. De corporaties zitten aan de grens van hun kunnen.”

Karakus vraagt de minister om maatregelen. Hij stelt voor om corporaties die onrendabele projecten van Vestia overnemen, te vrijwaren van de ‘verhuurdersheffing’ die ze volgens het recente Lenteakkoord (van CDA en VVD met D66, GroenLinks en ChristenUnie) vanaf volgend jaar moeten afdragen. „Anders kunnen zij geen bijdrage van betekenis leveren om het dreigende verlies aan investeringen af te wenden.”

Spies’ woordvoerder laat weten dat het voorstel wordt „bekeken”. De minister overlegt binnenkort met de gemeente. „Het is een constructief voorstel, al is weinig ruimte voor een financiële bijdrage”, aldus de woordvoerder.

„Dat is nu juist het probleem”, stelt Leo Bartelse van de Maaskoepel vast. „Het rijk heeft geen geld, corporaties hebben geen geld, en Rotterdam heeft ook geen geld. Allemaal willen ze dat de Vestia-projecten gered worden. Maar niemand kan het.”

Brian van der Bol

Andreas Kouwenhoven