Safari in Diemen-Zuid

SP’er Ronald van Raak gebruikte zaterdag in deze krant de gemeente Diemen-Zuid als stok om er de kosmopoliet mee te slaan: „Je kunt wel kosmopoliet zijn, vind ik, maar dan moet je niet bang zijn voor mensen uit Diemen-Zuid.”

Gisteren werd Van Raak met instemming aangehaald door schrijver Arnon Grunberg in de Volkskrant: „Wel op safari gaan naar Afrika, maar niet durven kijken hoe de mensen in Diemen-Zuid leven. Een reisbureau zou mensensafari’s naar Diemen-Zuid moeten regelen.”

Het was gisteren heerlijk safariweer. Ik had er al een kleine wandeling op zitten toen ik plek koos op het terras van café ‘Het Wapen van Diemen’ in Diemen-Zuid. Een gezelschap oudere mannen aan een andere tafel hief plotseling een lied aan, ‘Utereg me staadsie’. Een meisje, studente Communicatie, zo ving ik op, dat weer aan een andere tafel zat, sloot aan: „’t Bruist aan alle kant, in ’t hartje van ’t land.”

Een lied over Utrecht in Diemen-Zuid, gezongen door een koor van volkse types en een studente – hoeveel kosmopolitischer wil je het hebben?

Daarna ging het gezang van de heren over in gemoedelijk gemopper over financiën. Parkeertarieven die onbetaalbaar worden. Bouwklusjes die teruglopen. Overheidsgeld dat niet goed verdeeld wordt. Allemaal samengevat door een van de mannen: „Het is klote momenteel.”

Misschien dat de kosmopoliet zou schrikken als hij had gehoord wat een van de mannen zei toen hij een meisje met een hoofddoek zag lopen: „Dat is een dochter van Nel. Ze is moslim geworden. Je zal maar zo’n kind hebben, ik zou ’r de laan uit sturen.”

Maar daarna zag ik hoe een andere vrouw met hoofddoek onwennig, maar schaterend van het lachen de hond uitliet van de blonde vriendin die naast haar liep.

Ik bedoel: omdat Diemen-Zuid een volkswijk is, wil dat niet zeggen dat het louter bevolkt wordt door onvriendelijke clichés.

Lange Frans en Baas B rapten al: „Jij gaat mee naar Diemen-Zuid, want je ziet er lekker uit.” Zo’n bevel geef je alleen als je zeker weet dat Diemen-Zuid geen plek is om je voor te schamen. Maar erg opmerkelijk is het er ook niet. Het was een safaritocht door degelijke, maar saaie bebouwing. De plaatselijke fauna: jonge ouders, kreukelige Surinaamse mannetjes op parkbankjes, kinderen die verkoeling zochten bij een fontein. In het gezelligste deel van de buurt was een straatbarbecue aangericht door toekomstige kosmopolieten – studenten. De PVV is er de derde partij. De VVD tweede, de PvdA eerste.

Dat is een electoraat dat flink wat kosmopolieten moet tellen. Hoe komt men er dan bij dat de kosmopoliet niets moet hebben van een gebied dat zo volstrekt doorsnee is?

In het boek Dood van een gezonde roker van Ian Buruma wordt een Nederlandse columnist geportretteerd die Buruma vertelt waarmee je Amsterdamse achterstandswijken kunt vergelijken: de Bronx, New York.

Nu vraag ik je.

Een mensensafari naar dit soort gebieden? Prima. Alleen niet voor kosmopolieten, maar voor columnisten en partij-ideologen.