Parade van grote namen

Voor popfestivals lijkt 2012 een mager jaar te worden. Diverse festivals zijn al afgelast wegens een lage opkomst. De oplossing: het ‘boutique festival’.

Bruce Springsteen op Pinkpop 2009 Foto Andreas Terlaak

Toen Madonna haar nieuwe tournee, met de recordhoge toegangsprijzen, aankondigde, zei ze dat de fans het hele jaar moeten werken en sparen om zich een concertkaartje te kunnen veroorloven. Want: „Ik ben het waard.” Niet alle fans blijken het hiermee eens. Madonna’s twee Amsterdamse optredens, in juli, zijn niet uitverkocht.

Wellicht omdat voor datzelfde bedrag – de duurste kaarten kosten 200 euro – een festival of zelfs meerdere te bezoeken zijn. Vanaf het moment dat Pinkpop komend weekend traditiegetrouw het seizoen opent, kan de Nederlandse muziekliefhebber ieder weekend een ander festival bezoeken: van kleinschalig tot groot, en in alle muzikale genres.

Het afgelopen decennium is in het kalenderjaar een tweedeling ontstaan: herfst en winter worden gevuld met clubconcerten en kleinere evenementen, voorjaar en zomer staan in het teken van massale samenscholingen op openluchtfestivals.

Voor veel Europese jongeren is vakantie tegenwoordig synoniem met naar een popfestival gaan. Dat kan in eigen land of in aantrekkelijke locaties als Sziget in Hongarije, waar het festival een week duurt, of in Haldern, in Duitsland: festivals met indrukwekkende en gevarieerde line-ups, gecombineerd met de mogelijkheid van kamperen, en betaalbare drank en voedsel.

Er is veel uitwisseling tussen landen onderling. Nederlandse bezoekers gaan naar de festivals in België, Denemarken of Hongarije, en Belgen, Duitsers en Britten komen hierheen.

Maar al dat enthousiasme kan een kerend tij niet verhullen. In Groot-Brittannië, festivalland bij uitstek, wordt een uitzonderlijk mager jaar voorspeld. De competitie van de internationale festivals onderling – die elkaar beconcurreren om zowel de gunst van het publiek als om het boeken van de ‘grote namen’ – is er een groot probleem.

In Groot-Brittannië heeft het uitvliegen bovendien grote vormen aangenomen. Goedkope vliegtickets en, vergeleken met Britse prijzen, lagere toegangsprijzen doen jongeren besluiten naar het buitenland uit te wijken. Voor de muzikale ervaring maakt het niet eens zoveel uit: Amerikaanse en Britse bands draaien de hele zomer hun ‘rondje Europa’ en doen nagenoeg alle festivals aan.

Maar als grootste tegenslag voor de Britse festivals gelden de economische malaise en de jeugdwerkeloosheid: meer dan een miljoen jongeren tussen 18 en 24 heeft er op dit moment geen werk en bezuinigt op de toegangskaarten. Met het vooruitzicht van een lage opkomst werden gevestigde festivals als het alternatieve Big Chill en hardrockfestival Sonisphere, met Kiss en Queen als publiekstrekkers, al afgelast.

Nu grote festivals problemen krijgen, ziet men een toekomst voor de ‘boutique festivals’: dit zijn niet al te grootschalige festivals die zich op een of andere manier onderscheiden, door bijvoorbeeld locatie of programmering. Lowlands typeert zich al door de toevoeging van cabaret en theater in de programmering, en door de verzorgde aankleding.

Een echt ‘boutique festival’ is het relatief nieuwe, driedaagse festival Into The Great Wide Open, dat komende september voor de vierde keer wordt georganiseerd. Into The Great Wide Open speelt op het afgelegen Waddeneiland Vlieland. Er kunnen hoogstens vijfduizend bezoekers terecht, en er wordt, rekening houdend met een publiek van jonge ouders, gezorgd voor kinderopvang op de camping. Behalve muziek is er beeldende kunst te zien en zijn er theatervoorstellingen te bezoeken; muzikanten spelen vaak nog een extra akoestisch optreden zo maar ergens op het strand of in het bos.

De reputatie van Into The Great Wide Open heeft zich in drie jaar zo snel verbreid, dat nu al het Lowlands-effect optreedt: het festival is uitverkocht voordat één naam van het programma bekend is.

Maar aankomend Pinksterweekend staat eerst nog in het teken van Pinkpop. Ondanks de aanwezigheid van grote namen als Bruce Springsteen, Kyteman en The Cure is het driedaagse festival dit jaar niet uitverkocht. Pinkpop is het oudste Nederlandse popfestival, maar het vertoont sleetse plekken. Oorzaak is deels de programmering. Het programma biedt voor elk wat wils, zonder rode draad van genre of concept. Pinkpop is niet gericht op het signaleren van nieuw talent, maar maakt al jaren dezelfde soort line-up: een parade van publiekstrekkers, met hier en daar een nieuwe naam. Bovendien ontbreekt het Pinkpop aan tempo. In het totaal treden 38 bands op, in drie dagen. In een sukkelgangetje lopend van podium naar podium, ziet het publiek gemiddeld dertien optredens per dag. Ter vergelijking: op Lowlands spelen 150 bands in drie dagen.

De festivalbezoeker heeft in 2012 inmiddels andere verwachtingen dan tien of twintig jaar geleden. Hij is gewend om te grasduinen in de overdaad van Lowlands, Eurosonic in Groningen en Motel Mozaique in Rotterdam. Of hij wil ontspannen kamperen, begeleid door de klanken van een nog obscure artiest in de duinen van Vlieland. Een festival als Pinkpop is zowel te groot als te klein.