Oorlog op Texel

Opeens zag ik weer haar portret. Het stond op een plaquette op de Georgische begraafplaats van Texel. De tekst luidde:

‘Aan Cornelia Boon-VerbergVan haar Georgische zonenmei 1985.’

Ik zou onwetend zijn doorgelopen als ik niet toevallig kort tevoren over haar gelezen had in het interessante boek De tarzan van de schapen – Jan Wolkers & Texel van Onno Blom. Het is een opstap naar zijn definitieve biografie van Wolkers. Blom verhaalt hoe Wolkers en zijn geliefde Karina, toen nog woonachtig in Amsterdam, in de jaren zestig gefascineerd raakten door Texel.

Op een dag belandden Wolkers en Karina bij de vuurtoren in het uiterste noorden. Hij zag een bord ‘Huisjes te huur’. Blom schrijft: „De deur van een van de huisjes stond open. Binnen was een oudere dame in een schort aan het schoonmaken. Dat bleek mevrouw Boon te zijn, de eigenares, met wie ze afspraken dat ze de woensdag erop zouden terugkomen om een van de huisjes gedurende een aantal weken te betrekken.’’

Dat huisje heette De Krukel; er bestaan foto’s waarop Jan en Karina zich trots in de smalle deuropening hebben opgesteld.

De vrouw kwam Karina vaag bekend voor. Karina komt uit een communistisch nest, mogelijk had ze ooit iets over Cornelia Boon, een staliniste die later met de CPN brak, in De Waarheid gelezen. Het was het begin van een vriendschap met een van de bijzonderste vrouwen die Texel voortgebracht heeft.

Cornelia was als elfjarig Zeeuws boerenmeisje met haar ouders naar Texel gekomen. Ze was er getrouwd met bollenboer Maarten Boon en had drie kinderen gekregen. Hun huis in de Eierlandse duinen verhuurden ze al in de jaren dertig aan vakantiegangers, zoals het echtpaar Jan en Annie Romein en de familie Van het Reve met de zoontjes Karel en Gerard.

Het gezin Boon speelde een indrukwekkende rol in de opstand van het op Texel gelegerde Georgische infanteriebataljon, onderdeel van de Wehrmacht die de Georgiërs als krijgsgevangenen had ingelijfd. Deze Georgiërs sloegen in april 1945 aan het muiten, aanvankelijk met succes. Ze vermoordden 430 Duitsers, maar moesten uiteindelijk capituleren voor een Duits tegenoffensief. Bij de strijd sneuvelden 500 Georgiërs en 91 burgers. Het was, zoals Wolkers schreef, „een catastrofe” die veel mensen „een gruwelijke dood in zou drijven”.

Honderden Georgiërs konden zich met hulp van Texelaars verbergen; ook de familie Boon hielp, met gevaar voor eigen leven, een grote groep Georgiërs onderduiken. Het leverde Cornelia, al kort na de oorlog weduwe, het predikaat ‘de moeder aller Georgiërs’ op. Jaarlijks werd ze in Georgië als een heldin onthaald en overladen met flessen champagne en kiloblikken kaviaar. „Ze hield van het een noch het ander’’, schrijft Wolkers in zijn columnbundeltje Omringd door zee, „en zei eens dat ze vond dat die grijze korreltjes de smaak van haar warme eten bedierven’’.

Op haar eerste terugreis ontmoette Cornelia in Moskou een Russin die hoogleraar Nederlandse taal aan de universiteit van Moskou was. De Russin begon uit te varen over een of andere schunnige schrijver in Nederland. „Bedoelt u soms Jan Wolkers?” vroeg Cornelia. „Leest u die dan?” vroeg de Russin. „Ik lees hem niet alleen’’, antwoordde Cornelia, „maar ik ken hem ook heel goed. Hij logeert ieder jaar bij mij op Texel.”

Tip voor Texelgangers: vergeet de Georgische begraafplaats niet en let goed op Cornelia Boon-Verberg.