Niemand luistert meer naar de FNV

De vakbondsinvloed op de politiek was al enige tijd tanende. De crisis bij de FNV maakt het nog erger. „De vakbeweging kan geen deuk in een pakje boter slaan.”

Politiek redacteur

Den Haag. De crisisonderhandelingen in 2009 eindigden nog met een sessie in het Catshuis met de vakbonden en de werkgevers. Tijdens de Catshuisbesprekingen tussen VVD, CDA en PVV stuurden de vakcentrale FNV en bonden als Abvakabo FNV en CNV Publieke Zaak brieven met hun wensen naar premier Rutte. Ze kregen standaardafwijzingen. Rutte schreef ze terug dat hij veel brieven en nota’s kreeg en dat het „niet mogelijk is om daar nader op te reageren”. Bij een brief aan FNV-voorzitter Agnes Jongerius krabbelde Rutte er nog even snel ‘Beste Agnes’ boven. En toen VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie in een paar dagen tijd hun ‘Lenteakkoord’ afsloten, werd de vakbeweging ook niet gehoord.

De tijd dat FNV en PvdA exact hetzelfde vonden, en CNV en CDA samen optrokken, is al lang voorbij. Maar dat de vakbonden niet eens meer gehoor krijgen bij de politieke partijen is van de laatste tijd. Eerst was er een centrum-rechts coalitie waarbinnen alleen het CDA echt iets met het maatschappelijk middenveld had. Drie weken geleden kwamen de vijf ‘Kunduzpartijen’ tot elkaar. Zij vonden het moeizaam bereikte pensioenakkoord te knellend. In een paar dagen werd het zonder overleg met de bonden opzij schoven. „De vakbeweging kan geen deuk in een pakje boter slaan”, zegt één van de betrokkenen bij het Lenteakkoord. „Ze zijn zo verdeeld dat ze geen gezamenlijke inzet hadden. Daarom had het weinig zin om met ze te gaan praten.”

De interne verdeeldheid bij de FNV zien politici als de belangrijkste oorzaak van de gebrekkige invloed van de vakbeweging op de politiek. De SP heeft op dit moment de sterkste band. Volgens SP-Kamerlid Paul Ulenbelt begon de verwijdering tussen PvdA en FNV toen Wim Kok zijn „ideologische veren” afschudde en de PvdA het neoliberalisme omarmde. Dat in die tijd, de jaren negentig, het Nederlandse poldermodel hoogtijdagen vierde en internationaal geroemd werd doet daar volgens hem niets aan af. Meer en meer deed de top van de FNV wat de leden eigenlijk niet wilden. „Dat culmineerde in dat vermaledijde pensioenakkoord”, zegt Ulenbelt. FNV-voorzitter Jongerius verdedigde dat akkoord zonder succes bij een groot deel van haar achterban.

Niet alleen de interne strijd bij de FNV is de oorzaak van de tanende invloed. De Sociaal-Economische Raad – het orgaan van werkgevers, vakbonden en kroonleden – functioneert al jaren niet meer goed. Ooit werd de SER de schaduwregering van Nederland genoemd. Maar nu dateert het laatste grote succesvolle advies, over het bekorten van de WW van maximaal vijf naar drie jaar, alweer van zeven jaar geleden. „Sindsdien is er niks meer gebeurd”, zei Niek Jan van Kesteren, algemeen directeur van werkgeversorganisatie VNO-NCW, in maart. Hij vroeg zich openlijk af of de SER nog wel bestaansrecht heeft.

Dat moet als muziek in de oren hebben geklonken van D66 en VVD, die ook in de hoogtijdagen van het poldermodel al vonden dat de politiek de macht terug moest pakken. De meest linkse partij die betrokken is bij het Lentakkoord, GroenLinks, zegt zich bij monde van Kamerlid Jesse Klaver nog wel verbonden te voelen met de vakbeweging. Maar hij zegt ook: „Iedereen gaat over waar hij over hoort te gaan. Ik voelde mij dus niet gecommitteerd aan het pensioenakkoord. De politiek gaat over de hoogte van de AOW-leeftijd, niet de vakbonden.”

Is de ontwikkeling omkeerbaar? Voor een deel vast wel. Als de FNV de rijen sluit zullen de werkgevers en ook de politiek weer beter gaan luisteren. Als de vakcentrale zich splitst in een ‘SP-deel’ en een ‘PvdA-deel’ zullen de banden met deze partijen ook toenemen. Of als er een ruk naar links komt dan zal de opvolger van Agnes Jongerius ongetwijfeld niet meer door de premier worden afgepoeierd met een standaardbrief.