'Mijn Documenta heeft geen concept'

Caloryn Christov- Bakargiev wil een betrokken Documenta. Geen verzameling kant- en-klare kunst, maar projecten waar met veel liefde aan gewerkt is.„Ik hou van kunst die iets teweegbrengt.”

Giuseppe Penone, "Idee di Pietra (Ideas of Stone)", Karlsaue Park, Kassel

De deadline nadert. Nog een paar weken en dan zal in de Duitse stad Kassel de dertiende Documenta van start gaan. De vijfjaarlijkse manifestatie is volgens velen de belangrijkste tentoonstelling ter wereld. Het is een evenement dat nieuwe tendensen in de hedendaagse kunst laat zien en dat carrières van kunstenaars kan maken of breken – een expositie die in honderd dagen tijd zo’n 750.000 bezoekers trekt, onder wie 14.000 journalisten.

Maar bij directeur Carolyn Christov-Bakargiev (1957) is geen spoor van nervositeit te bekennen. „Ik voel me geweldig”, roept ze opgetogen door de telefoon. Alsof ze nog zeeën van tijd heeft, trekt ze bijna twee uur uit om over haar tentoonstelling en haar inspiratiebronnen te vertellen. Vol enthousiasme praat ze over alle kunstenaars die op dit moment de laatste hand leggen aan hun bijdrage. „Zij vinden het fantastisch om in Kassel te werken. Voor hen is het haast een retraite. Kassel is een kleine stad, met maar een paar restaurants, dus we komen elkaar steeds overal tegen.”

Christov-Bakargiev, een in Amerika geboren kunsthistorica van Italiaans-Bulgaarse afkomst, kreeg al in 2008 te horen dat zij de Documenta van 2012 mocht leiden. En meteen sprongen er namen van kunstenaars in haar gedachten. Sommige deelnemers werken dus al drie of vier jaar, veelal in het diepste geheim, naar deze tentoonstelling toe. Anderen werden een paar maanden geleden aan de lijst van ruim 150 kunstenaars uit 55 landen toegevoegd. „De Documenta is een lang en traag proces”, aldus Christov-Bakargiev. „Ik was net samen met Paul Chan zijn werk aan het ophangen. Hij toont schilderijen die hij op boekkaften heeft gemaakt. Die obsessie met oude boeken dateert uit 2010. Inmiddels heeft hij duizend beschilderde exemplaren, van woordenboeken tot monografieën over Cézanne, waarvan wij er 130 tonen.”

Ze vertelt over de eerste kunstenaar die ze uitnodigde, de Italiaan Fabio Mauri (1926-2009), met wie ze in 1994 een grote expositie maakte. „Hij was een goede vriend en hij had ongeneeslijke kanker. Door hem te vragen voor de Documenta, dacht ik, zou hij misschien wel beter worden. Sinds de late jaren vijftig maakte hij prachtige monochrome doeken in de vorm van tv-schermen, maar hij werd altijd een beetje genegeerd. Fabio was zo blij dat hij was uitgenodigd, hij had grootse plannen, wilde zijn oude performances opnieuw opvoeren. Op zijn sterfbed maakte hij een aantal heel vreemde tapijten, waaruit hij teksten sneed als ‘we can only know the universe in pieces’. Die zal ik ook tonen.”

Deze Documenta wordt een betrokken tentoonstelling, zegt Christov-Bakargiev. Geen verzameling van kant-en-klare kunstwerken, maar een reeks projecten waar jarenlang met veel liefde aan gewerkt is. Als voorbeeld noemt ze de Afro-Amerikaanse kunstenaar Theaster Gates, die met hulp van de lokale bevolking een zeventiende-eeuws hugenotenhuisje in Kassel heeft gerestaureerd. „Het is een van de weinige hugenotenwoningen die het bombardement van 1943 overleefd heeft. En omdat het jarenlang gekraakt is geweest, was het behoorlijk uitgewoond. Theaster, opgeleid als keramist, heeft het met veel gevoel voor materialen geconserveerd. Tijdens de Documenta zullen er lezingen en muziekoptredens plaatsvinden.”

Op vorige Documenta’s werd vaak de link gelegd met kunsthistorische werken. Oude helden werden opnieuw onder de aandacht gebracht. Kunnen we dat ook nu verwachten?

„Het hedendaagse kan wat mij betreft niet bestaan zonder het oude. De geschiedenis maakt deel uit van het nu. Die manier van denken heb ik te danken aan mijn moeder, die archeoloog was. Als we samen over straat liepen, zei ze altijd: deze weg is precies zo gemaakt als tweeduizend jaar geleden. Al mijn tentoonstellingen grepen ook altijd terug op het verleden. Zo maakte ik in 2004 Faces in the crowd in Londen, een expositie waar zowel Edouard Manet als Anri Sala te zien was. En nu klink ik misschien heel snobistisch, maar sindsdien is die manier van werken heel trendy geworden. Daarom doe ik het op deze Documenta helemaal anders. Ik ga tegen de trend in door bijna alleen maar gloednieuw werk te tonen.”

Waar gaat uw Documenta over?

„Mijn Documenta heeft geen abstract concept, geen thema. Het is een intuïtieve tentoonstelling. Zie het als een reactie op al die stromingen van curatoren die het nu voor het zeggen hebben. Zij regeren de kunstwereld alsof ze interim-managers zijn. Ze zetten zich veel te weinig af tegen de institutionalisering en commercie van de kunstwereld. Ik heb het gevoel dat er daardoor veel minder vrijheid is dan veertig jaar geleden. Jannis Kounellis kon in 1971 nog vuurtjes stoken in het museum. Dat zou nu nooit meer mogen.”

Op de website schrijft u dat deze Documenta zal gaan over „de unieke relatie die wij hebben met objecten en materialen”.

„Veel van de kunstenaars hebben het in hun werk over die relatie met ‘de dingen’. Zo heb ik twee jaar geleden samen met Giuseppe Penone een bronzen boom in het Karlsaue Park in Kassel geplant. In de takken ligt een reusachtige steen, als een soort wolk. Daarnaast hebben we een echt boompje geplant, dat groeit. Dit werk, Idee di Pietra, is de eerste bijdrage aan de Documenta. De inwoners van Kassel zijn er een relatie mee aangegaan. Mensen hebben er picknicks, maken er vuur. Ik vind er soms lege drankflessen. Opeens is het ding ook een plaats geworden. Een soort Stonehenge.

„In de koepelzaal van het Museum Fridericianum richt ik een zaal in die ik ‘Het Brein’ noem. Hier zullen objecten te zien zijn die verhalen over onze relatie tot de dingen. Dat kan een stilleven zijn van Giorgio Morandi, die decennialang dezelfde flesjes en potjes schilderde. Maar er ligt ook een archeologisch voorwerp van 2000 jaar voor Christus, en foto’s die Lee Miller in 1945 van het pas bevrijde Dachau maakte. Deze zaal dient als het startpunt van de Documenta.”

De Biënnale in Berlijn was dit jaar opvallend activistisch van aard. Volgens curator Artur Zmijewski is het tijd dat de kunstwereld een vuist maakt. Is de Documenta een plek voor politieke kunst?

„In het algemeen ben ik niet zo gecharmeerd van de theatraliteit van politieke kunst. En activistische kunst mist te vaak humor. Dan houd ik meer van de aanpak van de surrealisten, zij snapten tenminste het belang van de grap. Je zult dus geen activisten aantreffen in het Fridericianum. En ik zal ook niet uit protest de expositiezaal leeglaten, zoals Ivo Mesquita in 2008 deed op de Biënnale van São Paulo. Dat is mij te zwart-wit, te mannelijk misschien wel. Ik geloof meer in de feministische aanpak uit de jaren zeventig: maak het persoonlijke politiek. Want ik ben ervan overtuigd dat kunst wel degelijk oorlogen kan stoppen. Als je een schilderij van een bloempot neerzet op het slagveld, dan stoppen ze misschien wel met schieten.”

Hoe heeft u zich op deze immense tentoonstelling voorbereid?

„Ik ben naar plaatsen gereisd waar trauma’s huizen, zoals Vietnam, Libanon, Cambodja, Afghanistan. Maar ook Kassel zelf is zo’n plek waar de oorlog diepe sporen heeft achtergelaten. In Kabul wilde ik heel graag het hotel zien dat de Italiaanse kunstenaar Alighiero Boetti in 1971 had geopend als een soort creatieve daad. Dat hotel hebben we gerestaureerd. Ik ben ook naar Bamiyan gereisd, de plek waar de boeddha’s vernietigd zijn. De Amerikaanse kunstenaar Michael Rakowitz geeft daar op dit moment workshops steenhouwen aan de lokale bevolking. Want de Unesco wil, geheel volgens de westerse richtlijnen van conserveren, de boeddha’s niet laten herbouwen. Maar de mensen daar willen ze terug. Dus gaan wij in Bamiyan nieuwe beeldhouwers opleiden, zodat er over tien jaar misschien wel een sculptuur van een iPod of een kikker uit de rotsen gehouwen is.

„Ik houd van kunst die zich politiek gedraagt, van kunst die iets teweegbrengt. Gewoon doen, dat is mijn motto. Just do it.”

Ze vertelt over de bijzondere ontmoeting die ze in Cambodja had met de de 63-jarige schilder Vann Nath, een van de overlevenden van de beruchte S-21 gevangenis van de Rode Khmer, waar tussen 1975 en 1979 14.000 mensen zijn gemarteld en geëxecuteerd. „Van de zeven overlevenden van S-21 zijn nog drie mensen in leven. Vanns leven is gespaard juist omdat hij kunstenaar is – in de gevangenis moest hij portretten van Pol Pot maken. Ook hij krijgt nu een rol op deze Documenta.”

U heeft ook eco-architecten, organische landbouwers en wetenschappers op het gebied van duurzame energie uitgenodigd. Wat zal hun rol zijn?

„Bij het de productie van de Documenta heb ik goed gelet op zaken als duurzaamheid. Een expositie als deze moet ook principes hebben, vind ik. Dat betekent dat ik geen hout wil gebruiken dat afkomstig is uit een Braziliaans regenwoud en gekapt is door onderbetaalde arbeiders. Dus de videocabines in het park zijn gemaakt van duurzame materialen. Ik heb sponsors als der Grüne Punkt en SMA, een Kassels bedrijf dat zonnepanelen produceert, gevraagd met ons samen te werken. Het gaat mij te ver om deze Documenta groen te noemen. Nogmaals: er is geen concept. Maar er is wel degelijk goed over nagedacht.”

Documenta 13, van 9 juni t/m 16 sept op diverse locaties in Kassel. Inl. d13.documenta.de