Markt-Merkel: Schatz, staat de Bokma koud?

Waarom verzet Duitsland zich tegen vrijwel elke vorm van verdere lotsverbondenheid in de door crisis geplaagde eurozone? Waar komt de overtuiging vandaan dat de Duitse oplossing voor die crisis niet alleen de beste is, maar ook dat andere remedies simpelweg niet bestaan?

Het antwoord op die vragen is een zaak van hogere politiek. Maar er is ook een andere verklaring voor, die veel menselijker is en minstens zo overtuigend: de Duitsers hebben het idee dat het uitstekend met ze gaat.

Vanmorgen werd de economische groei over het eerste kwartaal naar boven bijgesteld, tot 0,5 procent van kwartaal op kwartaal. Amerikanen zouden dit zien als een groei van iets meer dan twee procent op jaarbasis. De toonaangevende Duitse Ifo-index is weliswaar wat gedaald, maar wijst met meer dan 106 punten nog steeds op expansie. De export draait als een tierelier, en wordt nu extra geholpen door een euro die, met een koers van rond 1,26 dollar per euro, naar zijn laagste punt in bijna twee jaar is gezakt.

Als klap op de vuurpijl schreef de Duitse staat gisteren voor het eerst in de geschiedenis een tweejarige obligatie, een zogenoemde Schatz, uit met een couponrente van nul procent. Nul procent: beleggers zijn zo blij om aan Angela Merkel te mogen lenen, dat zij er geen rente voor terug hoeven. De lening werd verkocht tegen een minieme korting, zodat het effectieve rendement nog wel positief was: 0,07 procent. De rente op de tienjarige staatslening is ook al op een historisch laagtepunt.

De Duitse uitzonderingspositie binnen de eurozone is inmiddels bekend. Maar er is een andere kant van deze medaille: de Duitsers trekken het gemiddelde van de eurozone behoorlijk op. Kijk maar eens naar de projecties die de OESO, de club van rijke industrielanden, deed voor 2013 in de dinsdag gepubliceerde, halfjaarlijkse ‘economic outlook’.

De Verenigde Staten hebben dan een begrotingstekort van 6,5 procent, bij een staatsschuld die is opgelopen tot maar liefst 111,2 procent van het bbp. Dat is een stijging met 85 procent ten opzichte van tien jaar geleden.

Japan is nog dramatischer: een begrotingstekort van 10,1 procent bij een staatsschuld van een schokkende 222,6 procent van het bbp – een stijging van 41 procent ten opzichte van 2003.

En de eurozone? In 2013 bedraagt het begrotingstekort daar gemiddeld slechts 2 procent, bij een staatsschuld van 99,9 procent van het bbp, een toename van 31 procent.

Een objectieve buitenstaander zou, gevraagd naar een oordeel over de staatsfinanciën, van deze drie gevestigde economische grootmachten de eurozone als beste aanwijzen. Het enige waar de eurozone als geheel het aflegt, is groei en werkgelegenheid. Maar dat kan in theorie toch nauwelijks opwegen tegen de stand van de overheidsfinanciën als beleggers in staatsobligaties en valutahandelaren hun voorkeur zouden bepalen.

Natuurlijk: Duitsland wordt nu in toenemende mate gezien als een eenling binnen de eurozone: de hoedster en erfgenaam van de proto-mark die terugkeert als de eurozone klapt. Maar de gegevens voor de eurozone als geheel laten zien dat de regio ontzettend kansrijk is, en dat alleen de vertrouwenscrisis en een gebrek aan gezamenlijkheid zelf de economische vooruitzichten frustreren. Voor een oplossing is niet alleen nodig dat de wankelende eurolanden Duitsland als een uitzondering zien, maar dat Berlijn zichzelf ook objectiveert. Het heeft de voorspoed niet alleen aan zichzelf te danken. Het profiteert, al dan niet bewust, even goed van de chaos elders.

Maarten Schinkel