Leers had die Irakezen moeten laten spreken

Het tentenkamp in Ter Apel is weg, maar uitgeprocedeerde asielzoekers die opvang zoeken, komen niet aan het woord. Dit is een gemiste kans, betoogt Thomas Spijkerboer.

Een grote groep Irakezen werd vorige maand vrijgelaten uit detentie, omdat ze waren uitgeprocedeerd. Verdere detentie diende geen redelijk doel meer. Ze kregen evenwel geen opvang. Hierop hadden ze gehoopt, omdat ze geen verblijfsvergunning of een lopende asielprocedure hadden.

Deze keer losten ze niet op in de illegaliteit, maar begonnen ze een actie om opvang af te dwingen. Ze sloegen hun tenten op in Ter Apel. Behalve Irakezen kwamen er ook Somaliërs, Afghanen en Iraniërs bij.

Acht fracties van Provinciale Staten in Groningen stuurden hierop een brief aan minister Leers (Asiel, CDA), waarin zij vragen om een langetermijnoplossing voor uitgeprocedeerde asielzoekers die niet kunnen worden uitgezet. Ze vragen om een „structurele oplossing voor het in de praktijk niet sluitende asielbeleid.” Tot die tijd willen ze opvang voor dit soort mensen.

Leers bood de niet uitzetbare actievoerders eergisteren een paar weken opvang aan. Deze opvang zou dan wel zijn gericht op uitzetting. Tweederde van de kampeerders pakte zijn biezen. De anderen werden ontruimd door de mobiele eenheid.

Het komt elke dag voor dat vreemdelingen worden ontslagen uit detentie omdat ze niet kunnen worden verwijderd en evenmin opvang krijgen, omdat ze geen verblijfsrecht hebben. Hiervoor bestaat zelfs een woord: ‘klinkeren’.

De Nederlandse regering kijkt als volgt aan tegen deze kwestie. Deze mensen hebben een asielprocedure doorlopen. Ze hebben nul op het rekest gekregen. Ze moeten dus terug naar hun thuisland. Als ze doen wat ze horen te doen – vrijwillig teruggaan – dan kan dat en krijgen ze opvang zolang die vrijwillige terugkeer duurt. Kiezen ze ervoor dat niet te doen, dan is dit niet de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid. Dit is een redelijk standpunt.

Niet-uitzetbaren kijken anders aan tegen deze kwestie. De Nederlandse asielprocedure is niet betrouwbaar. Het komt – en dat is waar – geregeld voor dat iemand uitgeprocedeerd raakt die wel degelijk bescherming behoeft. Het idee dat uitgeprocedeerde asielzoekers ‘dus’ terug kunnen, is niet juist. Zelfs als dit juridisch wel goed zit: wie weleens een krant leest, weet dat ze niet voor de lol zijn vertrokken uit Irak. Hen gedwongen uitzetten is één ding, maar het gaat te ver om van hen verlangen dat ze zichzelf verloochenen en op het Irakese consulaat liegen dat ze graag terug willen. Eigenlijk is ook dit best een redelijk standpunt.

Lokale overheden kijken weer anders aan tegen de kwestie. De nationale overheid heeft een asielbeleid. Prima – daar gaan we niet over. De nationale regering detineert vreemdelingen en verwijdert ze. Dit is ook best, maar de regering slaagt er niet in mensen uit te zetten en zet ze op straat. Dit is helemaal niet prima en beslist onze zaak. Deze mensen slapen bij ons in het park en hebben kinderen op onze scholen. Als deze mensen in onze kerken en voetbalverenigingen inburgeren, kunnen we dan doof blijven voor wat onze eigen lokale gemeenschap voelt en vindt? De minister kiept de problemen bij ons over de heg. Als je wat van deze hypocriete toestand zegt, krijg je op je falie omdat je het beleid van de rijksoverheid tegenwerkt.

Sinds het moment waarop onder staatssecretaris Cohen (Justitie, PvdA) de nadruk is verschoven naar de eigen verantwoordelijkheid van vreemdelingen om zichzelf te verwijderen, zijn de knellende problemen van het vreemdelingenbeleid verschoven. Procedeerde ik als piepjonge advocaat over uitzettingen, vreemdelingenadvocaten van nu procederen steeds meer over opvang. De Centrale Raad van Beroep doet, geconfronteerd met dit soort soms vreselijke dilemma’s, uitspraken die door hardwerkend en breed grijnzend Nederland worden ervaren als activistisch.

Leers heeft gekozen voor de oer-Hollandse oplossing: deels toegeven en verder het probleem uitdoven met de sterke arm. Deze aanpak heeft zijn charmes, maar de kwestie is niet eens een klein beetje opgelost. Hoe moet het na half juni met deze mensen? Dagelijks worden meer mensen uit de vreemdelingendetentie op straat gezet, zonder dat er een opvangmogelijkheid voor hen is. Dit is een structureel probleem van het Nederlandse vreemdelingenbeleid. Ondertussen is de actie die het probleem zichtbaar maakte, de kop ingedrukt.

Dit is pragmatisch en handig gedaan van de minister, maar het is ook jammer. De niet-uitzetbaren hebben spandoekteksten – geen uitzetting, wel opvang. Ze hebben evenwel nauwelijks een samenhangend verhaal dat ze kunnen plaatsen naast dat van de minister en de lokale overheden.

Het tentenkamp had – denk aan de sans papiers in de Chapelle Saint Bernard in Parijs een aantal jaar geleden – een platform kunnen zijn waar de niet-uitzetbaren hadden kunnen proberen hun (urgente) eigenbelang te overstijgen. Waarom vinden zij dat ze moeten worden opgevangen? Hoezo werken ze niet wat meer mee, opdat ze wel kunnen worden uitgezet? Sommige asielzoekers zijn beslist in staat om een betoog over deze kwesties te ontwikkelen, waarin zij niet slechts figureren als half meelijwekkende, half te wantrouwen smekelingen. We moeten het voorlopig stellen zonder zo’n betoog. Voor de kwaliteit van het debat over het asielbeleid is dit een gemiste kans.

Thomas Spijkerboer is hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.