‘Israël bood slachtoffers Mavi Marmara schadevergoeding’

De Mavi Marmara werd op 31 mei 2010 aangevallen door Israëlische commando’s toen het schip met hulpgoederen op Gaza afkoerste en weigerde om te keren. Foto AP / Ariel Schalit

Israël bood vorige maand een schikking van bijna vijf miljoen dollar aan de nabestaanden en 465 slachtoffers van de aanval op Gaza flotilla van 2010. Dat deed Jeruzalem via een buitenlandse ambassadeur als tussenpersoon.

Dat heeft een van de Turkse advocaten van de slachtoffers, Ramazan Ariturk, tegenover de Israëlische krant Ha’aretz laten weten.

‘Aanbod onacceptabel’

Volgens Ariturk zou de schikking uitbetaald worden door een joodse stichting in Turkije en zou het geldbedrag gepaard gaan met een “spijtbetuiging” van de Israëlische regering voor het incident. De Turkse advocaat liet echter weten dat het aanbod “onvoldoende” was of “moreel” te rechtvaardigen tegenover de slachtoffers.

De slachtoffers en nabestaanden zouden dan ook het “onacceptabele” aanbod hebben afgewezen, aldus Ariturk. Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken was het eens met deze beslissing en benadrukte dat Israël direct contact had moeten maken met de slachtoffers. Een Israëlische regeringsfunctionaris laat tegenover Ha’aretz weten dat er geen nieuw aanbod is gedaan in de kwestie, aangezien het land vorig jaar al aanbood schade te willen vergoeden zonder de schuld voor het incident op zich te nemen.

Bekoeling betrekkingen tussen Israël en Turkije door flotilla-incident

In 2010 greep Israël met harde hand in tegen een activistenvloot met hulpgoederen voor Gaza. Bij een onderscheppingsactie op de Mavi Marmara op 31 mei werden negen Turkse activisten gedood. Dit incident zorgde vorig jaar voor het ernstig bekoelen van de diplomatieke betrekkingen tussen Israël en Turkije.

De Mavi Marmara leidde een groep schepen die hulpgoederen wilde brengen aan Palestijnen in de Gaza-strook die door een Israëlische blokkade geheel van de buitenwereld waren afgesloten. Israël heeft de zeeblokkade bij Gaza ingesteld om te voorkomen dat Hamas over zee van wapens wordt voorzien door onder meer de Libanese Hezbollah-beweging.