Hollande kalmeert de markten niet

Beleggers zijn zeer nerveus over Spanje en Griekenland. Het Europese debuut van François Hollande gisteren legde de grote verdeeldheid tussen Noord en Zuid bloot.

Amsterdam/Madrid. - De eurozone dreigt slachtoffer te worden van een ramkoers tussen politici, financiële markten en de Europese Centrale Bank. Als niemand wijkt, meegeeft of inbindt is het de grote vraag in welke hoedanigheid de gezamenlijke munt nog zal bestaan.

Financiële markten clashen, net als vorige zomer en najaar, volop met Europese leiders. Grote beleggers willen dat er snel gehandeld wordt om een Europese bankrun te voorkomen. Ze willen dat er plannen gemaakt worden om groei in Europa te stimuleren. En ze willen dat er helderheid komt over een substantieel financieel vangnet voor zwakke landen en banken.

Ze willen vooral dat dit snel gebeurt. Zolang euroleiders in hun ogen niet thuis geven, zullen ze de monetaire unie in een wurggreep houden. Gisteren daalden aandelenkoersen in Europa met percentages tot 3 procent, en verloor de euro waarde ten opzichte van de dollar, pond en yen. Een euro is 1,25 dollar waard, het laagste niveau in ruim twee jaar. Een financiële motie van wantrouwen.

Als gevolg lopen de rentestanden van probleemlanden als Spanje verder op. De Spaanse premier Rajoy heeft gisteren alarm geslagen over de penibele situatie van zijn land op de financiële markten. Voorafgaand aan een informeel diner van Europese leiders in Brussel deed Rajoy een dringende oproep: „Met zulke sterk uiteenlopende financieringskosten kunnen we het niet lang volhouden.” Op een persconferentie suggereerden Rajoy en de Franse president Hollande dat de ECB moet ingrijpen op de Spaanse obligatiemarkt.

De ECB heeft zo al meermaals ingegrepen in de eurocrisis, maar vooralsnog geeft ECB-president Draghi geen krimp. Spanje zou geen toezeggingen hebben gekregen over een nieuwe interventie. Rajoy: „Het is ook niet aan de Europese Raad om besluiten te nemen over de ECB.” Vanuit Brussel wordt gesuggereerd dat Spaanse banken geherkapitaliseerd kunnen worden met geld uit het euronoodfonds. Ook Hollande noemde dit afgelopen weekeinde „wenselijk”. Madrid wil hier vooralsnog niet aan, uit angst voor soevereiniteitsverlies.

De informele top in Brussel over de eurocrisis markeerde het debuut van Hollande op het Europese toneel. Hij manifesteerde zich als aanvoerder van een zuidelijke groep lidstaten die pleiten voor euro-obligaties, gezamenlijk schuldpapier van de eurolanden. De Belgische premier Di Rupo, een socialistische bondgenoot van Hollande, zei dat er „slechts vijf landen” tegen euro-obligaties zijn. Het zijn noordelijke landen: Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Finland en, buiten de eurozone, ook Tsjechië. Merkel benadrukte dat euro-obligaties binnen de huidige EU-verdragen niet mogelijk zijn. Premier Mark Rutte zei: „Eurobonds leiden niet tot groei, maar tot uitstel van hervormingen”. De kloof tussen noordelijke en zuidelijke landen in de eurozone, die minder zichtbaar was onder ‘Merkozy’, komt onder Hollande weer aan het licht.

Vandaag werd duidelijk hoe groot de economische gevolgen van de politieke verdeeldheid zijn. De Britse economie blijkt verder weg te zakken dan gedacht. Duitse ondernemers zijn in een maand tijd een stuk somberder geworden over de vooruitzichten. En in Nederland is de werkloosheid gestegen tot 6,2 procent, het hoogste niveau in zes jaar.

Eurotop: pagina 25