‘Geld terug!’ op Oerol

Een lange stadsbus met de tekst Ik wil mijn geld terug erop, rijdt deze zomer langs de festivals en stopt op Oerol. In die bus een voorstelling van De Veenfabriek over boze bellers van een radioshow die hun woede botvieren op bankiers, over de crisis.

‘Als je ontstemd bent, stem dan af op radio Krach en win je geld terug!” Vanuit zijn actiebus vuurt showmaster Alex zijn publiek aan. De mensen moeten bellen met hun verhalen over de crisis. En dat doen ze. Naar Alex, de ontslagen presentator van een nachtelijk jazzprogramma, die de opstand predikt tegen het grootkapitaal.

De actiebus is het decor van de voorstelling Ik wil mijn geld terug van het Leidse muziektheaterensemble De Veenfabriek, te zien op onder meer het Festival aan de Werf in Utrecht en op Oerol. Tijdens de repetities vorige week stond de bus nog in het centrum van Leiden. Het is een verlengde stadsbus, ook wel harmonicabus genoemd, met de ramen en stoelen volledig gewikkeld in bruin bouwtape. In het midden van de bus zitten zeven muzikanten, vijf van het Asko|Schönberg Ensemble en twee van de Veenfabriek. Vertrouwde klassieke miniatuurtjes wisselen ze onwennig af met covers van pophits en jingles.

De acteurs spelen de bellers. Ze bevinden zich in de bus, maar hun gesprekken, en de muziek, dien je te beluisteren door de koptelefoon bij je stoel. „Ik ben een dakloze, ik ben een stalker”, zegt een beller, gespeeld door actrice Lizzy Timmers. „Gaan we de schuldigen bedreigen, gaan we ze opjagen?” haakt Alex verlekkerd in. „Nee, de grote graaiers hebben geen gezicht”, kraait ze. „Ze sluipen weg met ons geld. Achter elke man in pak staat een man in lompen.”

De lange, afgeplakte bus voelt als een tunnel. De sfeer is, mede dankzij de koptelefoon, claustrofobisch. De voorstelling sluit je op in de boosheid van de makers.

Dat is precies de emotie die regisseur Eric de Vroedt voelt, legt hij uit. Bij zijn eigen gezelschap, mightysociety, begon het maken van voorstellingen steeds vanuit woede, zegt hij. „Maar al denkend, pratend en researchend kwamen dan de relativeringen. Die simpele kunstenaarswoede, waarmee je zo lekker een subsidieaanvraag schrijft, werd dan genuanceerd en veelkantiger. Daarmee werden het debatstukken over meerdere waarheden, waarbij ik het publiek wilde meeslepen in een complex probleem.”

Bij deze voorstelling is het andersom gegaan. „Ik begon, op verzoek van De Veenfabriek, met een stuk over de crisis en zag meteen een enorm ingewikkeld onderwerp met diverse schuldigen. Maar ik ben steeds bozer geworden. Ik ben klaar met die nuances. De crisis is de schuld van de banken.”

Europa en de overheden worden inmiddels als veroorzakers van de crisis aangewezen, zegt De Vroedt. „De crisis leek een probleem van rechts en nu is het een troef van rechts. Van zo’n Wientjes die in NRC zegt dat er geen goede politici zijn, terwijl hij tot de elite behoort die de boel heeft verkloot. We laten ze ermee wegkomen.”

De Vroedt koestert een wijsheid van de Sloveense filosoof Slavoj Zizek: soms gaat de nuance ten koste van vitaliteit en keuzes maken. De nuance kan verhullend werken.

Toch is er ook een terugkerende tegenstem in het beleg van rancuneuze bellers, gespeeld door Reinout Bussemaker. Hij is de man die geloof houdt in de triomferende kracht van het kapitalisme. Hij klinkt als een bankier, ook op zachte toon robuust. „Ergens had ik verwacht dat mensen onredelijker zouden zijn”, fluistert hij. „Ze zien ons nog steeds als goden.” „Iedereen is woedend. We pikken het niet meer”, bijt presentator Alex terug. De beller blijft rustig: „Maar ze doen niks. Is dat niet hoe mensen omgaan met een god?”

Zo voltrekt zich straks elke avond vier keer een verschillend uur talkradio, met livemuziekjes, bellers en een opruiende presentator. Je zou alle delen achtereen moeten zien, maar dan moet je vier keer een kaartje kopen.

De bezoekers in de bus zijn eigenlijk actievoerders, houdt de regisseur zijn acteurs voor bij een bespreking tussen de repetities door. Zij willen hun geld terug en daar moeten de acteurs straks, als er ook echt publiek is, op inspelen.

„Het is een activistische voorstelling”, beaamt De Vroedt. „De insteek is best eenduidig: we willen ons geld terug van de banken!” Maar de uitwerking is dat niet, zegt De Vroedt. „De argumenten van de beller die gelooft in de ideologie van het kapitalisme zijn nog steeds overtuigender dan die van de antistemmen. Dat is de zwakte van links: wel veel retoriek, maar geen krachtig pleidooi.”

Daarnaast bekritiseert de voorstelling volgens de regisseur ook ontwikkelingen in de kunst. „De bus is ook een metafoor voor kunst die moet onderduiken en de radioshow is een aanklacht tegen kunst die wordt geperst in een format, met blokjes van één, drie of vijf minuten, zoals bij De Wereld Draait Door. Het is lastig dat we op een bepaalde manier zelf ook entertainment zijn, maar we ageren wel tegen het idee dat kunst steeds commerciëler moet worden.”

In de bus worden ook ‘brieven’ voorgelezen. Het zijn verhalen van slachtoffers van de crisis, verzameld door de auteur van het stuk, Rik van den Bos. Het publiek kan het beste verhaal kiezen en de inzender krijgt aan het einde van de reeks, op Oerol, daadwerkelijk ‘zijn geld’ terug. Voor dat bedrag, 2.500 euro, zoekt De Veenfabriek nog sponsors.

De Vroedt: „We hopen dat mensen ons hun verhalen over de crisis sturen. Onze actie zal misschien niet zo groot worden als bijvoorbeeld de Donorshow, maar ik wil ook graag iets teweegbrengen in de wereld buiten het theater.”

De Veenfabriek, met het Asko|Schönberg ensemble: ‘Ik wil mijn geld terug’. Te zien t/m 24 juni op locatie in Utrecht, Amsterdam, Leiden en Terschelling. Inl. veenfabriek.nl