ESM: een noodzakelijk, maar problematisch fonds

Bij alle begrijpelijke zorgen die er zijn over de mogelijkheden om het het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) op democratische wijze te controleren, staat één ding voorop: dit noodfonds moet er komen. Het is een onmisbare waarborg, zij het vermoedelijk nog onvoldoende, voor de stabiliteit van de euro.

Het fonds, dat niet tijdelijk is maar permanent, kan een land dat in grote financiële moeilijkheden verzeild is geraakt te hulp schieten. In het belang van dat land, maar zeker ook in het belang van de eurozone. Het ESM moet een medicijn tegen besmetting zijn, tegen het risico dat één land de euro in een vrije val brengt en daarmee de positie van de landen in de eurozone en de rest van de EU in gevaar brengt.

Premier Rutte heeft het verdrag namens Nederland in februari ondertekend, net als de regeringsleiders van zestien andere Europese staten. Of hij het ook mag ratificeren, hangt af van het parlement. Het ziet ernaar uit dat het parlement met de ratificatie zal instemmen.

De vraag is hoeveel macht het daarmee uit handen gaat geven. Het parlement geeft toestemming om 4,6 miljard euro in het fonds te storten en het stemt in met een garantie voor 35,5 miljard. Wat er met die 40 miljard eventueel gebeurt, beslissen via het ESM de ministers van Financiën van de betrokken landen. Nationale parlementen komen er niet aan te pas en het Europees Parlement evenmin, omdat het niet om een verdrag van de Europese Unie gaat, maar om een intergouvernementeel verdrag.

Niet alleen partijen die min of meer eurosceptisch zijn (PVV, SP, ChristenUnie, SGP en Partij voor de Dieren) en die tegen de ratificatie zullen stemmen, hebben daar zorgen over. Ook voorstanders van het verdrag vragen zich af of het budgetrecht van de Tweede Kamer niet wordt aangetast. Bovendien heeft zelfs de Nederlandse minister van Financiën weinig te vertellen wanneer in acute noodsituaties een beroep op het ESM wordt gedaan. Anders dan de grootste betalers (Duitsland, Frankrijk en Italië) heeft hij met 5,72 procent van de stemmen geen vetorecht, tenzij hij bondgenoten verzamelt die hem aan de benodigde 15 procent van de stemmen helpen.

Er is inderdaad een democratisch gat. Een consequentie van het feit dat er in Europa wel een monetaire unie, maar geen politieke unie bestaat. De minister van Financiën moet overigens het parlement om toestemming vragen als hij de Nederlandse bijdrage aan het ESM wil uitbreiden. Helemaal machteloos is de Kamer dus niet. Maar ook doet de minister er wijs aan de Tweede Kamer zo veel mogelijk te betrekken bij de besluiten van het fonds. Hij noch Europa kan zonder draagvlak.