‘Elke terrorist heeft zijn eigen verhaal’

Geen alledaagse gebeurtenis: een Marokkaanse film in Cannes. Regisseur Nabil Ayouch wil de motieven van terroristen doorgronden. „Ik begin met de jeugdtrauma’s.”

Scène uit de Marokkaanse film ‘Horses of God’ van regisseur Nabil Ayouch

Vanuit een sloppenwijk in Casablanca zijn de twee broers voor het eerst van hun leven op een vliegtuig gestapt, geland in de buurt van Cannes en nu staan ze op een podium in het Festivalpaleis om het applaus in ontvangst te nemen voor hun eerste filmrol.

Abdelhakim Rachid en Abdelilah Rachid zijn door de Frans-Marokkaanse regisseur Nabil Ayouch van de straat geplukt om de hoofdrollen te spelen in zijn in Cannes uitstekend ontvangen debuutfilm Horses of God.

De film is geïnspireerd door de terreuraanslagen die plaatsvonden op 16 mei 2003 in Casablanca. Ayouch volgt de twee jongens (ook in de film broers) vanaf hun vroege jeugd en laat stap voor stap zien hoe ze in handen vallen van een fundamentalistische groepering en uiteindelijk bereid zijn zichzelf te offeren in een aanslag.

‘Niemand wordt geboren als martelaar’ staat op de affiche van de film. Horses of God volgt het radicaliseringsproces met grote overtuigingskracht en authenticiteit – mede omdat de film in de allerarmste delen van Casablanca is opgenomen.

Voor de hoofdrolspelers moet het een vervreemdende ervaring zijn: van krottenwijk naar Cannes. „Ik doe er alles aan om de jongens met beide benen op de grond te houden, ’’ zegt regisseur Ayouch, een dag na de première. „Ik zeg steeds tegen ze dat dit Cannes is en niet het echte leven. Straks is alles weer voorbij. Het gevaar bestaat dat, als het stof van de film neerdaalt, er voor hen eigenlijk niks is veranderd. De oudste broer wil echt doorgaan met acteren, ik probeer hem zoveel mogelijk overal mee naar toe te nemen en aan mensen voor te stellen. De jongste wil computerprogrammeur worden en daar help ik ook bij.”

Tijdens het gesprek belt de Marokkaanse radio, ze willen weten hoe de film in Cannes is gevallen, want een Marokkaanse film in Cannes is bepaald geen alledaagse gebeurtenis. Het onderwerp van de film ligt gevoelig. Ayouch: „Ik ben heel benieuwd wat de reacties zullen zijn. Niet alleen in Marokko, maar in de hele Arabische wereld. Ik hoop alleen wel dat er geen stompzinnige polemieken ontstaan, waar niemand wat mee opschiet.”

Ook in Nederland is het zoeken naar de achtergronden en de motieven van terreurdaden soms omstreden. Dat kan al snel worden weggezet als een manier om terreur goed te praten. „Daar ben ik het volslagen mee oneens. Als je iets aan het probleem wilt doen, moet je de oorzaken ervan begrijpen. Je kunt wel heel gemakkelijk zeggen dat die mensen gek zijn, maar dat zijn ze niet. Achter hun daden gaat een ideologie schuil.”

Het beeld dat de film schetst van hoe de allerarmsten in Marokko leven, is schril en pijnlijk. Toch ziet de regisseur armoede niet als de belangrijkste voedingsbodem voor terreur. „Als dat de reden zou zijn, zouden er miljoenen zelfmoordterroristen moeten zijn. Nee, je moet heel scherp kijken naar de specifieke achtergronden van ieder individu, naar problemen in het gezin waarin iemand is opgegroeid, trauma’s die iemand heeft opgelopen. Daarom begin ik in film ook bij de vroege jeugd van mijn hoofdpersonen. Als je het proces van radicalisering echt wilt doorgronden, moet je zo’n lange aanloop nemen.”

De oudste broer in de film, Hamid, is aanvankelijk een wilde jongen, die wijn drinkt en vecht met de politie. In de gevangenis komt hij tot inkeer en hij komt daarna vroom terug naar zijn ouderlijk huis. Ayouch: „Dat element komt in bijna alle verhalen van radicalen terug. Vaak ligt het vertrekpunt in de gevangenis.”

Ook zijn jongere broer Yachine en zijn vrienden haalt Hamid over om zich bij zijn radicale groepering aan te sluiten. De jongens die in een uiterst chaotische, onoverzichtelijke wereld opgroeien, vinden bij de fundamentalisten orde en discipline. Niet alleen ideologisch, ook in levensstijl. De broeders maken er veel werk van om de jongens vechtsporten te leren. Hun hoofden worden volgepompt met verhalen over het leed dat moslims wordt aangedaan in de wereld, van Afghanistan tot de Palestijnse gebieden.

Dat met de dood van Bin Laden het moslimradicalisme over zijn hoogtepunt heen is, gelooft Ayouch niet. „De problemen waar radicalen gebruik van kunnen maken, bestaan nog steeds, zoals van de Palestijnen in de bezette gebieden. Die problemen zijn reëel, hoezeer er ook misbruik van wordt gemaakt. Daarmee blijft ook het gevaar van nieuwe terreuraanslagen bestaan.”

Het voornaamste probleem is volgens de regisseur gebrek aan cultuur en educatie. „De Marokkaanse overheid is nu bezig de bevolking van de krottenwijken te huisvesten in flats. Ik geloof niet dat dat de echte oplossing zal blijken te zijn. De oorzaak ligt dieper. Als je wereld heel klein is, en je nooit verder hebt kunnen kijken dan je eigen wijk, blijf je vatbaar voor mensen die pretenderen de wereld wel te begrijpen en te kunnen verklaren. Alleen door onderwijs kun je mensen leren om zelf na te denken.”