De vergeten kunst van indiaans Yukon

Lang dacht men in Yukon dat de indianen er geen eigen artistieke traditie hadden. Ukjese, een Tutchone en kunsthistoricus, wijst de weg uit deze culturele verwarring.

Typische motieven uit de Geometrische Periode van de Yukoncultuur (uit de dissertatie). Op de ceremoniële mantel van Ukjese (rechts) staan clansymbolen in Tlingitstijl.

De promovendus is een Tutchone van de Wolfclan. Zijn overgrootmoeder noemde hem Ukjese, naar haar tweede man, een sjamaan. Getrouw de matrilineale traditie van zijn volk nam hij de familienaam aan van zijn Nederlandse vrouw: Van Kampen. Hij woont als beeldend kunstenaar in Whitehorse, de hoofdplaats van Yukon, een streek in het noordwesten van Canada waar een kwart van de bevolking indiaans is. Na een avontuurlijk leven als paracommando, lid van de Amerikaanse Marines, bush-piloot en eigenaar van de eerste indiaanse vliegmaatschappij van Yukon, wijdt hij zijn leven nu aan behoud van het culturele erfgoed van zijn volk. Gisteren verscheen hij in een ceremoniële mantel met clanmotief in de Senaatszaal van de Leidse universiteit. Na een levendig debat, waarbij hij de promotiecommissie zijn bontlaarzen liet zien, kreeg hij de doctorsbul voor zijn dissertatie History of Yukon First Nation Art.

Tot zijn 23ste dacht Ukjese dat hij een Tlingit was, een volk van de Amerikaanse noordwestkust dat deels in het zuiden van Yukon woont. In een Canadese krant stond een artikel over Tlingit uit Yukon die dienden bij de US Marines. Toen zijn moeder dat las, vertelde ze hem dat hij een Tutchone was, net als zijzelf en haar moeder. En dat is een andere taalfamilie. Ukjese: „Zo cultureel verdwaald zijn we. We zijn onze taal kwijt, onze spiritualiteit en ons vermogen om van het land te leven. We weten zelfs niet meer wie we zijn.”

Ukjese ging op zoek naar voorbeelden van Tutchonekunst, maar kon die niet vinden. „De volken van Yukon leidden tot ver in de negentiende eeuw een seminomadisch bestaan. Onze symbolische motieven werden aangebracht op kleding en gebruiksvoorwerpen. Met het vergaan van de kleding verdwenen ook deze motieven.”

Ukjese onderscheidt drie stijlperiodes in Yukon. De eerste is de Geometrische Periode, die zo’n 7.000 jaar geleden begon. „De oudste artefacten die ik heb gevonden zijn uit die tijd en zijn betrouwbaar gedateerd. Als gevolg van de opwarming van de aarde smelten gletsjers in de bergen en komen voorwerpen aan de oppervlakte van duizenden jaren oud. Mensen joegen op kariboe en als ze iets in de sneeuw lieten vallen, was het weg, maar nu duikt het weer op.

„Die eerste periode eindigt halverwege de negentiende eeuw. Dan begint onder invloed van contacten met de buitenwereld de Kralenperiode. De oorspronkelijke geometrische figuren worden vervangen door bloemmotieven. Die vonden hun weg naar Yukon tijdens een lange periode van ruilhandel met het stroomgebied van de Mackenzie, waar de bevolking missiescholen bezocht en leerde werken met kralen.

„Na de Tweede Wereldoorlog begint de huidige periode. Dan nemen Yukon-artiesten de stijlvormen over van de Tlingit. Deze bewoners van de noordwestkust leven vanouds in permanente dorpen, met rijk versierde houten huizen en boten en wereldberoemde totempalen. Ze mogen dan hun taal en religie zijn kwijtgeraakt, maar niet hun kunst, en die geniet veel respect. De Tutchonekunst was vergeten.”

Ukjese ging op zoek in volstrekt onontgonnen terrein. Er waren nauwelijks geschreven bronnen en in Yukon waren bijna geen gebruiksvoorwerpen meer te vinden van vóór de Goldrush (1898). „De meeste voorwerpen uit die tijd liggen in musea in de Verenigde Staten en Europa. Er bestonden in de negentiende eeuw handelscontacten tussen Yukon en Alaska, toen nog een deel van het tsarenrijk. Wat werd verhandeld waren sieraden, poppen en gebruiksartikelen, zoals vilmessen, amuletten van sjamanen en kleding. Die ruilden de Yukonvolken met de Russen in Alaska en later met de Hudson Bay Company, een grote handelsonderneming. Zo kwamen die voorwerpen in musea terecht. In Yukon had niemand ze bewaard.”

Wat Ukjese vond in buitenlandse collecties liet hij zien aan de oudsten van zijn volk. „Vaak wisten zij niet wat het was. Maar met hun hulp en het nodige geduld kwam ik er toch uit. Soms is het duidelijk: een jachttafereel op een pijlenkoker, met een prooidier waar pijlen uitsteken. Dat is wat de jager wil.”

Hoe beschrijft Ukjese zijn eigen kunst? „Ik ben geen Yukonartiest. Ik zie mezelf als een ‘inheemse modernist’. Ik combineer mijn wortels met moderne kunst. Een van de thema’s die ik schilder, zijn indiaanse verhalen en mythen uit Yukon. ”

Ukjese is kritisch over antropologen die een tijdje in indiaans gebied wonen, informatie verzamelen en daarna weer vertrekken, zonder dat de gemeenschap er iets voor terug ziet. Hij gaat het anders doen. „Er komt een handelseditie van mijn boek, minder academisch en met meer illustraties. Veel indianen die zijn geboren vóór de Tweede Wereldoorlog kunnen niet lezen of schrijven. En mensen met wat minder opleiding zullen het makkelijker kunnen lezen als er geen grote woorden in staan. Dat is mijn plan”