Crisis in Europa noopt China tot stimulering van economie

Aan welke knoppen moet worden gedraaid om de Chinese groei op een hoog niveau te houden? Het accent komt waarschijnlijk te liggen op infrastructuur en woningbouw.

China gaat de tweede economie van de wereld stimuleren met infrastructurele projecten – waaronder een derde luchthaven voor Peking – en met extra kredieten om bestaande projecten te versnellen. Ook krijgen particuliere investeerders meer ruimte om te investeren in de staatsbedrijven die de energie-, telecommunicatie- en bouwsectoren domineren.

Met een officiële aankondiging van deze strekking reageerden de Chinese autoriteiten woensdag op de uitdijende economische crisis in Europa en de daardoor verslechterende prognoses voor de groei in China.

Als Griekenland uit de eurozone treedt – en daar gaat China inmiddels vanuit – zal dat onder andere tot gevolg hebben dat de Chinese groei daalt naar 6,4 procent dit jaar, verwacht China International Capital, de grootste investeringsbank van het land. In 2011 bedroeg de groei ruim 9 procent. De prognose voor dit jaarkomt overeen met de groei van de Chinese economie in 1989 en 1990, de turbulente jaren met onder andere de demonstraties op het Tiananmenplein.

Volgens de meest recente berekeningen van de Wereldbank zal de groei vertragen tot 8,2 procent. Dat is een cijfer dat dichter bij het Chinese doel van minstens 8 procent per jaar ligt. De Chinese premier Wen Jiabao, de eerst verantwoordelijke leider voor de economie, verwacht dat niet te realiseren, ook niet met extra stimulering. Hij rekent dit jaar op 7,5 procent, een halvering in vergelijking met 2007.

Sinds de publicatie van de slechte handels- en industriële productiecijfers in april, toen zowel de export als de import daalden, beraden de Chinese leiders zich over de vragen aan welke knoppen gedraaid moet worden om de groei van de door de staat gedomineerde economie op hoog niveau te houden. Dat luistert dit jaar extra nauw omdat er in oktober een politieke wisseling van de wacht plaats zal vinden.

De topbijeenkomst gisteren was de tweede in minder dan een week. Hoewel cijfermatige details nog ontbreken, lijkt het accent te komen liggen op het opvoeren van het bouwtempo van nieuwe vliegvelden, spoorwegen en woningen in centraal en westelijk China. In een verklaring wordt er ook gesproken over de „lancering van enkele grote, nieuwe projecten”. Volgens de Chinese financiële pers zou het gaat om minstens honderd nieuwe projecten.

Dat zijn waarschijnlijk ook investeringen op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en milieubescherming. Nieuw is ook de aankondiging dat het niet alleen om overheidsinvesteringen gaat, maar ook om particuliere investeringen.

In China circuleert ruim 1500 miljard dollar aan ‘grijs geld’ dat door de zogeheten ondergrondse banken in het midden- en kleinbedrijf wordt geïnvesteerd. In de Zuid-Chinese stad Wenzhou wordt een proef genomen met het bovengronds halen van dit particuliere kapitaal. In het kader hiervan krijgen banken meer ruimte om zelf aan de hand van marktomstandigheden de rentestanden te bepalen. Grootschalige particuliere investeringen op gang brengen in de staatssector kost niet alleen tijd, maar vormt ook een breuk met de communistische ideologie.

Uit de verklaring van de Chinese Staatsraad onder leiding van premier Wen Jiabao concludeerden Chinese en internationale economen vandaag dat „de Chinese beleidsmakers zich eindelijk ongerust beginnen te maken over de potentieel zeer negatieve gevolgen van de crisis in Europa”, aldus Credit Suisse-econoom Dong Tao in gesprek met Bloomberg.

Geen van de economische China-watchers verwacht dat de autoriteiten het spektakelstuk van 2008 zullen herhalen toen met een stimuleringspakket van 630 miljard dollar voorkomen werd dat China werd meegesleurd in de financiële crisis. Het pakket dat een stimuleringsgolf van bijna 1500 miljard dollar uitlokte, maakte van China reusachtige bouwput, vergrootte de internationale vraag naar grondstoffen en verhoogde in China zelf de inflatie.

Aan de prijsstijgingen, met name van onroerendgoed en levensmiddelen, lijkt een einde te zijn gekomen en daardoor ontstaat voor de Chinese overheid ruimte om de binnenlandse vraag te stimuleren. Zo omvangrijk en met hetzelfde zware geschut als in 2008 zal dat echter niet gebeuren, tenzij de meest sombere prognoses over de ontwikkelingen in China’s belangrijkste afzetmarkt – de Europese Unie – worden bewaarheid.