Biologen ontdekken nieuw orgaan in walvislip

Het opslokken van enorme happen krill uit zeewater vergt een precieze coördinatie van vinvissen. Nu blijkt dat zij daar een speciaal orgaan voor hebben in hun onderlip.

Hester van Santen

Vinvissen, een groep walvissen, hebben een uniek orgaan in hun lip dat helpt bij het opslokken van krill. Dat melden Amerikaanse biologen vandaag in Nature. Het orgaan is zo groot als een voetbal.

Vinvissen zijn baleinwalvissen. Als een vinvis door een ophoping van krill of een school vis zwemt, opent hij zijn mond wijder dan een garagedeur. Neem een gewone vinvis (Balaenoptera physalus). Die is 12 tot 25 meter lang, en maar liefst een kwart van zijn lichaamslengte is mond. Doet hij zijn mond open, dan stroomt in hoog tempo 60 tot 80 kubieke meter water met krill zijn mondholte binnen (vis eet hij nauwelijks). Dat is twee tankwagens vol, en even veel als het volume van de walvis zelf. De huid onder de mondholte rekt daarbij uit als de balg van een accordeon. Een mens zou op een luchtbed in de mond rond kunnen dobberen.

Relatief langzaam perst de walvis het water weer naar buiten, waarbij de krill (kleine garnaalachtigen) blijven hangen achter zijn baleinen. Dat alles gebeurt binnen zes seconden. Het moet een spectaculair gezicht zijn, maar vanuit een boot is niet of nauwelijks te zien wat er gebeurt.

Dat openen en zwellen van de mondholte van vinvissen (Balaenopteridae) is een actief, tamelijk ingewikkeld proces, concludeerden zoölogen al eerder. Alleen door de mondholte met kracht en op het juiste moment te openen, kan de walvis zo veel water ineens naar binnen laten.

Dat de vinvissen een orgaan in hun lip hebben dat die timing coördineert, was niet eerder opgevallen. „Hoewel er al tientallen jaren walvissen gevangen worden”, schrijven de Amerikaanse zoölogen in hun artikel. Het is vooral een verwijzing naar Japan, dat sinds de jaren 1980 ‘voor wetenschappelijk onderzoek’ walvissen vangt. De zoölogen van de University of British Columbia (in de Amerikaanse staat Washington) keken wel in detail naar commercieel gevangen walvissen. Ze haalden kaakdelen op bij de slacht van dwerg-en gewone vinvissen, in IJsland. Het materiaal werd aangevuld met andere soorten, die door Inuït waren gevangen of waren gestrand.

Het orgaan zit bij alle onderzochte soorten vinvissen tussen de linker- en rechter onderkaak. Bij andere zoogdieren zijn die twee kaakhelften altijd vergroeid, maar bij vinvissen is er ruimte in het midden. Dat maakt het openen van de kaak bij het voeden gemakkelijker. De kaak gaat daarbij zo ver open, dat ze haaks op het lichaam van de walvis staat.

Dan gaat het opslokken in drie stappen, denken de biologen onder aanvoering van Nick Pyenson. Eerst voelt de walvis krill met voelharen op zijn kin. Dan gaan de kaken open, en tenslotte opent de mondzak.

Het orgaan regelt dat actieve vullen van de mondzak, concludeert Pyenson. Via een stijve bindweefselboog is het met die zak verbonden. Bovendien heeft het bolvormige orgaan tussen de kaakdelen alle kenmerken van een zintuig. Er zitten zintuigcellen in, ingebed in gel, en zenuwen. Daarmee kan het beweging waarnemen.

Alle zeven of acht soorten ‘echte vinvissen’ (familie Balaenoptera) zoals de enorme blauwe vinvis, hebben het orgaan. De tweede grote categorie baleinwalvissen, de ‘echte walvissen’ hebben het niet. Die walvissen, zoals de noordkaper, hebben lange baleinen. Zij slokken geen watermassa’s vol krill op, maar filteren de krill terwijl ze erdoorheen zwemmen.