Wil Israël nu concessies doen, dat is de vraag

Nieuwsanalyse

Gaat de verbrede Israëlische regering zich richten op een akkoord met de Palestijnen? De meeste betrokkenen blijven zeer sceptisch.

Zwartkijkers blijven in de meerderheid. Maar echte optimisten zagen deze maand opeens enige reden voor hoop op verbetering in het vredesproces, dat een eind moet maken aan 64 jaar conflict tussen Israël en de Palestijnen en 45 jaar Israëlische bezetting van Palestijns gebied.

Aanleiding is de plotselinge toetreding van centrumpartij Kadima tot de rechts-religieuze Israëlische regering, op 8 mei. Daarmee zou premier Benjamin Netanyahu afstand willen nemen van de radicale krachten in zijn kabinet die pleiten voor annexatie van de Palestijnse gebieden ten gunste van een groter Israël.

Het mandaat van de nieuwe regering is met 94 van de 120 parlementszetels ruim genoeg om concessies aan de Palestijnen te kunnen doen.

Daarbij wil de nieuwe coalitiepartner zich expliciet op dit punt profileren: Kadima-leider Shaul Mofaz heeft Netanyahu’s gebrek aan daadkracht op dit punt voorheen stevig gekritiseerd. Hij neemt nu op zijn verzoek het Palestijnen-dossier op zich. Naar eigen zeggen was het aangaan van nieuwe vredesonderhandelingen „een ijzeren voorwaarde” voor zijn toetreden tot de regering.

Bovendien deed de nieuwe regeringscoalitie in de eerste twee weken na haar formatie enkele concrete handreikingen aan de Palestijnen. Netanyahu reageerde op een brief die de Palestijnse president Mahmoud Abbas hem drie weken eerder had gestuurd. In zijn antwoord zette de premier voor het eerst sinds zijn aantreden in 2009 zwart op wit dat hij de tweestatenoplossing (een Palestijnse staat naast Israël) steunt. Hij gaf honderd lijken van Palestijnse aanslagplegers vrij. En Israël willigde de eisen van Palestijnse hongerstakers in Israëlische gevangenissen in.

Abbas en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton reageerden voorzichtig positief op nieuwe regering. Zij suggereerden dat Netanyahu niet meer het excuus van een wankele coalitie heeft om dwars te blijven liggen. „Nu hij de keizer is, of de koning van Israël, kan hij alles doen”, zei Abbas. „Als ik hem was, zou ik het nu doen, nu, nu – en niet wachten.”

De meeste betrokkenen blijven ondanks de politieke volte echter uiterst sceptisch over Israëls bijdrage aan het vredesproces. Zo noemen anonieme Palestijnse topambtenaren de brief van Netanyahu „vaag” omdat hij geen antwoorden geeft op vragen van Abbas over de grenzen van een toekomstige Palestijnse staat.

Europese diplomaten zeggen hoe dan ook geen voortgang in het vredesproces te verwachten voor de Amerikaanse president Obama in 2013 wordt ingezworen – als die al wordt herkozen.

Maar de voornaamste reden voor scepsis is de situatie op de grond. Niet voor niets gaf de Europese Unie de nieuwe coalitie geen week de tijd zich te bewijzen en leverde zij vorige week scherpe kritiek op Israël wegens zijn nederzettingenpolitiek in bezet Palestijns gebied, die de vorming van een Palestijnse staat naast Israël „onmogelijk” dreigt te maken.

Ondanks Netanyahu’s belofte aan het Israëlische Hooggerechtshof dat de wijk Ulpana, die in de illegale nederzetting Beit El is gebouwd op land van Palestijnse boeren, voor 1 mei zou worden ontruimd, is dat nog niet gebeurd. Ook vroeg Netanyahu het Hof om uitstel van ontmanteling van de illegale buitenpost Migron. Intussen keurde zijn regering, in nieuwe samenstelling, wel de bouw goed van 2.000 woningen in Oost-Jeruzalem, de beoogde hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat.

Netanyahu staat onder druk van de kolonistenbeweging die in zijn Likud-partij is geïnfiltreerd. En de premier heeft baat bij handhaving van de status quo. Israël geniet dezer dagen van relatieve rust. De kosten van de bezetting waren, mede dankzij Europese donoren, nog nooit zo laag. Het Israëlische publiek gelooft niet in goede bedoelingen van de Palestijnen en vraagt niet om vrede. En met de ontmanteling van nederzettingen zou Netanyahu oorlog met een half miljoen kolonisten riskeren.

Van Kadima-leider Mofaz is ook niet louter heil te verwachten. Weliswaar presenteerde hij in 2009 een vredesplan, maar daarin zouden de Palestijnen slechts 60 procent van de Westelijke Jordaanoever krijgen waarna er onderhandelingen moeten volgen over de rest. De Palestijnen hebben sinds de Oslo-akkoorden een stevige allergie ontwikkeld voor tijdelijke oplossingen. In 1993 is hun een vijfjarige overgangsperiode beloofd, waarin ze twintig jaar later nog zitten. Met Mofaz’ voorstel kan Abbas niet thuiskomen.

Bovendien is nog niet gezegd dat Mofaz de invloedrijke kolonistenbeweging het hoofd kan bieden. Als legerchef stond hij toe dat Ulpana en Migron werden gebouwd. Volgens analisten hebben kolonisten weinig van deze regering te vrezen, zolang vrede geen prioriteit krijgt.